Column

Cartoontje lager zingen

Toen gisterochtend over het internet gonsde dat Fidel Castro was overleden, gingen mijn gedachten uit naar de vers vermoorde Franse tekenaars. Ik zag ze voor me: verslagen in een of ander hiernamaals, net een beetje bekomen van de schrik dat ze in verband met hun humor van de wereld geknald waren en daar zagen ze tot hun afschuw de Cubaanse dictator binnenkomen. Wat doe je dan? Pak je dan je potlood en maak je gauw een vette tekening om die ouwe, zure linkse baard te pesten? Of duik je weg omdat je bang bent dat hij een toespraak van meer dan zes uur gaat houden? Want daar was die gek goed in toen hij het op een klein stukje van de aarde voor het zeggen had.

Mensen murw lullen. En hij was geen lachebekje. Bij hem hadden de tekenaars geen schijn van kans gehad en het overgrote deel van hun leven in de gevangenis mogen doorbrengen. Hij wist hoe ver je kon komen met een kalasjnikov.

Maar zo ver is het nog niet. Fidel schijnt nog een klein beetje te ademen. Zijn bewonderaar Harry Mulisch kijkt reikhalzend naar hem uit, maar moet nog even wachten.

Inmiddels hebben wel de Parijse broertjes Chérif en Saïd Kouachi zich daar gemeld. En wat treffen ze aan? Is het paradijs een desillusie en wacht niet één maagd op de twee diepgelovige heren? Moeten ze branden in een hel omdat ze op aarde het recht op gruwelijke wijze in eigen hand hebben genomen? Zou zomaar kunnen.

Of schenkt het opperwezen ze bij de hemelpoort vergeving omdat ze domweg niet beter wisten? Dat ze zich hebben laten ophitsen door hordes bange idioten die niet weten wat ze met hun eenmalige leven op aarde aan moeten?

Het is ook ingewikkeld. Je loopt rond op de wereld en dat mysterie wil je kunnen verklaren. Dus verzin je een schepper. En iedereen doet dat op zijn eigen manier. De allerhoogste ziet er in de ogen van Andries Knevel heel anders uit dan hoe de gemiddelde moslim erover fantaseert. En de dalai lama heeft ook een compleet ander beeld in zijn lachende hoofd dan de pornorabbijn, die voorlopig de synagoge aan de Amsterdamse Lekstraat niet in mag.

Wat ik geloof? Weet ik veel? Ik durf niet te zeggen dat er iets is en heb ook niet de arrogantie om met zekerheid te beweren dat er niets is. Laffe twijfelkont dus. Ik heb ooit op het toneel uitgelegd dat ik een privégod heb.

Oelikoelie heet-ie en Oelikoelie heeft geen regels. Van Oelikoelie mag alles.

Hij zegt niet dat je op jonge leeftijd een stukje van je lul moet knippen of het leukste deel van je kut moet verwijderen en hij draagt je ook niet op hoeveel keer per dag je met je ogen dicht heel devoot tegen hem moet kakelen. Dat moet iedereen lekker zelf weten. Van Oelikoelie mag alles. Ga op je matje, kniel in je kerkbank, vast tot je neervalt en zing je hees als je denkt dat je het daardoor goed hebt na de dood. Loop in de idiootste gewaden als je dat een goed idee vindt, maar zeg niet dat ik dat ook moet doen.

En als anderen om jouw geloof of god moeten lachen, laat ze lachen. Misschien ben jij wel degene die uiteindelijk het laatst lacht. Maar bepaal niet op aarde wat ik moet. En als je dat wel wilt, overtuig me dan met woorden, maar een kalasjnikov of een bomgordel is altijd een zwaktebod. Voor gelovigen en voor dictators.

Laten we er nou eens van uitgaan dat de allerhoogste inderdaad een hele leuke, vergevingsgezinde lieverd is, die alleen maar hoofdschuddend tegen iedereen die de hemel binnenkomt mompelt: „Waar was je nou je leven lang mee bezig op aarde? Waarom al dat gemodder en gekloot om iets wat je niet kon weten? Er is er maar een die weet of god bestaat en dat is god zelf.”

Alle gelovigen zullen zich stuk voor stuk ver excuseren en zeggen: „En dat bent U! U heet god!”

Waarop god goedmoedig zal antwoorden: „Dat doet er niet toe, hoe ik heet. God, Allah, Jahweh of hoe dan ook. Het is mij om het even. Hierboven noemt iedereen mij Charlie.”

Lees ook deze columns en opiniestukken

Commentaar De stem van Charlie mag niet verstommen
Marcel van Roosmalen Dit vroeg heel erg om een mening
Simone van Saarloos Mijn pen moet nu een zwaard zijn
Arjen van Veelen We zijn allemaal Charlie niet ()
Bas Heijne Rauwe stilte ()
Folkert Jensma Als het fatsoen opspeelt is niemand meer ‘Charlie’ ()
Joyce Roodnat Wie de nar pakt, pakt zichzelf ()
Ombudsman NRC en Charlie Hebdo: hoe solidair moet een krant zijn?