Ik maak gebruik van angst

Michel Houellebecq (58) stond op de voorpagina van de laatste Charlie Hebdo. Het tijdschrift kwam uit op de dag van de aanslag. Een vertaling van het interview.

Schrijver Michel Houellebecq sierde deze week de cover van het satirische weekblad Charlie Hebdo. De dag van de aanslag op de redactie was ook de dag dat zijn controversiële nieuwe roman Soumission in de Franse boekhandels lag. De roman – de titel betekent ‘onderwerping’ of ‘overgave’ – speelt zich af in een geïslamiseerd Frankrijk. Bij de presidentsverkiezingen van 2022 heeft de charismatische leider van een fictieve islamitische partij Marine Le Pen van het extreemrechtse Front National verslagen. De Franse journalist Silvain Bourmeau, al jaren bevriend met Houellebecq, sprak hem enige tijd vóór de aanslag uitgebreid over het toen al omstreden boek. Zijn interview, hieronder afgedrukt, verscheen eerder in The Paris Review en Die Welt.

Waarom heeft u dit boek geschreven ?

„Om verschillende redenen. Ten eerste omdat boeken schrijven mijn vak is, al ben ik niet dol op dat woord. Toen ik na een lang verblijf in het buitenland terugkeerde naar Frankrijk, bespeurde ik daar grote veranderingen. Veranderingen die overigens niet specifiek Frans zijn, maar zich in de hele westerse wereld voordoen. Ballingen, zoals ik, interesseren zich niet meer zo erg voor de wereld, noch voor hun land van herkomst, noch voor het land waarin ze wonen. De tweede reden waarom ik dit boek heb geschreven, is dat mijn atheïsme niet bestand was tegen een reeks sterfgevallen die ik heb meegemaakt. Mijn atheïsme leek me niet langer houdbaar.”

De dood van uw hond, van uw ouders?

„Ja, dat was veel, in korte tijd. Misschien voelde het ook wel zo zwaar omdat ik, anders dan ik altijd dacht, geen atheïst bleek te zijn. Ik ben een agnost. Doorgaans is dat een dekmantel voor atheïsme, maar in mijn geval niet, geloof ik. Als ik, met alles wat ik weet, antwoord moet geven op de vraag of er een Schepper bestaat, een kosmische orde of iets dergelijks, dan heb ik daar geen antwoord op.”

Terwijl u daarvoor het gevoel had...

„Ik dacht dat ik atheïst was, ja. Nu weet ik het echt niet meer. Dat zijn de twee redenen waarom ik dit boek heb geschreven, waarbij de tweede waarschijnlijk belangrijker is dan de eerste.

„Een derde reden is dat het begin ervan me wel beviel. Ik heb het stuk tot en met pagina 26 in één keer opgeschreven. Ik vond die episode heel overtuigend, want ik kan me heel goed voorstellen dat een student Huysmans [Frans-Nederlandse schrijver (1848-1907) die zich bekeerde tot het katholicisme – red.] uitkiest als vriend en zijn leven aan hem wijdt. Dat is mij niet gebeurd: ik las de boeken van Huysmans veel later, toen ik ongeveer 35 was, maar

het had me wel wat geleken: mijn kamer was niet geweldig de mensa ook niet en ik kan me wel voorstellen wat hij ervan gemaakt had. Ik denk dat Huysmans een vriend voor mij had kunnen zijn. Toen ik die pagina’s geschreven had, heb ik een poos niets gedaan. Dat was in januari 2013 en pas in juni van dat jaar kon ik verder met de tekst. Mijn plan was aanvankelijk heel anders van opzet. Het zou niet

Soumission

heten, nee, de eerste titel luidde

La conversion

[de bekering, red.] En in de eerste opzet bekeert de verteller zich ook, maar dan tot het katholicisme. Hij volgde dus dezelfde weg als Huysmans, maar een eeuw later: vanuit het naturalisme katholiek worden. Maar het lukte me niet om het zo op te schrijven.”

 

Waarom niet?

„Dat werkte niet. Naar mijn idee is de sleutelscène van het boek de passage waar hij voor de laatste keer kijkt naar de Zwarte Maagd in Rocamadour. Hij voelt een spirituele kracht, die in golven over hem heen spoelt. Maar dan verdwijnt ze plotseling weer in het verleden en keert hij terug naar de parkeerplaats, eenzaam en vrij wanhopig.”

Is uw roman een satire?

„Nee. In een klein deel van het boek worden politieke journalisten en politici wel op de korrel genomen. Maar de hoofdpersonen zijn niet satirisch.”

Hoe bent u op het idee gekomen om in de presidentsverkiezingen van 2022 Marine Le Pen en de leider van een moslimpartij de strijd met elkaar te laten aanbinden?

„Marine Le Pen als presidentskandidaat leek me heel waarschijnlijk in 2022 – in 2017 al... De moslimpartij, dat gaat een stap verder... Daar zit het pijnpunt. Ik heb geprobeerd me in te leven in moslims en ik realiseerde me dat zij zich in een totaal schizofrene situatie bevinden. Omdat moslims in de hele wereld zich nauwelijks interesseren voor economische onderwerpen, houden ze zich vooral bezig met maatschappelijke thema’s. In al deze onderwerpen staan ze heel ver van de linkse politiek en nóg verder van partijen die het milieu hoog in het vaandel hebben. Denk alleen maar aan het homohuwelijk. Ik zie ook geen reden waarom moslims rechts zouden stemmen en nog minder waarom ze voor extreem-rechts zouden kiezen, dat helemaal niets van moslims moet hebben. Dus wat moet een moslim doen als hij wil stemmen? Hij bevindt zich in een onmogelijke positie. Er is niemand die hem vertegenwoordigt. Toch is het onjuist om te stellen dat de islam een godsdienst is zonder politieke gevolgen, die heeft ze wel degelijk, net als het katholicisme trouwens, al is de katholieken aardig de mond gesnoerd. Dus is een moslimpartij volgens mij een voor de hand liggend idee.”

Maar het is nog een flinke stap verder om je voor te stellen dat zo’n partij over zeven jaar de presidentsverkiezingen kan winnen…

„Klopt, dat is nog heel onwaarschijnlijk. Om twee redenen. De eerste is de lastigste: allereerst moeten moslims onderling overeenstemming bereiken. Daarvoor is een zeer intelligent iemand nodig met een groot politiek talent, kwaliteiten die ik heb meegegeven aan mijn personage Ben Abbes. Maar een zeer groot talent komt nu eenmaal weinig voor. Maar laten we er even van uitgaan dat het bestaat, dan kan zo’n partij vooruit, al zal dat de nodige tijd vergen. Als je kijkt hoe de moslimbroederschap in Egypte te werk is gegaan, dan zie je lokale netwerken, liefdadigheidsinstellingen, culturele centra, gebedshuizen, vakantieparken, zorgcentra, een beetje zoals de communistische partij het vroeger aanpakte. Ik denk dat zo’n partij in een land waar de armoede toeneemt, ook anderen dan alleen de ‘normale’ moslims, om het zo maar te zeggen, kan aanspreken, ook al omdat er geen ‘normale’ moslims meer zijn – je ziet steeds vaker dat ook mensen van niet-Arabische origine zich bekeren tot de islam. Maar zo’n proces zal decennia in beslag nemen.

„De sensatiezucht van de media speelt een negatieve rol in dit proces. Ze hebben gesmuld van het verhaal van die vent uit een klein dorp in Normandië, Franser dan Frans, uit een normaal gezin, die zich bekeerde tot de islam en als jihadganger naar Syrië vertrok. We kunnen gerust aannemen dat zo’n man staat voor tientallen anderen die zich bekeren, maar niet naar Syrië afreizen. Het is tenslotte geen feestje, die jihad in Syrië. Daarin zijn alleen mensen geïnteresseerd die van geweld houden, en dat is uiteraard een minderheid.”

Je zou ook kunnen zeggen dat deze mensen vooral geïnteresseerd zijn in een vertrek naar Syrië, meer dan in een bekering.

„Dat geloof ik niet. Ik geloof dat er een werkelijke behoefte is aan God en dat de terugkeer naar religiositeit niet zomaar een kreet is, maar een realiteit die met grote snelheid op ons afkomt.”

Dat is de centrale hypothese in deze roman. Maar we weten ook dat die hypothese al heel lang wordt neergesabeld door geleerden die wijzen op de voortgaande secularisatie onder moslims. Het geweld en het radicalisme zouden de laatste stuiptrekkingen zijn.

„Dat is niet wat ik zie. Het is trouwens niet alleen de islam die profiteert van die terugkeer naar religiositeit; in Noord- en Zuid-Amerika zijn het vooral de evangelische kerkgenootschappen. Het is geen puur Frans fenomeen, je ziet het nagenoeg wereldwijd. Hoe het in Azië zit, weet ik niet, maar in Afrika groeien de twee grote godsdiensten: de evangelische kerken en de islam. Ik geloof niet dat een maatschappij standhoudt zonder religie.”

Maar waarom hebt u besloten om de zaken te ‘dramatiseren’ terwijl u zelf zegt dat het onwaarschijnlijk is dat

Frankrijk in 2022 een moslim-president krijgt?

 

„Dat moet mijn hang naar het grote publiek zijn, naar thrillers. En er zit ook een stukje angst in. Ik maak gebruik van angst. Al weten we niet goed waarvoor we bang zijn, voor degenen die uit alle macht vasthouden aan de Franse identiteit of voor moslims.”

Heeft u zich afgevraagd wat uw roman teweeg kan brengen ?

„Niets. Helemaal niets.”

U denkt niet dat uw boek het beeld versterkt dat de islam als een zwaard van Damocles boven ons hangt, als iets heel beangstigends?

„Islam en radicalisme zijn momenteel al zo ongeveer de enige onderwerpen in de media, dus erger kan het niet. Er nóg meer over praten dan we nu doen, kan niet, deze roman heeft daar geen enkel effect op.”

U merkt in deze roman op dat de intellectuelen in Frankrijk de neiging hebben zich nooit verantwoordelijk te voelen, maar heeft u zichzelf wel eens afgevraagd wat uw literaire verantwoordelijkheid is?

„Maar ik ben geen intellectueel. Ik kies geen partij, ik verdedig geen enkel regime. Ik ontken elke verantwoordelijkheid, integendeel, ik eis volledige onverantwoordelijkheid op. Alleen als ik het in mijn boeken heb over literatuur, stel ik me op als literatuurcriticus. Maar het zijn essays die de wereld veranderen.”

U construeert een tegenstelling tussen antiracisme en ‘laïciteit’, de scheiding tussen Kerk en Staat. Daarbij zijn antiracisten vaak ook verdedigers van de laïciteit, beide wortelend in de filosofie van de Verlichting.

„Achter de filosofie van de Verlichting kun je een kruis zetten: die is dood. Een frappant voorbeeld waar dat uit blijkt? De gesluierde kandidaat op de lijst van de extreem-linkse politicus Olivier Besancenot [van de Revolutionaire Communistenliga – red.]. Maar niet alleen moslims bevinden zich in een schizofrene situatie. Als het gaat om wat men noemt ‘traditionele waarden’ heeft extreem-rechts meer gemeen met de moslims dan links. Tussen een moslim en een atheïst zie je meer fundamentele verschillen dan tussen een moslim en een katholiek. Dat lijkt me duidelijk.”

Speelt racisme een rol?

„Op zich niet. Toen ik zo’n tien jaar geleden in een rechtszaak werd vrijgesproken van racisme, heeft de procureur laten optekenen dat de islam geen raciale groep is. Dat is vandaag de dag nog duidelijker geworden. Door het delict ‘islamofobie’ uit te vinden, is de opvatting van racisme opgerekt.”

Misschien is het woord slecht gekozen, maar er zijn vormen van stigmatisering van groepen of van categorieën mensen die onder racisme vallen...

„Nee, islamofobie is geen racisme. Als íets duidelijk is geworden, is het dat wel.”

Islamofobie dient als dekmantel voor een vorm van racisme die niet meer als zodanig kan worden benoemd omdat het strafbaar is.

„Nee, dat geloof ik niet. Daar ben ik het niet mee eens.”

U creëert nog zo’n discutabele tegenstelling: die tussen antisemitisme en racisme… Toch zijn die twee in het verleden vaak hand in hand gegaan.

„Naar mijn idee hebben antisemitisme en racisme niets met elkaar te maken. Ik heb het antisemitisme grondig bestudeerd. De eerste gedachte is dat het lijkt op racisme. Maar hoe kunnen we van racisme spreken als je van iemand niet eens weet of hij Jood is of niet, omdat je dat niet kunt zien? Racisme is simpeler, daarbij gaat het om huidskleur…”

Nee, want cultureel racisme bestaat al heel lang.

„Maar nu geef je woorden een andere betekenis. Racisme is simpelweg dat je iemand niet mag omdat hij tot een ander ras behoort, omdat hij een andere huidskleur heeft, andere gelaatstrekken etcetera. Je moet woorden geen diepere betekenis geven dan ze hebben.”

Maar omdat rassen biologisch gezien niet bestaan, is racisme altíjd cultureel.

„Dat fenomeen zal heus wel bestaan. Zeker sinds culturen zich vermengen… Maar laten we wel wezen. U weet heel goed dat een racist iemand is die niet van een ander houdt omdat die ander een zwarte huid heeft of een Arabisch gezicht heeft. Dát is racisme.”

Of omdat hij waarden of een cultuur heeft die…

„Nee, sorry, dat is een ander probleem.”

Omdat hij polygaam is, bijvoorbeeld.

„Je kunt gechoqueerd zijn door polygamie zonder ook maar in de verste verte racist te zijn. Dat is het geval bij heel veel mensen die echt geen racist zijn. Maar laten we even teruggaan naar het antisemitisme, want we dwalen af. Als niemand aan iemands uiterlijk of gedrag kan zien of hij Jood is, waar zit ’m die afkeer dan in? Niet in racisme. Je hoeft alleen maar de teksten te lezen om te zien dat het eenvoudigweg een complottheorie is: er zijn onzichtbare mensen die verantwoordelijk zijn voor alle rampen in de wereld, die complotten smeden tegen ons; indringers. Het gaat slecht met de wereld, het is de schuld van de Joden, het Joodse geld… Dat is een complottheorie.”

Maar zit er in Soumission ook niet een complottheorie, namelijk het idee dat er een ‘grote vervanging’, zoals de Franse schrijver Renaud Camus het uitdrukt, gaande is waarbij moslims de macht overnemen?

„Ik ben niet goed op de hoogte van die theorie, maar het klinkt alsof het te

maken heeft met ras. Dus nee – in mijn boek gaat het niet over immigratie. Dat is niet het onderwerp.”

 

Het hoeft niet per se te gaan om ras, het kan ook gaan om godsdienst. In dit geval de vervanging van het katholieke geloof door de islam.

„Nee. Het gaat om de vernietiging van de filosofie die voortkwam uit de Verlichting en die voor niemand meer zinvol is, althans, voor heel weinig mensen. Met het katholicisme daarentegen gaat het best goed. Ik blijf positief over de vraag of er een goede verstandhouding mogelijk is tussen katholieken en moslims. Dat hebben we eerder al gezien. En dat is in de toekomst ook mogelijk.’’

U bent agnost geworden. Kijkt u welwillend naar de vernietiging van die filosofie van de Verlichting?

„Ja. Dat moest gebeuren en dan maar nu. Ook in dat opzicht ben ik positivist. We zaten in wat de Franse filosoof en positivist Auguste Comte noemt de metafysische fase, die begonnen is in de Middeleeuwen en die als enig doel had om de fase daarvoor te vernietigen. Die fase brengt niets voort, behalve vergankelijkheid en ongeluk. Dus ja, ik sta vijandig tegenover die filosofie uit de Verlichting, dat wil ik duidelijk stellen.”

Voelde u zich, toen u dit boek schreef, als Cassandra, de mythologische figuur die onheil kon voorspellen, maar vaak niet werd geloofd?

„Je kunt dit boek niet echt kwalificeren als een onheilsvoorspelling. Uiteindelijk gaat het allemaal nog niet zo slecht.”

Is uw boek bedoeld als een provocatie?

„Ik versnel de geschiedenis, maar nee, ik kan niet zeggen dat het een provocatie is, in de zin dat ik geen dingen zeg die niet waar zijn alleen maar om mensen nerveus te maken. Ik schets een ontwikkeling die ik waarschijnlijk acht.”

Men zou zich erover kunnen verbazen dat u nu deze richting heeft gekozen, terwijl uw vorige roman zo bejubeld is dat uw critici er het zwijgen toe deden.

„Het eerlijke antwoord is dat ik geen keuze heb gemaakt. Het boek begon aanvankelijk met een bekering tot het katholicisme.”

Zit er niet iets wanhopigs in zo’n wending waarvoor u niet echt heeft gekozen?

„De wanhoop zit ’m in het afscheid van een beschaving, hoewel die achterhaald is. Maar de Koran bleek beter dan ik dacht, toen ik die had herlezen, nou ja, gelezen eigenlijk. De meest evidente conclusie is dat jihadisten slechte moslims zijn. Natuurlijk, zoals in elke religieuze tekst is er ruimte voor interpretatie, maar eerlijke lezing leidt tot de conclusie dat een heilige oorlog in principe niet toegestaan is, alleen gebed. Dus je kunt zeggen dat ik enigszins van mening veranderd ben. [In zijn roman Platforme uit 2001 verketterde Houellebecq de islam; in een interview zei hij toen de islam als ‘de meest stupide religie’ te beschouwen, red.] Daarom heb ik niet de indruk dat ik vanuit angst schrijf. Ik denk eerder dat we tot een goede verstandhouding kunnen komen. De feministen niet, als we heel eerlijk zijn. Maar ik en nog een heleboel mensen wel.”

Het woord feministen kunnen we hier vervangen door ‘vrouwen’, toch?

„Nee, we kunnen feministen niet vervangen door vrouwen. Echt niet. Ik maak duidelijk dat ook vrouwen bekeerlingen kunnen zijn.” <<