De jeugd van tegenwoordig gaat het máken, denkt ze

Deze economische crisis heeft wel een geluid, maar geen gezicht. In de economische depressie van de jaren dertig van de vorige eeuw bepaalden rondhangende werklozen voor het stempelkantoor het beeld. De crisis van ruim dertig jaar geleden is verbeeld door rijen demonstranten. Tegen bedrijfssluitingen. Tegen het kabinet-Lubbers I.

Nu gaat de jeugd niet de straat, maar het internet op. Het geluid van deze generatie is een laptop die wordt open- of dichtgeklapt. Of wat algemener: het piepen en tringelen van elektronica die toegang geeft tot internet, tot netwerken en tot sociale media.

Pessimisme en economische crisis liggen in elkaars verlengde, maar frappant is dat de jeugd van tegenwoordig, werkloos of niet, optimistisch is. Dat bleek twee jaar geleden uit peilingen van denktank SCP, het Sociaal en Cultureel Planbureau. Dat is ook wat arbeidssocioloog Fabian Dekker in deze bijlage beschrijft (pag. 5).

Dat de jongeren zich thuis voelen in de versnelling van verandering is logisch. Aanstormende generaties zijn er letterlijk en figuurlijk het best op gebouwd. Ouderen zien de waarde van hun eigen opleidingen van weleer snel afnemen, soms zelfs verdampen. Zij hebben wel meer ervaring en overzicht, maar zij hebben ook meer moeite met de noodzakelijke aanpassingen.

Zulke verschillen wakkeren de tegenstellingen tussen generaties aan, waarin middelbaren en ouderen te gemakkelijk de jeugd de maat nemen. En teleurgesteld zijn. Jongeren zijn narcistisch, gewend gelijk te krijgen, hebben zich afgekeerd van begrippen als solidariteit en doen niet wat anderen vroeger wél deden toen zij ouder werden: geen lid van vakbond, omroep of krant. Zo luidt het oordeel. Kies een ander perspectief en je ziet wat er ook is. De samenleving is zakelijker geworden, maar het lidmaatschap van een vakbond was naast sociale of politieke motieven ook een zakelijke beslissing. Geen lid van een omroep, zoals je ouders, maar wel een YouTube-kanaal. Geen spandoek voor solidariteit, maar wel donateur van een goed doel of ‘geldschieter’ via crowdfunding.

De laptop is het nieuwe productiemiddel. Arbeid vind je niet meer in de kapitaalintensieve productiesectoren, zoals de staalindustrie, scheepsbouw of een autofabriek. In de postindustriële westerse economie werken steeds meer mensen voor zichzelf en niet voor een baas in een grote onderneming. De laptop is van jezelf. En steeds goedkoper. Evenals het dataverkeer. Met dank aan liberalisering en privatisering van staatstelefoonbedrijven eind vorige eeuw. Zo schept de ideologie van de ene generatie de kansen voor de volgende. Het weekblad The Economist profeteerde twintig jaar geleden de Death of distance, het verdwijnen van afstand. Zo is het gebeurd. De wereld één markt, hoe ongemakkelijk dat óók is. Onzekerheid is de nieuwe zekerheid. Voor ondernemingen, maar zeker voor werknemers.

In de optimistische versie van ongekende kansen kan iedereen, in theorie, met zijn laptop als productiemiddel zelf Mark Zuckerberg zijn en de volgende Facebook stichten. De keerzijde is dat je ook zomaar een verliezer wordt. Omdat jouw Facebook faalt. Omdat je toch de verkeerde opleiding afmaakte. Of omdat je simpelweg niet kunt voldoen aan de eisen des tijds, waarin een premie wordt gezet op jezelf kunnen verkopen en op ondernemerschap.

Laat het optimisme van de jeugd aanstekelijk zijn, in het besef dat de samenleving een vangnet voor de verliezers moet vormen, omdat niet iedereen een winnaar zal blijken te zijn.