Goede voornemens

Begin deze week was er een waarzegger aan de deur, een man van middelbare leeftijd, tamelijk netjes gekleed en met een fikse grijze baard. Hij wilde me vertellen wat ik in 2015 kon verwachten. Dat maak ik zelf wel uit, dacht ik, bedankte hem en hij slofte verder. Een waarzegger! Destijds had je handlezers, koffiedikkijkers, kaartleggers, Jehova’s getuigen, nog meer deskundigen van morgen en overmorgen. Waar zijn ze gebleven? Misschien op internet gegaan.

Ik kreeg spijt van mijn afwijzing. Of hij gelijk zou krijgen of niet, dat was van minder belang. Het blijft de moeite waard, zo’n jaaroverzicht te horen geven. Volgend jaar kun je vaststellen in hoeverre hij een vakman is. Maar het blijft merkwaardig dat ze aanbellen bij mensen die niets van hun visie op je toekomst willen horen.

Hoe komt dat? Misschien omdat steeds meer mensen niets meer willen weten over de narigheid die ze in een nu onzichtbaar vooruitzicht hebben. Per slot van rekening is een waarzegger een soort hulpverlener. Hij komt bijvoorbeeld met de mededeling dat deze klant een mislukte zomervakantie zal hebben, of dat zijn dochtertje in de vierde klas zal blijven zitten, of dat zijn voetbalclub zal degraderen. Dat pikt deze klant niet en voor hij het weet heeft de waarzegger een paar klappen geïncasseerd. Dat wil hij niet, en tegen beter weten in alleen goed nieuws voorspellen is zijn eer te na. Dus zoekt hij een andere broodwinning. Vandaar dat waarzeggen een uitstervend beroep is geworden.

Dit is onze eigentijdse paradox. We weten wel dat er steeds meer ellende in de wereld is, maar zolang die ons niet persoonlijk treft en tot het televisiejournaal beperkt blijft, is het alsof we naar een spannende film zitten te kijken. Een glaasje en een hapje erbij maakt het nog gezelliger en misschien storten we voor de allerzieligste slachtoffers iets in de digitale collectebus. De televisiemakers weten dat. Ze proberen het nieuws zo onderhoudend mogelijk te maken, en ook andermans ellende kan onderhoudend zijn.

En dan hebben we de reclame. Alleen maar goed nieuws. Heb je pukkels, word je kaal, last van verstopping, dof haar, trek in nog lekkerder eten, geldnood, ben je te dik, wil je een nieuwe auto, nog iets begerenswaardigs? Er is altijd wel een bedrijf of een clubje deskundigen dat je uit de nood helpt. Ik ben nog nooit iemand tegengekomen die door het opvolgen van reclameadviezen uit de nood werd geholpen, maar die televisiespotjes blijven onmisbaar.

De koers van de euro daalt, misschien verlaat Griekenland de eurozone, het islamitisch kalifaat is nog niet verslagen, nog meer ellende. Maar de reclame blijft er onverminderd op los beuken. Ja, wat anders? Mij doet het denken aan een politieke partij, opgericht in 1921 door een groep anarchisten onder wie de kunstenaar Erich Wichman.

Belangrijke punten uit het programma waren de afbraak van urinoirs en de aanplant van bomen, vrij jagen en vissen in het Vondelpark en alles gekookt in de jenever. Deze partij heette De Veelbelovers, later veranderd in de Rapaillepartij. Bij de verkiezingen voor de gemeenteraad in Amsterdam kreeg ze 14.246 stemmen. Een van de kandidaten, Cornelis Zuurbier, een dakloze zwerver, verscheen regelmatig in de raadsvergadering. Het enige wat hij daar heeft gezegd is: „Mag het raam dicht?”

Dit is mijn nieuwjaarstoespraakje. Laat u zich niet in de war brengen door de goede voornemens die u zich tijdens de feestdagen hebt aangeschaft. Van kindsbeen weten we allemaal wat goed en slecht is voor je gezondheid, je carrière, je fortuin, je levensgeluk. Maar er zijn verboden verlangens waarvoor je, vaak in het geheim, telkens weer zwicht. Het nieuwe jaar nadert en je hebt met jezelf, je familie en vrienden afgesproken dat het op 1 januari met dat kwaad voorgoed gedaan zal zijn. De klok slaat twaalf. En nu is het afgelopen!

Er gaan een paar dagen voorbij waarin je aan je betere ik gehoorzaamt, maar met steeds meer moeite. Verlangens gaan knagen, er begint een opstand in je binnenste te woeden. En dan zijn er verscheidene mogelijkheden. Je breekt de belofte aan jezelf en sluit een compromis onder de formule: een matig mens is zijn vrijheid waard. Of je sluit je op in je zelfgekozen gevangenschap. Of je stort je weer in de mateloosheid alsof er geen goede voornemens bestonden. Dit is de keuze. Ik wil niemand op het slechte pad brengen.