‘Het is uitschot, het zijn criminele barbaren’

Parijs probeert een tweede grote terroristische actie te verwerken. ‘We moeten ons niet gek laten maken.’

Foto AFP

Parijs leeft door. In de metro naar Porte de Vincennes hebben drie hip uitziende jongens, twee blanke en een die er Arabisch uitziet, het over feestjes, bier en muziek. In metrostation Nation doet de bloemenverkoper goede zaken. De restaurants zitten op deze vrijdagavond vol.

Maar de metro slaat in Oost-Parijs twee stations over: Porte de Vincennes en St. Mandé. Die stations zijn door de politie afgesloten. Daarboven ligt een groot afgezet gebied rondom de kosjere supermarkt waar vrijdag bij een gijzelingsactie vier doden vielen en waarbij ook de gijzelnemer de dood vond. Hier klinken nog voortdurend sirenes. Politiebusjes en ambulances staan in rijen. Politieagentes met machinegeweren houden de wacht bij een afzetting.

De scholier Elias Baltgi wil er door, maar moet omrijden op zijn Vélib, een Parijse huurfiets. „Vijf minuten voor de aanslag was ik nog op die plek”, zegt hij. Klasgenoten die dat uur les hadden zaten op school en mochten er niet uit. Hoe moet Parijs nu verder? „We moeten ons niet gek laten maken”, zegt Baltgi (17). „Er zijn nu racisten die hiervan willen profiteren. We moeten dat niet toestaan.”

Ook Henni Legras moet rechtsomkeert maken. De Fransman van Algerijnse afkomst weet wat het is om gegijzeld te worden, zegt hij. „Ik zat zelf ook twee dagen gegijzeld.” Dat was in Algerije, in 1999. „Door hetzelfde soort types, ze zagen eruit als Taliban.” Maar dan waren ze van de GIA (Groupe Islamique Armé).

Parijs heeft zich wel vaker moeten herpakken na terreur. In 1995 was het diezelfde GIA die in de Franse hoofdstad bommen liet afgaan en mensen neerschoot. Er vielen acht doden.

In het zeer multiculturele en multireligieuze Parijs voelen ook moslims zich na de bloedige voorbije dagen onveilig. De twee kinderen, van 5 en 11, van taxichauffeur Sami Tayebi, een berber van Algerijnse afkomst, zitten op school in het afgezette gebied. Vanmiddag kregen alle ouders een e-mail. Hij laat hem zien op zijn telefoon. Subject: ‘ZEER URGENT. ATTENTIE AAN IEDEREEN.’ ‘er is momenteel een gijzeling in de wijk Porte de Vincennes. (…) geen enkele leerling mag momenteel de school verlaten’. Een paar uur later, nadat de gijzeling was beëindigd, kwam een verlossende mail: u mag uw kinderen komen ophalen. “Ze zijn afgeschermd van de gebeurtenissen buiten”, aldus de schooldirectie.

„Ik ben woedend, echt woedend”, zegt Tayebi. „Het is uitschot, het zijn criminelen, barbaren. Mijn vrouw is ziek geworden van de gebeurtenissen deze week.” Hoewel de twee gijzelingsacties van vrijdag door de politie zijn beëindigd, en de terroristen daarbij werden gedood, is taxichauffeur Tayebi er niet gerust op. „Ik ben bang. Elke dag was er een nieuw incident deze week. wat komt er verder nog?”

De taxi rijdt naar het negentiende arrondissement, een buurt meer naar het noorden van Oost-Parijs, waar joden én moslims wonen. Hier, in het Parc des Buttes-Chaumont, deed Chérif Kouachi, een van de twee broers die de aanslag op Charlie Hebdo pleegde, veel aan sport om te trainen voor de jihad. Een oude joodse man loopt langs het park. Onder zijn petje draagt hij een keppeltje. „We verwachtten zoiets al jaren”, zegt hij. „Wat doet die inlichtingendienst nou! Waarom lopen die jongens vrij rond, ze wisten toch wie het waren?” Voelt hij zich onveilig? „Ach nee”, zegt hij. Maar hij laat snel even zijn busje pepperspray zien. En zijn naam wil hij niet geven. „Je moet de terroristen niet helpen.”