Als je een zombie wordt, verandert er heel wat in je brein

Zombiefilms gaan niet over zombies. Ze gaan over mensen die overleven in een wereld waarin geen wetten of maatschappij meer bestaan. Dat de doden weer tot leven zijn gekomen is eigenlijk bijzaak: zombies zijn het reutelende decor waartegen duidelijk wordt wat het betekent om mens te zijn.

Dat is niet anders in Do Zombies Dream of Undead Sheep? De Amerikaanse neurowetenschappers Timothy Verstynen en Bradley Voytek schreven een boek over het zombiebrein, dat eigenlijk over het mensenbrein gaat.

Verstynen en Voytek vragen zich semiserieus af wat er in de hersenen mis moet gaan voordat mensen niet meer weten wie ze zijn, apathisch rond gaan schuifelen en hun naasten willen verslinden. Kortom: hoe mensen zombies worden. Voor iedereen die zijn scepsis (‘zombies bestaan niet’) even kan vergeten, is dit een heerlijk hersenboek.

De timing van dit boek is sowieso perfect. De zombie is populairder dan ooit, vooral dankzij de Amerikaanse hitserie The Walking Dead. In oktober keken ruim 17 miljoen mensen naar de eerste aflevering van het vijfde seizoen van deze survivalhorror.

Ook Verstynen en Voytek hebben het zombievirus te pakken. Het duo gaf eerder al lezingen over de neurowetenschap achter het zombiebrein, en besloot om hun inzichten te bundelen in een boek.

Bij hun verkenning van het zombiebrein gaan Voytek en Verstynen volgens een vast recept te werk. Elk hoofdstuk begint met een beschrijving van een typische zombie-eigenschap (spraakverlies), gevolgd door een uitleg welke gebieden in hun hersenen zijn aangetast en hoe die normaal gesproken werken (de gebieden van Wernicke en Broca die samen spraak aansturen) om weer te eindigen met wat dat betekent voor zombies (zombies kunnen ons wel horen, maar niet begrijpen).

Die stapsgewijze ontleding van het zombiebrein verloopt opvallend vrolijk. Neem een van de eerste vragen die de auteurs beantwoorden: hoe definieer je een zombie? De twee neurowetenschappers komen met een prettig bizarre diagnose die niet in de DSM had misstaan: CDHD, Consciousness Deficit Hypoactivity Disorder.

Voytek en Verstynen schreven dit boek met plezier en zelfspot. Als ze net in zestien pagina’s hebben uitgelegd waarom zombies zich zo wankel en wijdbeens voortbewegen (hun hypothese: zombies hebben een beschadigd cerebellum), laten ze George Romero, regisseur en godfather van het zombie-genre, aan het woord: „Zombies zijn dood. Ze zijn stijf. Zo loop je nu eenmaal als je dood bent.”

De zombies zijn overal in Do Zombies Dream of Undead Sheep?, zelfs als het over de hersenen van de levenden gaat. Want waarom zijn mensen ’s nachts bang op het kerkhof, terwijl ze dondersgoed weten dat er geen zombies bestaan? En welke hersengebieden zijn bij het besluit betrokken om een bijl op te pakken (om het hoofd van een zombie mee in te slaan)?

Pas in het laatste hoofdstuk durven Voytek en Verstynen buiten hun vakgebied te treden. Dan gaat het over zombies in de dierenwereld: parasitaire schimmels die de hersenen van mieren kapen om zichzelf te verspreiden. En als zombie zijn een ziekte is, hoe zou je het dan genezen? Een pilletje kan al die hersenschade niet genezen. Maar transcraniale stimulatie, met elektrisch geladen sponzen op de schedel stroom door de hersenen leiden, zou zombies in ieder geval wat docieler maken. Daar hadden de auteurs makkelijk twee aparte hoofdstuk mee kunnen vullen.

Do Zombies Dream of Undead Sheep? blijft nu te veel hangen in de traditionele hersenwetenschap. De populair-wetenschappelijke zombieklassieker moet nog verschijnen.