‘Ik buig wel maar barst nooit’

Terug aan de wereldtop na een hartoperatie, eindelijk wat rust in zijn privéleven. Robert Gesink is optimistisch. „Tourpodium? Ik denk dat ik daar ook kan staan.”

Robert Gesink is klaar voor het nieuwe seizoen. Zijn teamgenoten volgden gisteren de ontwikkelingen in Parijs.
Robert Gesink is klaar voor het nieuwe seizoen. Zijn teamgenoten volgden gisteren de ontwikkelingen in Parijs. Foto’s ANP

Thuis in de garage, in de nabijheid van zijn hoogzwangere vriendin, is hij donderdag drie Tourcols opgefietst. „De Pailhères, Col de la Madonne en Alpe d’Huez”, somt Robert Gesink monter op. Cadeautje van de sponsor, het nieuwste model hometrainer, waarop je de bergen niet alleen voor je ziet op een scherm maar waarop je ook exact de hellingshoek van het Tourparcours onder de wielen krijgt. „Onder die hoeken kracht leveren is natuurlijk superinteressant, zo’n nieuwe prikkel heb je soms nodig.” Wat een plas zweet op de grond, na drie uur klimmen. „Je gaat alleen maar omhoog, bovenop stap ik af”, zegt Gesink met een brede grijns.

Daisy

In september verging het lachen de 28-jarige kopman van team LottoNL-Jumbo, opvolger van het met sponsoring gestopte Belkin. Gesink stond op een prachtige zevende plaats in de Ronde van Spanje, de eerste serieuze test na zijn operatie aan hartritmestoornissen in mei. Tot hij de Vuelta in de slotweek hals over kop moest verlaten omdat zijn vriendin met ernstige complicaties kampte bij haar zwangerschap. Twee operaties, kritische situatie voor moeder en kindje. „We hebben een heel moeilijke tijd met super veel zorgen achter de rug”, vertelde de renner onlangs in De Telegraaf. Twee maanden lang pendelde hij dagelijks tussen thuis (met driejarig dochtertje Anne) en ziekenhuis. De fiets als afleiding.

„Het gaat goed met Daisy”, vertelde Gesink vrijdag bij de ploegpresentatie in theater Perron 3 in Rosmalen. Zijn vriendin is thuis, een dezer dagen wordt hun tweede kindje geboren. „Het is heel belangrijk dat het nu een beetje tot rust is gekomen.” Ja, zijn verhaal vertellen luchtte op. „Ik ben opgevoed met het idee: gaat wel, niet zeuren. Tot voor kort hebben we ons privéleven altijd afgeschermd, maar ik kreeg het gevoel dat ik mezelf daar een beetje tekort mee deed. We hebben het een en ander voor onze kiezen gehad. Nu hoop ik deze periode af te sluiten.”

Zijn vrolijke gezicht is geen professionele pose. Gesink voelt zich sterk en heeft zin in het nieuwe seizoen. „Bij een test was ik laatst de beste van de jongens.” Hoe anders was zijn gevoel vorig voorjaar toen hij opgaf in de Ronde van het Baskenland en koos voor een operatie aan zijn hart, omdat hij steeds vaker werd gekweld door ritmestoornissen. Soms dacht hij zelfs aan stoppen, „maar nooit langer dan een dag, nou ja soms een paar dagen.” Zijn hartprobleem bezorgde hem steeds vaker angst. „Dan moet je er iets aan doen.”

Haptonomie

Hij kampte eerder met zware tegenslagen. Valpartijen in Tour en Vuelta kostten hem hoge klasseringen. Steeds vocht de 1.89 meter lange klimmer terug. Net toen hij eind 2010 in zijn beste vorm ooit was, overleed zijn vader na een val met de mountainbike. Gesink leed in stilte maar fietste door.

Mentale begeleiding? „Ik ben bij mensen geweest die jou helemaal relaxed in je vel gaan steken. Maar dat werkt niet bij mij. Dat zweverige zit er niet in.” Haptonomie? „Ik ben er 100 procent van overtuigd dat die mensen echt iets kunnen en dat sommigen er beter van worden. Maar ik niet. Ik heb een bepaalde hoeveelheid spanning in mijn lichaam nodig. Als ik helemaal ontspannen ben, heb ik slappe poten en fiets ik voor geen meter.”

Opereren, hard trainen, de Ronde van Polen rijden. En dan tot op de limiet gaan tegen de wereldtop in de Vuelta. Een betere test was er voor Gesink niet. „Ik hoorde steeds bij de beste tien, in de zwaarst bezette ronde van het afgelopen jaar. Bergop kan ik vaak niet mee als Contador of Froome gaan. Die spelen met elkaar als de rest al volledig aan zijn max zit. Maar daarachter ben ik taai genoeg om stand te houden. Ik buig wel, maar barst bijna nooit op een lange klim. Er zit heel veel werk in om weer op dat niveau te komen. Het vertrouwen in het hart komt alsmaar meer terug. Het is niet 100 procent zeker dat het niet terugkomt. Maar tot nu toe niet.”

Gesink bewees in Spanje voor zichzelf dat hij terug is op zijn oude niveau, dat hem in 2010 een vierde plaats opleverde in de Tour (na diskwalificatie wegens doping van Alberto Contador en zijn toenmalige ploeggenoot Denis Mensjov) en een zevende (2008) plus twee zesde plaatsen (2009 en 2012) in de Vuelta. Hij toonde bovendien zijn ploeggenoten dat ze weer op hem kunnen bouwen. „Ze hebben kunnen zien dat ik terug ben.”

Na het vertrek van Bauke Mollema naar Trek kijkt Gesink er naar uit om in de komende Tour de France het kopmanschap te delen met de pas 23-jarige Wilco Kelderman, vorig jaar zevende in de Giro. „Bauke was een ander type mens dan ik, Wilco en ik zijn twee handen op één buik.”

Na een hoogtestage in februari op Tenerife wordt de Tirreno-Adriatico zijn eerste doel, gevolgd door de Ronde van het Baskenland, de Waalse klassiekers en de Tour. „Ik wil een constant seizoen rijden met hier en daar een uitschieter.” En waarom zou hij niet op het Tourpodium staan in Parijs? „Wie had het podium van vorig jaar voorspeld? Ik denk dat ik daar ook had kunnen staan als ik in orde was geweest.”