De Gooise r, de huig-r, de nul-r en nog 17r’en

Op de uitspraak van de r kun je promoveren. Dat deed Koen Sebregts deze week. Hij onderscheidt twintig manieren waarop Nederlanders r zeggen.

Tegen het eind van het gesprek haalt Koen Sebregts nog even zijn laptop erbij, om te laten horen hoe enorm verschillend mensen in zijn onderzoek de r uitspraken. Soms is duidelijk te horen waar ze vandaan komen. Een Vlaamse vrouw spreekt het woord ‘boer’ als „boeszj” uit, met een lichte trilling voor de zachte s-klank. Een Hagenees roept „boeâh”. „Boeë”, zegt een Nederlandse vrouw.

Ter vergelijking laat Sebregts „een heel mooie nul” horen, zoals hij dat noemt: een Nederlandse man die ‘kers’ en ‘paard’ voorleest als: „Kes. Paad.” Dan gaat het door met een vrouw die „Boej” zegt. „J-achtig”, zegt Sebregts. „Dat gaat naar een Gooise r toe.” Die Gooise zit er uiteraard ook tussen. Weer een ander zegt „boeg”. „De huig-approximant”, zegt Sebregts tevreden. „In Nijmegen is die vrij algemeen.”

Twintig manieren om de r uit te spreken – zoveel onderscheidde Sebregts er in zijn onderzoek naar de r in het Nederlands, waar hij woensdag op promoveerde. Met collega’s vroeg hij in 2002 en 2003 honderden mensen in Hema-restaurants in Amsterdam, Rotterdam, Utrecht, Den Haag, Leiden, Nijmegen, Brussel, Antwerpen, Gent en Hasselt om plaatjes te benoemen en woorden voor te lezen. Hij analyseerde de geluidsopnamen. Juist over variatie van de r in de Randstad was weinig bekend, zegt Sebregts. Hij keek waar welk type r op welke positie in het woord werd uitgesproken, en wanneer er een e (een sjwa) werd ingevoegd (zoals in ‘werrek’).

Is dat aantal van 20 exact of is het enigszins arbitrair?

„Haha, om dat nou over je eigen onderzoek te zeggen... Maar je moet inderdaad keuzes maken: wanneer is een kleine variatie nog relevant genoeg om als aparte categorie te benoemen? De meeste taalkundigen onderscheiden drie of vier soorten uitspraak van de r: de tongpunt-r, de huig-r, de Gooise r en de r die verdwijnt. Als in...” – hij zet een olijke conducteursstem op – „...‘reist u naar Hilvesum of vèhduh...?’

„Ik onderscheid maar één Gooise r, hoewel je die met de tong op twee manieren kunt maken. Maar dat kon ik in de Hema niet zien.” Sebregts toonde het aan in aanvullend echografieonderzoek: sommige mensen maken de Gooise r met een zadelvormig naar achteren getrokken tong, bij anderen wipt het puntje van de tong omhoog. „Maar”, zegt hij, „ik onderscheid wel negen verschillende tongpunt-erren. Je kunt vinden dat dat te ver gaat, maar ik vind het interessante variatie. Met en zonder frictie, met en zonder tril... Veel sprekers trillen niet maar maken een klein tikje met hun tongpunt.” Dat is samen met twee types huig-r zelfs de meestvoorkomende r aan het begin van een lettergreep; de rollende tongpunt-r is veel zeldzamer.

Denkt u dat dit ze allemaal zijn, of zijn elders in Nederland nog onontdekte erren te vinden?

„Nee, dat denk ik niet. En al die erren komen trouwens ook wel in andere talen voor. Het bijzondere is dat we ze in Nederland allemaal toestaan in de standaardtaal. In Vlaanderen is standaardtaal iets wat alleen op tv gesproken wordt, of bij bijzondere gebeurtenissen, maar in Nederland is de standaardtaal de omgangstaal. Daarom moeten we veel toestaan in wat we standaard vinden, of ‘standaard genoeg’.

„Maar over andere erren... In het Britse Engels is wel een lip-r in opkomst, w-achtig, die hier ook best kan ontstaan. Ik probeer ook te voorspellen: als je deze r hebt, kan die eruit ontstaan.”

Leren we die Britse variant dan van tv?

„Als-ie komt hè! Als de Marokkaanse rollende r een hippe r wordt, kan de tongpunt-r misschien wel helemaal terugkomen. En nee, de tv heeft alleen invloed op wat we een acceptabele uitspraak vinden. Maar als we een Gooise r aan het begin van een woord zouden gaan maken, zoals in het Engels normaal is, dan kan daar een lip-r uit ontstaan. Stel dat kinderen proberen een r te maken en het lukt niet helemaal: als ze dan op een w-achtige klank uitkomen en de omgeving accepteert dat als een r, dan kunnen ze eraan vasthouden.

In Nederland is de acceptatie voor wat we een r vinden groot; mensen worden nauwelijks meer naar een logopedist gestuurd als ze de klassieke tongpunt-r niet kunnen maken.”

Schuiven we dus op naar steeds makkelijker uit te spreken vormen van de r?

„Nou... Dat heeft een beetje de bijsmaak alsof mensen hun best niet zouden doen. Maar er is wel een hiërarchie te maken van fonetisch meer en minder ingewikkelde klanken. De getrilde tongpunt-r lijkt bijvoorbeeld een moeilijke klank. Ook bij mensen die hem kunnen, gaat-ie snel mis; de lucht moet blijven stromen. Ik denk wel dat er verzwakte varianten van de r ontstaan. En je zou de Gooise r een verzwakte variant van de tongpunt-r kunnen noemen. Je hoort de Gooise r in Nederland steeds meer; in Vlaanderen niet, trouwens. Maar die is nog steeds best complex: als je de tong naar achteren trekt, zijn alle drie de belangrijke spieren in de tong bezig met het maken van die klank.”

Waarom kan juist de r op zoveel manieren uitgesproken worden?

„Het is niet de enige klank waarvoor dat geldt. In het Engels is de t heel variabel.” Hij demonstreert dat met what’s the matter, wat in sommige dialecten what’s the madder wordt en soms bijna what’s the matser.” En de l, als naaste buur van de r, heeft ook wel variatie – in veel Aziatische talen wordt het onderscheid niet gemaakt. Ik denk dat de variatie van de r samenhangt met de getrilde variant, want dat trillen gaat vaak mis. Als dat niet meer bestaat, zoals in Brits-Engels, heb je meteen veel minder variatie. Dat kan snel gaan.” Hij lacht. „Ja, de r is de enige klank waaraan hele congressen gewijd zijn.”