Biologieleraar die het hele leven onderwees

Hij was zo’n biologieleraar die repetities vogelgeluiden gaf. Om te oefenen moest iedere leerling toch zeker een paar keer mee op vogelluisterexcursie.

Van 1957 tot 1969 gaf Frans Keuchenius biologieles op het Baudartiuslyceum in Zutphen. Hij liet er een massa leerlingen achter die bij het horen van roodborst en zwartkop nog steeds aan hem denken. Niet alleen om die vogelzang.

Het biologielokaal was ook het actiecentrum van de school, tegen kolonialisme, voor bevrijdingsbewegingen en tegen milieuverontreiniging. In 1964 ging hij met een groep leerlingen naar de oecumenische gemeenschap in Taizé, in de Franse Morvan. Het was allemaal nieuw in die tijd – vóór mei 1968. Veel mensen leerden daar op een manier kijken die ze niet van huis uit mee kregen: gericht op de wereld, niet op de eigen ‘zuil’ en vooral: anti-autoritair.

In 1969 werd Keuchenius vakdidacticus biologie aan de Utrechtse universiteit.Hij zette het denken van de leerling centraal en liet ze zelfstandig handelen. Het leerboek ‘De bioloog als leraar’ dat hij schreef met Doris Valk en Henk Saaltink vormde een paar generaties biologieleraren. De aanpak was ideaal voor de jaren zeventig, maar sneuvelde in de jaren negentig.

Uitgeput, door late effecten van zijn verblijf in een Jappenkamp, stopte hij eind jaren tachtig, op zijn 58-ste met betaald werk. In zijn huis in Leersum waren familie, oud-leerlingen, kennissen, vluchtelingen altijd welkom bij hem en zijn vrouw Ella.

Dat kampverleden, daar hoorden zijn leerlingen alleen van dat iemand die te veel vermagert niet alleen zijn vet, maar ook zijn spieren verteert. Hij had het zelf meegemaakt.

In 2002 schreef hij het allemaal op, in het boek ‘Herwonnen jaren’. Dat is ook in het Indonesisch en Engels vertaald. Van oktober 1944 tot eind augustus 1945 zat Keuchenius in twee kleine interneringskampen. Bij de bevrijding woog hij, 1,78 meter lang, 27 kilo. Een kennis van zijn ouders die voor het Rode Kruis werkte vond hem meer dood dan levend op de vloer van de trein die de voormalige gevangenen van fort Ngawi naar Yogya had gebracht.

In die kampen kreeg ik mijn weerzin tegen autoriteiten, schrijft Keuchenius in ‘Herwonnen jaren’. Autoriteiten hebben geen gezag, maar ze kunnen het door hun gedrag verdienen, bracht hij aan iedereen over. Van een Javaanse onderwijzeres leerde hij al voor de oorlog om altijd naar achterliggende systemen te kijken. „Haat het kwade, niet degene die kwaad doet”, zei ze.