Ahmed Aboutaleb en zijn Ich bin ein Berliner-moment

Als je niet tegen humoristische krantjes kunt, „rot toch op”. Harde taal van een „woedende moslim”.

Hij stelde zich charmant voor, de nieuwe Parijzenaar ‘Charlie’ Aboutaleb. Even nederig als helder. Moi je m’appelle Ahmed Aboutaleb – hij zei het gedragen, zo zou zijn vader de imam het ooit in Noord-Marokko hebben kunnen zeggen.

Hij veronderstelde geen voorkennis bij zijn nieuwe stadsgenoten. Normalement je suis le maire de Rotterdam – zo zeg je dat in het Frans. Sommige Parijzenaars wisten het trouwens misschien nog, want onder meer Le Monde en L’Express drukten na zijn aantreden in 2007 al eens grote portretten van hem af. Franse media waren geïntrigeerd door zo’n bijzondere burgemeester, een moslim die ook nog eens streng is tegen moslims. Frankrijk heeft meer dan vijf miljoen moslims, onder wie intellectuelen en activisten, maar zulke burgemeesters kom je niet tegen in de grote steden daar.

Toen kwam Aboutalebs zin van de week, zijn Ich-bin-ein-Berliner-moment. „Mais ce soir je suis Parisien et je m’appelle Charlie”. Hij liet Rotterdam applaudisseren, hij moedigde de duizenden op het plein aan. Ze moesten in Parijs kunnen hóren dat de Rotterdammers solidair zijn met de slachtoffers van de terreuraanslag op een ‘krantje’ van humoristen op maar 500 kilometer afstand van hun stad.

Een krantje, zo zei Aboutaleb dat eerder in de week op tv, in een andere intussen veel geciteerde zin: „Als je het niet ziet zitten dat humoristen een krantje maken, ja... mag ik het zo zeggen: rot toch op!” Aboutaleb scheidt gewelddadige radicalen streng van de moslims. Hij zegt tegen aanhangers van geweld: jullie horen niet bij ons.

Velen spraken deze week van een aanslag op de vrijheid van meningsuiting en de democratie. Deze burgemeester zei erbij dat hij een „woedende moslim” is. Hij vóelde wat er met Europa gebeurde deze week. „Dit grijpt me heel diep, tot in mijn ziel. Ik voel het in heel mijn lichaam. Het is erg belangrijk dat moslims hier massaal afstand van nemen.”

Zijn persoonlijke leven, zijn positie en morele overtuigingen kwamen samen in de zinnen die hij zei. Duidelijke grenzen, duidelijke taal, duidelijke waarden, daar gelooft hij in. Hij wil stabiliteit. En hij gelooft in de ‘Wij-samenleving’. Daar hoort iedereen bij, ook verreweg de meeste moslims.

Voor wie er niet bij wíl horen, geldt het strenge verhaal: wegwezen. Hij zegt dat al maanden, en hij zei het ook na de moord op Theo van Gogh in 2004: wie de democratische waarden niet deelde, kon „het eerste vliegtuig” naar Afghanistan of Soedan nemen.

Maar Aboutaleb is ook de eerste om in een week als deze te herinneren aan de terreur in Pakistan, waar moslim honderden andere moslims doden. Voor die ‘brede blik’ krijgt Aboutaleb waardering, ook in zijn partij.

Niet iedereen houdt van zijn rechtlijnigheid. Bram van Ojik van GroenLinks vindt dat hij problemen juist erger maakt door jihadi’s naar Syrië te willen jagen. En wat als ze terugkomen? Het kabinetsbeleid is: oorlogsgangers tegenhouden.

In de Rotterdamse De Moslimkrant schreef een columniste in december dat Aboutaleb de ‘taal van Wilders’ is gaan spreken. Op de opiniesite wijblijvenhier.nl, van vooral jonge moslims, werd hij voor ‘huismoslim’ uitgemaakt: de geloofsgenoot die zegt wat Hollanders willen horen. Deze week kreeg Aboutalebs ‘rot op’ in het buitenland bijval: van de Antwerpse burgemeester Bart De Wever – geen politicus die als moslimvriendelijk geldt.

Zijn toespraak ontging Franse media. Maar misschien komt de echo nog. Ahmed Aboutaleb heeft zich deze week gemeld als Europeaan met een ver-dragende stem. In Nederland was hij l’homme de la situation, de man die de krachtige woorden vond waar het land naar zocht.