Opinie

Griekse exit is, juist nu, een slecht idee

Dat het gelamenteer over Griekenland op een dag weer zou oplaaien, was te voorzien. Burgers in de eurozone hebben daar op gezette tijden behoefte aan. In een tijd van economische stagnatie en werkloosheid, waarin onbegrijpelijke en unfaire dingen gebeuren, lucht kankeren op Grieken of bankiers op, althans even. Zwart-witdenken geeft houvast in een wereld waarin alles lijkt te schuiven.

Maar om juist nú te dreigen met een ‘Grexit’, een Griekse exit uit de eurozone, slaat nergens op. Allereerst politiek. Griekenland houdt binnenkort vervroegde verkiezingen, omdat de conservatieve premier, Antonis Samaras, geen meerderheid krijgt voor zijn presidentskandidaat. Ook over een grondwetswijziging zit alles in Athene muurvast.

Wie weet wint de protestbeweging Syriza nu die verkiezingen. Andere eurolanden moeten dat accepteren, leuk of niet. Zoals alle EU-burgers hebben de Grieken het democratische recht om te stemmen op wie zij willen. Zeggen dat Griekenland misschien de eurozone uitmoet als Syriza aan de macht komt, zoals Commissievoorzitter Juncker en anderen suggereren, is kwalijk. Syriza is volgens peilingen de grootste partij van het land. Hoe zouden Nederlanders reageren als zelfverklaarde democraten uit andere eurolanden zulk intimiderend advies zouden geven?

Daarbij, hoe radicaal is Syriza-leider Alexis Tsipras eigenlijk? Hij wil minder austerity en meer nadruk op economische groei. Dat vinden de meeste economen in Europa ook. En veel politici ook. Verder bepleit hij een Griekse schuldenreductie. Daar is niets revolutionairs aan: het is ook de officiële lijn van het IMF. In IMF-rapporten staat dat Griekenland er economisch niet bovenop kan komen met een staatsschuld van (nu) 175 procent van het bbp – dat is een molensteen om je nek, decennialang.

Daarom hebben euroministers van Financiën het land in 2012 extra schuldenverlichting beloofd. Voorwaarde was dat Athene eerst een primair begrotingsoverschot moest hebben. Welnu, dat heeft het al een jaar. Maar de schuldenreductie blijft uit, omdat regeringen in veel eurolanden geen zin hebben het aan hun kiezers uit te leggen. Ze vinden het vervelend dat Tsipras ze aan die belofte herinnert.

Ook economisch snijdt een Grexit geen hout. Griekenland is aan het eind van zijn steunprogramma. Het leent soms weer geld op de financiële markten. Voor het eerst sinds 2009 is er iets van economische groei. Op indexen die economische bedrijvigheid meten scoort Griekenland hoger dan Frankrijk.

Dat Griekenland tot nog toe in de eurozone is gebleven, kwam mede doordat noordelijke banken en pensioenfondsen er tot over hun oren in zaten. Bij een Grexit konden ze onderuitgaan. Die zijn grotendeels vertrokken. Nu zijn het Europese overheden die geld in Griekenland hebben gestoken. Duitsland alleen al 70 miljard. Als Griekenland de drachme terugkrijgt, zal het meteen devalueren. Maar de schulden blijven in euro’s – dus ze vermenigvuldigen. Zelfs welwillende regeringen in Athene kunnen dat nooit terugbetalen. De eurozone blijft dus hoe dan ook kwetsbaar voor een Griekse exit. Die dynamiek is levensgevaarlijk, redeneren beleggers. Voor Italië, Spanje en Frankrijk - dus voor iedereen.

De andere reden dat Griekenland binnenboord bleef, is politiek. De euro begon als politiek project: meer Europese integratie zou stabiliteit brengen. Als je Griekenland uit de eurozone zet, kan het een failed state worden. Het ligt vlakbij Syrië, in een woelige hoek waar Turkije, Rusland en Israël pokeren om gasvoorraden. Tegelijkertijd is Griekenland EU- en NAVO-lid. Dat brengt ook in die organisaties instabiliteit. Kortom: hoeveel behoefte bange burgers ook hebben om de Griekse duivel uit te drijven, het blijft een slecht idee.