Handelaren huren alvast weer supertankers in

Oliehandelaren huren dure tankers om vaten goedkope olie op te slaan die ze later met veel winst willen verkopen.

Als de daling van de olieprijs in dit tempo doorgaat, liggen de ankerplaatsen voor de Nederlandse kust straks weer vol met tot de nok gevulde olietankers.

Net als in 2009, toen oliehandelaren grote hoeveelheden ruwe olie op zee opsloegen in afwachting van betere tijden. Wie aan het begin van dat jaar op 39 dollar (33 euro) per vat had ingekocht, kon de grondstof aan het eind van hetzelfde jaar voor bijna het dubbele kwijt.

Persbureau Reuters meldt dat de grote handelaren zoals Vitol, Trafigura, maar ook de handelsafdeling van Shell, weer supertankers inhuren voor periodes oplopend tot twaalf maanden. In totaal is er volgens Reuters een drijvende opslagcapaciteit geboekt van ongeveer 15 miljoen vaten.

Dat is nog aanzienlijk minder dan de 100 miljoen vaten die in 2009 werd opgeslagen in supertankers. Maar de tendens is duidelijk: de prijzige huur van de tankers weegt kennelijk op tegen het verwachte rendement van de opslag.

Ook de opslagbedrijven op land beleven betere tijden. Het Rotterdamse Vopak zag de bezettingsgraad – die sterk te lijden had gehad van de geringe economische activiteit in de eurozone – al in het derde kwartaal van het vorig jaar toenemen, meteen nadat de olieprijs was begonnen te zakken. Tot hoever de opslagtanks op dit moment gevuld zijn, wil het bedrijf in afwachting van de definitieve jaarcijfers over 2014, niet kwijt.

De handel en de opslag zijn op dit moment duidelijke winnaars. Ook de petrochemie heeft baat bij de lagere olieprijs. De afgelopen jaren ging de Europese petrochemie gebukt onder sterke concurrentie vanuit de VS. Daar waren grondstoffen goedkoop dankzij de schaliegasrevolutie. Maar met goedkope olie kan de Europese concurrentie nu beter partij bieden.

De grote verliezers zijn de olieproducenten, met in hun kielzog de dienstverleners in de olie-industrie.

Shell bijvoorbeeld heeft zijn langetermijnbeleid gebaseerd op een gemiddelde prijs van minstens 70 dollar per vat. Daarbij is rekening gehouden met de mogelijkheid dat de prijs korte tijd lager zal zijn. Maar op zeker moment gaat die lage prijs bijten. Voor de zekerheid worden dure projecten even in de ijskast gezet.

Wat weer directe gevolgen heeft voor iedereen die werkt bij de exploratie van olievelden en het onderhoud van boor- en productieplatforms. In de Noordzee hebben de grote oliemaatschappijen allemaal de lonen verlaagd, meldt de Financial Times. Soms met wel 15 procent.

De – vaak zelfstandige – werknemers hebben de keuze: thuisblijven of genoegen nemen met minder inkomsten. Overigens bedroeg het gemiddelde inkomen van deze groep het afgelopen jaar zo’n 80.000 euro. Zolang het goed gaat met de olieprijs kun je op zee goed verdienen.

Een indirect slachtoffer van de lage olieprijs, is de duurzame industrie. De Amerikaanse producent van elektrische auto’s Tesla heeft het afgelopen jaar een stormachtige groei doorgemaakt, en het aandeel steeg navenant. Maar sinds de zomer is de vraag naar auto’s die rijden op fossiele brandstoffen weer toegenomen en is het aandeel Tesla met ruim een kwart in waarde gedaald.