De trage zonnewind van 400 km/s begint rond de evenaar

Dit is de zon. De rode en groene gebieden laten zien waar de trage zonnewind begint. Traag betekent in dit geval dat deeltjes met een snelheid van 400 kilometer per seconde het heelal instromen. De oorsprong van deze trage wind was tot op heden niet bekend. Dat was al wel het geval voor de snellere component van de wind (700 kilometer per seconde): die deeltjes worden vooral uitgebraakt bij de noord- en zuidpool van de zon.

In totaal blaast de zon per seconde zo’n miljard kilo deeltjes de ruimte in. Forse vlagen leiden op aarde tot opflakkerende poollichten en – soms – defecte satellieten. Astronauten in het Internationaal Ruimtestation ISS moeten ervoor schuilen.

Deze foto is een compositie, gemaakt door zonnefysici David Brooks, Ignacio Ugarte-Urra en Harry Warren van de George Mason University in Fairfax, Virginia (Nature Communications, 6 januari). Hij is opgebouwd uit bewerkte opnames van ultraviolet zonlicht door de Japanse zonnesatelliet Hinode (‘zonsopgang’). Met de ultraviolet-spectrometers van Hinode is de snelheid van de zonnedeeltjes te bepalen, maar toch is het daarmee nog niet gemakkelijk om te kijken waar de trage deeltjes hun reis beginnen. Ze komen namelijk pas op snelheid in de complexe kluwen van magneetvelden buiten de zon. De zonnewind bereikt zijn eindsnelheid, snel of traag, vaak pas op een afstand van tien zonnediameters.

Wel was onderzoekers opgevallen dat trage zonnewindvlagen relatief meer van de elementen silicium en ijzer bevatten dan snelle. Met dat gegeven is hun oorsprong op het zonsoppervlak wél thuis te brengen, ook voordat ze versneld worden.

Met die aanpak is deze kaart gemaakt. De trage zonnewind begint vooral in gebieden rond de evenaar van de zon, blijkt daaruit.