Ik ben Frans. Een Fransman slaat nooit de lunch over

Julien Guillot (39) werkt bij Libération. Zijn krant is nauw verbonden met Charlie Hebdo, de redactie is zo'n 500 meter verderop. Hoe beleefde hij deze dagen?

Julien Guillot: „De redactie van Libération zit bij Place de la République, dat is in het elfde arrondissement, het oosten van Parijs. Geen typische krantenbuurt. Le Monde zit bijvoorbeeld in het dertiende, Le Figaro in het achtste. De enige redactie die vlakbij zit, is die van Charlie Hebdo. Zo’n halve kilometer verderop. Redacteuren en cartoonisten van Charlie Hebdo kwamen in 2011 bij ons in het pand werken nadat hun gebouw door een bomaanslag was afgebrand. Dat was na de cover met ‘Sharia Hebdo: de profeet als gastredacteur’. Charlie Hebdo had Mohammed op de cover geplaatst met de tekst: ‘100 zweepslagen als je niet doodgaat van het lachen’. Een week later werd er een Molotov-cocktail naar binnen gegooid en was de website gehackt. Alles was verwoest. Le Monde gaf hun computers, wij gaven ze werkruimte. Charlie Hebdo is een beetje het neefje van Libération.

WOENSDAG 7 JANUARI

10.00 uur

Elke dag bij Libération begint met een ochtendvergadering. De redactie bestaat uit 200 mensen, maar voor de vergadering is er per deelredactie één iemand aanwezig. We zitten met z’n dertigen bij elkaar. Zoals altijd bespreken we de onderwerpen die de volgende dag in de krant moeten komen. Franse miljardairs, de Dakar-rally en de doden die daarbij zijn gevallen. Ik krijg de opdracht om iets te doen met de Oculus Rift, die virtual reality-bril waarmee je computerspellen kunt spelen alsof je er zelf doorheen wandelt. Het is mijn taak om infographics te maken bij de artikelen. Kaarten met data, grafieken die de gegevens uit de verhalen in beeld brengen. Ik maak aantekeningen en kijk af en toe uit het raam.

11.30 uur

„Er is een aanslag gepleegd op Charlie Hebdo!”, roept John, adjunct-hoofdredacteur, over de redactie. Hij ziet het nieuws als eerste, op Twitter. John zet de televisie aan op de nieuwsvloer. Iedereen verzamelt zich rond het scherm. Mensen slaan hun hand voor hun mond. „Oh merde.” „C’est pas vrai.” Niemand huilt of schreeuwt. Stupeur: verdoving.

Ik ben bang. We horen dat de daders vrij rondlopen. Op dat moment weet ik zeker dat ze onderweg zijn naar ons. Op een bepaalde manier zou dat logisch zijn, als er één krant is waar ze naartoe zouden gaan, zou het Libé zijn. Een van onze journalisten werkt ook voor Charlie. Philippe Lançon, hij ligt zwaargewond het ziekenhuis.

11.45 uur

Ineens gaat het allemaal heel snel. Iedereen wil iets doen. Drie verslaggevers worden ernaartoe gestuurd. Geen discussie, iedereen kent zijn taak. Ik weet niet of ze bang waren. Als de namen van de eerste slachtoffers bekend worden gemaakt, is het voor ons overduidelijk dat we aan elk van hen een pagina willen wijden in de krant. Alle cartoonisten van Charlie Hebdo zijn beroemd in Frankrijk, iedereen kent ze. Er komt een speciale pagina voor Cabu, een speciale pagina voor Charb, voor Wolinski…

12.00 uur

De hele indeling van de krant wordt omgegooid. Van de 36 pagina’s blijven er maar acht over voor ander nieuws. Iedereen handelt, er is meer focus dan stress. Ik ga ook terug naar mijn bureau. Mijn angst zakt. We krijgen te horen dat gewapende agenten de wacht houden voor de deur van ons pand. Ik maak infographics over wat er is gebeurd, waar het is gebeurd. Een kaart van Parijs met markeringen op de plek van de redactie van Charlie, de route van de auto’s, de plek van de moord op de politieagent. Ook maak ik grafieken over moorden op journalisten wereldwijd en de historie van aanslagen in Frankrijk. Ik krijg berichten op mijn telefoon: mijn vriendin, familie. Of ik in orde ben. Net als drie jaar geleden, toen werd er een assistent-fotograaf neergeschoten in de lobby van Libération. Ik was er niet. Ik had me die ochtend verslapen en zag dat mijn telefoon was geëxplodeerd van alle berichten. Deze keer antwoord ik direct, en ga verder met mijn werk.

14.00 uur

Honger. Ik besluit een broodje te gaan halen bij de bakker. Niemand gaat met me mee. Het voelt vreemd, het is de eerste keer dat ik het gebouw verlaat sinds de aanslag. De hoofdingang is afgesloten, ik moet via de parkeergarage, door de zijdeur. Als ik buitenkom, zie ik zes politiemannen met geweren staan. Ik besluit broodjes mee te nemen voor mijn collega’s. Ik ben Frans. Een Fransman slaat nooit de lunch over.

15.00 uur

Er heerst de hele middag een ijzeren focus. Het is ongelooflijk hoe alle redacteuren hun stukken afkrijgen. Niemand praat, lacht of kletst. Voor niets anders dan werken is tijd.

20.00 uur

Om acht uur ga ik naar huis, mijn werk is af. Libération is een ochtendkrant, onder normale omstandigheden gaat de krant om 20.00 uur naar de drukker. Vandaag niet. De deadline is uitgesteld naar 22.00 uur, anders was het onmogelijk geweest om de krant af te krijgen. Als ik vertrek, zit de rest van de redactie nog druk te schrijven. Ik word opgehaald. Mijn vriendin belt en zegt: „Blijf binnen en wacht op mij, ik kom je halen.” Ze komt rechtstreeks van de bijeenkomst op Place de la République, de plek waar iedereen samenkwam om te rouwen. Ze heeft zich een weg gebaand door de menigte om bij mij te komen. Ze is blij om me te zien en zeker te weten dat ik in orde ben. We besluiten te gaan drinken in een bar verderop.

Als ik thuiskom, landt het besef. Ik heb vandaag een mijlpaal in de geschiedenis van mijn beroep beleefd. De 9/11 voor journalisten meegemaakt. Ik wist het wel op een feitelijk of zelfs abstract niveau, maar pas als ik thuis ben dringt het tot me door. In slaap vallen is die avond geen probleem, ik ben doodmoe.

DONDERDAG 8 JANUARI

9.30 uur

We beginnen een half uur eerder dan normaal, half tien. Er is te veel werk. Ik wist van niets, ik was al naar huis toen dat werd besloten. Gelukkig kom ik meestal vroeg en ben ik op tijd.

Onze krant heeft het moeilijk, economisch gezien. Maar vandaag zijn zelfs mensen aanwezig van wie het contract niet wordt verlengd. Ze willen meehelpen, schrijven. De beveiliging is, net als gisteren: zes gewapende politieagenten voor de hoofdingang.

12.00 uur

We staan met de hele redactie op het overdekte dakterras, de enige plek in het gebouw die groot genoeg is om met iedereen samen te komen. Het is de mooiste plek die we hebben, je kijkt er uit over de daken van Parijs en ziet de wolken voorbij drijven. Het regent. De hoofdredacteur neemt het woord, hij houdt het kort. „Een minuut stilte, voor onze vrienden van Charlie Hebdo.” Ik kijk naar mijn schoenen. Daarna omhoog, naar de gezichten van mijn collega’s.

Hoe ik me voel, weet ik niet goed. Ik

12.10 uur

Rustig loopt iedereen terug naar zijn plek. Weer aan het werk. Een beetje in dezelfde sfeer als gisteren, al is de schok en de verrassing er merkbaar vanaf. Nog steeds zie ik niemand huilen. Je bent journalist, je moet je werk doen. Zeker nu, juist nu.

13.00 uur

Weer ga ik naar buiten voor de lunch. Vandaag gaan meer mensen mee.

20.00 uur

Om 20.00 uur is alles af. Volgens plan. Morgen komt de redactie van Charlie Hebdo bij ons werken. Ze willen hun krant afmaken.

VRIJDAG 9 JANUARI

Vrijdag neemt Julien zijn telefoon niet meer op. Ook op mail en sms reageert hij nauwelijks. Hij zou vertellen hoe de redactie van Charlie Hebdo zijn intrek nam bij Libération. Om tien voor vier stuurt hij een e-mail door: ‘Toutes les demandes d’interviews doivent être transférées exclusivement au directeur opérationnel de Libération.’ Hij mag niet meer met journalisten praten.