De zuurstof van de politiek

Oneerbiedigheid is het levensbloed van de vrijheid. Ik vermoed dat het een soort dubbelzinnig compliment is dat de monsters achter de slachtpartij bij Charlie Hebdo zo bang zijn voor de lans van de humor dat zij die alleen met kogels het zwijgen kunnen opleggen. Tijdschriften als Charlie Hebdo veroorloven zich nu eenmaal vrijheden, soms zelfs ongehoorde, maar zij bestaan opdat wij het geschenk van de oneerbiedigheid nooit als vanzelfsprekend zullen beschouwen.

Vrijheid en plezier gaan in de Europese traditie al ruim drie eeuwen samen. Samen hebben ze het recht om de spot te drijven uitgeroepen tot iets van grote waarde. De getekende satire dook voor het eerst op als wapen in de wrede, langdurige godsdienstoorlogen tussen katholieken en protestanten. Voor de protestanten was de drukpers het antwoord op de beeldtaal van de Rooms-Katholieke Kerk die ketters en sceptici ter verantwoording riep. Zij bedachten een anti-iconografie waarin pausen werden veranderd in fantastische monsters en waarin koningen gruweldaden begingen.

De Nederlanders, die in het midden van de zeventiende eeuw de geïllustreerde pers uitvonden, zagen zichzelf als slachtoffers van religieus fanatisme. Hun getekende tegenaanval begon met de populaire geïllustreerde geschiedwerken over hun opstand tegen de Spaanse monarchie – met de Hertog van Alva als favoriete boeman. Dit verbreedde zich tot een regulier wapen in de partijenstrijd binnen de Republiek en tegen buitenlandse bedreigingen van de ‘Hollandse vrijheid’.

De eerste beroemde grafische satiricus was Romeyn de Hooghe, die eind zeventiende eeuw door Willem III in dienst werd genomen tijdens zijn strijd met Lodewijk XIV. De Hooghe maakte vervolgens grote prenten waarin de oorlogen tegen de Franse monarch en zijn bondgenoten werden weergegeven als een strijd tussen vrijheid en religieus despotisme. De satirici zagen zichzelf als degenen die de cavaleriecharge tegen de fanatici leidden. En het was in het belang van de protestante staten om ze de vrije teugel te geven.

Aristocraten

Het gouden tijdperk van de ongebreidelde getekende satire in de achttiende eeuw ontstond pas na de godsdienstoorlogen. Maar het werd ook mogelijk, met name in Groot-Brittannië, in het vacuüm waarin geen enkele politieke kracht of instelling een machtsmonopolie kon claimen. Hoewel de Whigs – de aristocraten – de Britse regering het grootste deel van die eeuw hebben gedomineerd, werd de oppositie nooit helemaal buitengesloten. Net als met alle oligarchieën ontstonden er facties, die zich allemaal bedienden van spotprenten om de pretenties van hun vijanden door te prikken, hun hypocrisie aan de kaak te stellen en de machtigen neer te halen in een storm van minachtende hilariteit.

Het werden dus de Britten die de politiek opnieuw uitvonden als komedie, en zij gingen er – zowel op het toneel als in druk – met een woeste energie mee aan de haal, die sindsdien nooit meer is geëvenaard. Zelfs in de hedendaagse VS is de vijand van de democratie – na te zijn vergiftigd door het geld – het ontzag; de satire is inmiddels weggestopt in de veilige hoek van de nachtshows op televisie.

Maar in het gouden tijdperk van de getekende politieke aanval kon je nergens schuilen; geen institutie of persoon was veilig voor de weerhaken van de satirici. De Church of England, religieuze andersdenkenden als de Methodisten, de Bank of England, vooraanstaande politici en de koninklijke familie zelf konden allemaal op de korrel worden genomen.

De satire werd de zuurstof van de politiek; een gezond gelach steeg op uit de koffiehuizen en taveernes waar de spotprenten iedere dag en iedere week circuleerden. James Gillray (1756-1815), de beroemdste van alle spotprenttekenaars, was zo gewild dat Hannah Humphrey, zijn uitgever, hele albums van zijn meest populaire prenten voor een nacht of een weekend vertier verhuurde. Je kon flink lachen om de afbeeldingen: een enorm opgeblazen Prince of Wales die herstellende was van een losbandige nacht; premier William Pitt als een paddestoel die uit een mesthoop groeit; of een spotprent van koningin Charlotte, met haar naakte hangende borsten, die de premier en de minister van Financiën op afstand houdt.

Spitting image

Gillray werd slechts éénmaal gearresteerd – wegens een spotprent van politici die het achterwerk van een koningskind kussen – en nooit gevangen gezet. Welke vrijheden hij zich ook veroorloofde, hem werd niets aangedaan. De grote traditie van de spot werd doorgegeven aan hun erfgenamen in Groot-Brittannië, vervolgens aan Amerika en Europa: aan Daumier en Cruikshank; aan de bedenkers van Krokodil en Private Eye, Spitting Image en Le Canard Enchainé, en aan Charlie Hebdo natuurlijk.

Woensdag heeft een bloedige poging plaatsgevonden om de glimlach van ons gezicht te vegen. Maar hoewel de eigenrichters de satirici hebben vermoord, zullen ze nooit in staat zijn de satire zelf te vernietigen. Het omgekeerde is eerder waar. Van nu af aan zal Charlie Hebdo het verzamelpunt zijn van al diegenen die het leven koesteren en moeten lachen om de schijnheilige duisternis van de cultus van de dood. We zijn het dus aan de gevallenen verplicht om tussen al het bloed, al het verdriet en alle woede te bedenken dat het feit dat de daders koelbloedige moordenaars zijn nog niet betekent dat ze geen clowns zijn.