8,75 per uur maar niemand heeft de schuld

Twee mastertitels, minder kansen dan een havist met ervaring, en voor een callcenter gaan werken. Dat is de harde werkelijkheid voor veel twintigers. Maar protesteren tegen de financiële sector heeft geen zin, vindt Walt van der Linden.

Een van mijn beste vrienden (laten wij hem ‘Rob’ noemen) is een niet bijzonder intelligente, relatief onervaren, doch buitengewoon gedisciplineerde jongen van dertig jaar. Twee jaar geleden betrad hij de arbeidsmarkt met twee mastertitels op zak, te weten: Biomedische Wetenschappen en Forensic Science. Het zal u wellicht verbazen dat de plek die hij als het startpunt van zijn professionele carrière heeft gekozen een callcenter was van Unamic/HCN, alwaar hij à raison de 8,75 per uur (en dat is bruto) sympathiseert met moeders die de Hello Kitty Lego-boerderij die zij in goed vertrouwen bestelden bij ’s Neerlands grootste webwinkel pas de dag na Sinterklaas kregen thuisbezorgd.

Omdat een nulurencontract inhoudt dat de arbeidsovereenkomst op elk moment zonder opgaaf van redenen eenzijdig kan worden beëindigd, is de praktijk er een van ‘slikken of stikken’. Het is zaak niet uit de pas te lopen. Dus loopt mijn oud-klasgenoot niet uit de pas. In tegendeel: na een jaar noeste arbeid kreeg hij het voor elkaar op te klimmen tot de rang van ‘senior agent’. Die fungeert als opzichter, die de groentjes tot steeds hogere prestaties moet aansporen middels subtiele en minder subtiele vormen van intimidatie. Het intimideren is minder vermoeiend dan het sympathiseren. Qua salaris is hij er exact zestig cent op vooruit gegaan. Bruto.

Waarom zou een jongen met twee mastertitels op zak bereid zijn om voor minder dan negen euro per uur (bruto) arbeid te verrichten onder het type pseudo-naaiatelier-omstandigheden dat normaliter is voorbehouden aan schoolverlaters met een strafblad zo lang als het CV van Eelco Brinkman? Dat weet ik wel: dankzij de depressie is Rob kansloos.

De jongens en meiden die samen met mij het vwo hebben doorlopen, moet u weten, zijn twaalf jaar later een gezelschap van postbezorgende politicologen, meesters in de rechten die voor telefoniste spelen bij een incassobureau, en journalisten die het hoofd boven water proberen te houden door hun sociale huurwoning te verhuren via AirBNB, danwel op regelmatige basis als vrijwilliger optreden bij medische experimenten (een bijverdienste die gepaard gaat met een opname van meerdere weken in een Groningse kliniek, de dagelijkse injectie van (nog) niet-goedgekeurde medicijnen, en een schier eindeloze lijst aan fysieke eisen en restricties, waaronder ‘geen hooikoorts’, ‘geen tatoeages rond de navel’, en mijn absolute favoriet: ‘het gebruiken van dubbele anticonceptie’ („Zodat je ze niet kunt aanklagen, mocht je toevallig vader worden van een mutant”, zo legde het semiprofessioneel proefkonijn mij eens uit).

Deze gevallen zijn niet alleen exemplarisch voor de situatie waarin veel van mijn hogeropgeleide generatiegenoten zich thans bevinden, maar vooral ook voor de vindingrijkheid waarmee zij de gevolgen van de absurd hoge jeugdwerkloosheid het hoofd proberen te bieden. Met een overheid die mikt op een combinatie van het aanstellen van Mirjam Sterk als ‘ambassadeur jeugdwerkloosheid’ (taakomschrijving: bij Pauw & Witteman strooien met tips van het niveau ‘update je Linkedin-profiel’) en het continu verzwaren van de exameneis voor een bijstandsuitkering rest er weinig anders dan het uiterste te vragen van de eigen veerkracht.

Oud-klasgenoten die op hun zestiende zonder diploma de havo verlieten zijn vaak beter af dan de mastertitels. Op een ruime arbeidsmarkt blijkt werkervaring namelijk vele malen waardevoller dan een sjiek diploma. De paradox is dat iedereen vraagt om ervaring, maar dat je ervaring nodig hebt om ervaring op te kunnen doen. En wordt er geen of weinig ervaring gevraagd, dan concurreer je met een bataljon jongeren met exact dezelfde uitgangspositie. De reactie op je sollicitatie zal doorgaans beginnen met een zin als ‘Wij hebben meer dan x aantal reacties ontvangen’, waarbij ‘x’ niet zelden een veelvoud van honderd vertegenwoordigd.

Uiteraard heeft niet iedereen het even zwaar. Wie voor de crisis al aan de bak was, of over een schaars diploma (protip: Scheikunde) beschikt, heeft het makkelijker dan iemand die in 2007 besloot dat hem een carrière wachtte binnen het openbaar bestuur. Een diploma bestuurskunde devalueert namelijk aanzienlijk op het moment dat de overheid besluit tot drastische verkleining van het ambtenarenapparaat. Mijn generatie valt te verdelen in winnaars en verliezers. De relevante factoren kunnen nauwelijks aan het individu worden toegeschreven. Leeftijd, diploma en datum van afstuderen geven een akelig accurate voorspelling van het kamp waar je als twintiger toe zult behoren.

Maar klagen doen de callcenteragents en proefkonijnen niet. Niemand die het in zijn hoofd haalt zijn of haar misère publiekelijk aan de economische malaise te wijten. Die lijkt te worden beschouwd als een abstract meta-verschijnsel. Zelfmedelijden is even zeldzaam als solidariteit. De mentaliteit van deze generatie is beslist Amerikaans: nee, niet iedereen krijgt dezelfde kansen. Maar in elk dubbeltje schuilt de potentie van een kwartje. En de ontbrekende vijftien cent zal je van niemand cadeau gaan krijgen.

Dat er niet geklaagd wordt, betekent niet dat er niet gebaald wordt. Jeugdwerkloosheid is geen luxeprobleem. Een complete generatie is niet in staat het leven te leiden dat zij zou willen, en dat gaat niet over een decadente levensstandaard. Dat gaat over zelfstandig wonen. Reizen. Relaties. Trouwen. Kinderen. Je leven leven. Er is gepoogd de ‘mythe van de verloren generatie’ te ontkrachten door te wijzen op het feit dat de inkomensachterstand in latere levensfasen weer wordt ingelopen. Maar dan wordt voorbijgegaan aan de bescheiden maar fundamentele verwachtingen die wij in de derde en vierde decennia van ons leven hebben. Vertaling: met 8,75 p/u neem je niet eens een scharrel mee uit eten, laat staan dat je kan gaan denken aan het stichten van een gezin.

Maar er is simpelweg niemand om de schuld aan te geven. Om Churchill te parafraseren: het huidige systeem is het slechtst mogelijke, uitgezonderd alle overige. Geen status quo om te doorbreken, geen gevestigde orde om omver te werpen, geen waardenstelsel dat vervangen dient te worden. Twintigers berusten, domweg omdat zij beseffen dat fulmineren tegen de financiële sector geen effect sorteert. Idealisme heeft plaatsgemaakt voor realisme. En illusie voor desillusie.