De chaos van open access

Wat is de beste manier om wetenschappelijke artikelen voor iedereen gratis toegankelijk te maken? Uitgevers, overheden en academici hebben hun eigen belangen.

illustratie tomas schats

De Nederlandse universiteiten hebben een plan klaar liggen om Elsevier, ’s werelds grootste wetenschappelijke uitgever, te boycotten. Beide partijen onderhandelen over een nieuwe big deal, een meerjarig contract voor de meer dan 2.200 tijdschriften van Elsevier, maar zijn het daarover afgelopen jaar niet eens geworden. Grote twistpunt is de overgang naar open access – artikelen die na publicatie voor iedereen gratis toegankelijk zijn – en de bekostiging ervan.

„Als Elsevier niet méér toegeeft, dan starten we voor de zomer de boycot”, zegt Gerard Meijer, collegevoorzitter van de Radboud Universiteit in Nijmegen. Namens de universiteiten voert hij de onderhandelingen. „Eerst gaan we onze topwetenschappers die in adviesraden of redacties van een Elseviertijdschrift zitten, individueel benaderen met het verzoek die functie neer te leggen. Daarna vragen we onderzoekers te overwegen om te stoppen met reviewen voor Elseviertijdschriften, en vervolgens vragen we ze ook geen onderzoek meer te publiceren in die tijdschriften.” Elsevier wil desgevraagd geen commentaar geven op de lopende onderhandelingen.

De wereld van de wetenschappelijke uitgevers is aan het verschuiven. Want universiteiten willen de toegang tot wetenschappelijke kennis betaalbaar houden. De frustratie over de almaar stijgende prijzen van de big deals, en de hoge winstmarges van de commerciële uitgevers, zit diep. „Omdat wetenschappers het meeste werk doen”, zegt Meijer. Die voeren het onderzoek uit, die leveren de tekst met de juiste opmaak aan, die reviewen werk van collega’s. En overheden eisen meer openbaarheid van wetenschappelijke artikelen, net als de organisaties die onderzoeksubsidies verstrekken, zoals NWO in Nederland. Zij vinden: wat met publiek geld is betaald moet voor de belastingbetaler ook toegankelijk zijn. Intussen zoeken ook de universiteitsbibliotheken naar een nieuwe rol. Het beheer van papieren tijdschriften loopt ten einde, nu de meeste online te lezen zijn.

En in dit dynamische veld zoeken de commerciële tijdschriftuitgevers natuurlijk naar nieuwe, profijtelijke zakenmodellen. Waarbij ze ook de controle kunnen houden over de toptijdschriften met de hoge impact-factoren, die voor de wetenschap van cruciaal belang zijn. Dat is de macht van de uitgevers. Elsevier bezit Cell en The Lancet. MacMillan is eigenaar van de Nature-tijdschriften, Sage van bijvoorbeeld de American Sociological Review en Wiley van Angewandte Chemie en Geophysical Research Letters.

Zolang de carrière van wetenschappers wordt bepaald door publicaties in die toptijdschriften, hebben de uitgevers met deze tijdschriften een ijzersterke onderhandelingspositie.

De centrale vraag is nu: wat is de beste manier om meer open access te krijgen, en de toegang tot al die kennis betaalbaar te houden? Wat betreft dat eerste – meer openbaarheid – onderscheiden overheden, bibliotheken, uitgevers en academici nu grofweg twee routes: de ‘groene’ en de ‘gouden’ (de herkomst van die kleuren is onduidelijk). De gouden route stapt af van het abonnementsmodel en ruilt dat in voor een model waarbij een onderzoeker vooraf een article processing charge betaalt om zijn artikel in een tijdschrift gepubliceerd te krijgen. Na publicatie is het voor iedereen gratis online toegankelijk. Voorbeelden hiervan zijn de 270 tijdschriften van uitgever BioMed Central, de 8 tijdschriften van Public Library of Science (PLOS) en de 51 tijdschriften van Frontiers.

De groene route houdt vast aan het abonnementsmodel, maar een onderzoeker plaatst zijn artikel na publicatie zelf in een digitaal en openbaar archief, een repository. Uitgevers staan dat toe, maar meestal met inachtneming van een wachttijd, een embargoperiode, die per tijdschrift verschilt. Wie het artikel heel snel wil lezen, moet betalen. Wie geduld heeft, krijgt het gratis.

Overheden, subsidiegevers, wetenschappers en uitgevers verschillen in hun voorkeur, wat het beeld alleen maar complexer maakt.

Behalve Nederland

Voor de gouden route heeft tot nog geen enkel land expliciet gekozen, behalve Nederland. Staatssecretaris Sander Dekker van het ministerie van Onderwijs, Cultuur & Wetenschap kondigde 15 november 2013 in een brief aan de Tweede Kamer aan dat Nederland in 2024 volledig om moet zijn. Alles moet dan ‘goud’ worden gepubliceerd. Geen abonnementen meer, de auteurs betalen. In Groot-Brittannië hebben de research councils, die jaarlijks 3 miljard Britse pond (3,8 miljard euro) aan onderzoeksprojecten financieren, voorlopig ook voor de gouden route gekozen.

Maar een andere belangrijke Britse subsidiegever, HEFCE (the Higher Education Funding Council for England), heeft juist een voorkeur voor de groene route. Diezelfde voorkeur hebben landen als Duitsland, Denemarken en de VS. Ook het grote EU-onderzoeksprogramma Horizon2020, dat van 2014 tot 2020 loopt en 80 miljard euro verdeelt, heeft „een lichte voorkeur” voor de groene route. Dat zegt Robert-Jan Smits, directeur-generaal bij de commissie onderzoek & innovatie. „Maar we accepteren nu nog beide routes. Het zou kunnen dat we in 2017, na onze tussenevaluatie, een keuze maken tussen groen of goud.”

Smits noemt het „niet toevallig” dat juist Nederland, en Groot-Brittannië deels, voor de gouden route hebben gekozen. „Dit zijn landen waar veel grote commerciële uitgevers zitten. Voor hen is de gouden route gunstiger, want ze houden meer controle op het uitgeefproces.”

In Nederland maakt insectendeskundige Marcel Dicke, hoogleraar aan de Wageningen Universiteit, zich daarom zorgen over de keuze van staatssecretaris Dekker. „De gouden route maakt publiceren duurder, het wentelt alle extra kosten af op de wetenschap, en het gaat ten koste van de kwaliteit”, zegt hij.

Het veelgebruikte argument dat onderzoek met publiek geld wordt betaald en dus openbaar moet zijn, vindt Dicke een gelegenheidsargument. „Waarom zijn alle rijksmusea dan niet gratis toegankelijk?” En geheim defensie-onderzoek zou dan ook verleden tijd moeten zijn.

Verder heeft de gouden route, ofwel het model van vooraf betalen, gezorgd voor een hoos aan spooktijdschriften die onderzoekers verlokken tot publiceren – lees betalen – maar in ruil niks bieden. Ze blijken niet meer dan een online façade (voor een lijst: zoek op internet naar ‘Beall’s list’).

„Maar ook bij goede tijdschriften kan vooraf betalen de kwaliteit ondermijnen”, zegt Dicke. Hij was door het open access tijdschrift Frontiers in plant science gevraagd een themanummer te coördineren. Eén van de ingezonden artikelen kwam slecht uit de review. „Ik wilde het afwijzen, maar de redacteur boven mij overrulede mij en heeft het geaccepteerd.” Met andere woorden, er was toch al voor betaald.

Dickes collega Wouter Gerritsma, bibliotheekmedewerker aan de Wageningen Universiteit, heeft afgelopen maart berekend dat de gouden route publiceren inderdaad duurder maakt. Nu zijn de universiteiten gezamenlijk 34 miljoen euro kwijt aan abonnementen. Nederlandse onderzoekers publiceren zo’n 40.000 artikelen en reviews op jaarbasis. Dat is omgerekend 850 euro per artikel. Gerritsma ging ervan uit dat het ruim 1.000 euro kost om een artikel via de gouden route te publiceren, en komt dan uit op 40 miljoen euro.

En dan lijkt hij nog zuinig te rekenen. Gerritsma heeft een database opgezet met de meest recente prijzen (te bereiken via zijn blog wowter.net). Volgens de laatste update vragen de open access tijdschriften van BioMed Central 1.675 euro per artikel, PLOS vraagt tussen de 1.350 en 2.900 euro. Tegen die prijzen betaalt Nederland voor 40.000 artikelen nog veel meer dan die 40 miljoen euro.

Hybride tijdschriften

Er is nog een andere trend. De laatste jaren maken uitgevers het mogelijk om in steeds meer van hun abonnementstijdschriften óók open access artikelen te publiceren. Ze veranderen zo in hybride tijdschriften. Maar publiceren in zo’n hybride tijdschrift is doorgaans veel duurder dan in een volledig open access tijdschrift. Springer rekent 2.250 euro voor een article processing charge (apc) in een hybride tijdschrift, terwijl het bij de volledig open access tijdschriften van dochter BioMed Central (die in 2008 werd overgenomen) zo’n 600 euro goedkoper is. Bij hybride tijdschriften speelt verder ook vaak nog de kwestie van de dubbele kosten. Universiteiten betalen dan voor een abonnement op zo’n tijdschrift, maar óók voor de losse open access artikelen. Wat de frustratie van de academici verder voedt.

„De universiteiten draaien voor die extra kosten op”, zegt Dicke. „Bedrijven profiteren want zij krijgen de artikelen voortaan gratis.” En door de gouden route te kiezen subsidieert Nederland ook andere landen. Want die 40.000 artikelen van Nederlandse onderzoekers – zo’n 2 procent van de jaarlijkse, wereldwijde productie – zijn voor iedereen ter wereld gratis toegankelijk. Universiteiten in andere landen zullen een korting willen op hun big deal.

Maar de inzet van de huidige onderhandelingen met Elsevier is dat het juist niet duurder wordt voor de wetenschap, zegt onderhandelaar Meijer. De open access artikelen die Nederlandse wetenschappers in Elseviertijdschriften publiceren, zaten nog niet inbegrepen in de vorige big deal, die vijf jaar liep en officieel per 31 december 2014 ten einde kwam. Ze worden nu nog per stuk betaald. Hoeveel de Nederlandse wetenschap daarvoor aan Elsevier betaalt, bovenop de abonnementen, is niet bekend. Elsevier rekent 500 tot 5.000 euro per apc – toptijdschrift The Lancet hoort tot de duurste.

In de nieuwe big deal willen de universiteiten één totaalprijs betalen voor zowel de tijdschriftabonnementen als de open access publicaties, en die totaalprijs mag niet of nauwelijks hoger liggen dan wat vorig jaar is betaald aan abonnementsgeld alleen. Zo’n soort deal is afgelopen november al met Springer gesloten, voor een periode van twee jaar. Maar Elsevier weigert vooralsnog, zegt Meijer. „Maar wij gaan niet wijken. We betalen nu al belachelijk veel aan de abonnementen.”

Of Elsevier zal toegeven, en hoeveel dan, moet blijken. Heel lang heeft Meijer niet meer. De vorige big deal is officieel al afgelopen, maar werd volgens een clausule automatisch verlengd. Daardoor hebben de universiteiten toch nog toegang tot de ruim 2.200 online tijdschriften van Elsevier. Meijer: „Die clausule geldt voor één jaar.”

    • Marcel aan de Brugh