Basisregels voor het begrijpen van jezelf

Psychologische weetjes zijn populair. Van alle kanten word je bestookt met berichten als: sociale banden blijken belangrijker voor ons geluk dan academische prestaties. Of: mensen die geneigd zijn tot schuldgevoelens, werken harder.

Ik ben gek op dit soort onderzoeksnieuwtjes. Maar soms wordt het me te veel. Dan verlang ik naar helderheid, naar eenvoud, naar één of, vooruit, twee simpele basisregels die mij helpen om de wereld om mij heen en mijzelf enigszins te begrijpen. Als het gaat om menselijk gedrag, zijn dat voor mij deze twee.

Basisregel 1: het leeuwendeel van ons gedrag komt automatisch tot stand. Of het nu gaat om werken, lezen, autorijden of discussiëren, slechts een klein deel van wat we doen en denken kunnen we bewust ‘controleren’. Het grootste deel van ons handelen bestaat uit reflexen en gewoontes; uit automatische, onbewuste reacties op prikkels die we hier en nu waarnemen. Klassiek voorbeeld: tijdens het autorijden opschrikken bij een bekend punt met de gedachte: ‘Ben ik híer al?’

Basisregel 2: pijn heeft meer invloed op ons gedrag dan plezier. Het verliezen van 100 euro heeft minstens twee keer zoveel impact op ons als het winnen van het zelfde bedrag. De befaamde psycholoog Roy Baumeister schreef: „Bad is stronger than good. Overleven vereist dat we altijd alert zijn op mogelijke slechte uitkomsten. Mogelijke goede uitkomsten zijn veel minder belangrijk. Dit verschil is een van de meest basale en belangrijke psychologische wetmatigheden.”

Schematisch zien deze twee basisregels er zo uit.

Twee wetmatigheden in het menselijk gedrag waarmee zich veel laat verklaren. Waarom een goede krant vol staat met slecht nieuws. Waarom we harder gaan werken als de deadline dichterbij komt.

En ook – altijd leuk in januari – waarom we zo slecht zijn in veranderen. We vertrouwen bij veranderingen vaak te veel op wilskracht (we nemen ons voor om een online cursus te volgen), terwijl het effectiever zou zijn om iets te veranderen in onze omgeving (samen met anderen weer gaan studeren).

Maar ook dan geldt dat de pijn die bij de meeste veranderingen hoort (minder gelegenheid voor andere dingen, verlies van zekerheid), het vaak wint van het plezier dat pas op de langere termijn wordt ervaren (tevreden zijn over jezelf, kans op een nieuwe baan). De kunst is dan om de pijn van de verandering te verminderen of te compenseren in het hier en nu. Door je te richten op de progressie die je boekt of door andere vormen van beloning. Wat ook helpt is je meer te richten op de pijn van het niet-veranderen.

Toepassingen te over, voor wie bereid is deze twee pijnlijke waarheden bewust tot zich door te laten dringen.

Ben Tiggelaar is gedragsonderzoeker, trainer en publicist en schrijft elke week over management en leiderschap.