Zij vertellen jongeren wat wel en niet mag

Het aantal speciaal opgeleide stadswachten die jeugdoverlast moeten tegengaan, wordt uitgebreid. „Veel jongeren die hier wonen, worden thuis niet gecorrigeerd.”

Jeugdhandhavers Rikki en Ricardo werken in de wijk Bospolder-Tussendijken. Op pleintjes wordt veel gevoetbald, maar ook veel gehangen.
Jeugdhandhavers Rikki en Ricardo werken in de wijk Bospolder-Tussendijken. Op pleintjes wordt veel gevoetbald, maar ook veel gehangen. Foto’s David van Dam

Nee, het was geen vechtpartij, verzekert de Marokkaanse jongen voor de belwinkel. De dikke pols komt door het straatvoetballen. Een antwoord waar jeugdhandhaver Rikki – die vanwege haar werk niet traceerbaar wil zijn en dus alleen met voornaam genoemd wordt – allerminst gerust op is, maar een betere uitleg blijft achterwege. „Toch blij dat ik even contact met hem heb gemaakt”, zegt ze terwijl ze haar collega op de Schiedamseweg bijbeent. „Dat is een van de jongens die we in de gaten houden.”

Sinds een paar jaar heeft de gemeente jeugdhandhavers. Speciaal opgeleide stadswachten die jeugdoverlast moeten beëindigen. Wegens de goede resultaten in Delfshaven en IJsselmonde wordt de aanpak binnenkort uitgebreid. Naar Oud-Crooswijk, waar eind vorig jaar een wijkagent door jongeren werd bedreigd en een container met sportspullen in vlammen opging. En naar Feijenoord. Het gemeentebestuur heeft vijftien zogenoemde hotspots aangewezen, plekken waar jeugd de meeste overlast geeft. Rotterdam telt momenteel 13 jeugdgroepen (waarvan 5 crimineel). In de hotspots zijn 12 jeugdhandhavers actief. Nog eens twaalf worden opgeleid en zijn vanaf april inzetbaar.

Bospolder-Tussendijken in Delfshaven, waar handhavers Rikki en Ricardo werkzaam zijn, is een volkswijk zoals er in Rotterdam meer van zijn. Dichtbebouwd, laagopgeleid, met veel verschillende culturen en traditionele gezinnen. Eenderde van de inwoners is jonger dan 23 jaar.

Op de talrijke pleintjes wordt veel gevoetbald, maar ook veel gehangen. Dat leidt tot klachten van bewoners en ondernemers. Naar eigen zeggen hebben de twee veel tijd geïnvesteerd om in contact te komen met de jongeren, waarvan het merendeel van Marokkaanse afkomst is. Een moeizaam proces, want de uniformen en hun dagelijkse aanwezigheid wekten argwaan. „Veel jongeren die hier wonen, worden thuis niet gecorrigeerd”, zegt Rikki. „Dat zie je terug in hun gedrag op straat.” De handhavers krijgen daarom ook lessen in straatcultuur en de omgang met jongeren. „Maar ze moeten niet denken dat ik in straattaal tegen ze ga praten”, aldus Ricardo. „Als het ernst is, laat ik ze dat in duidelijk Nederlands weten.”

Inmiddels noemen de twee de verstandhouding goed. Ze spreken de jongeren op straat makkelijker aan op hun gedrag en op wat wel en niet mag. Bekeuren doen ze met regelmaat. De handhavers hebben extra bevoegdheden om op te treden tegen nodeloos hangen in portieken, het neersmijten van lege blikjes en openbaar alcoholgebruik. Soms vindt een aanhouding plaats.

De basis van deze aanpak ligt in het Nieuwe Westen. In 2010 gingen daar voor het eerst stadswachten – toen straatcoaches geheten – aan de slag met jongeren. Na afloop van de proef gaven bewoners en winkeliers aan zich veiliger te voelen. Ook waren de twee overlastgevende jeugdgroepen uit het straatbeeld verdwenen.

De actieradius van de 24 jeugdhandhavers is in zo’n grote stad beperkt. „We weten dat Rotterdam geen nonnenklooster is”, zegt wethouder Joost Eerdmans (Leefbaar Rotterdam), verwijzend naar een eerdere uitspraak van korpschef Frank Paauw. „Maar accepteren dat jongeren overlast veroorzaken, doen we niet. We stellen grenzen en zitten er bovenop.”

Inzet van de jeugdhandhavers staat niet op zichzelf. Nauwe samenwerking is er met politie en jongerenwerk. Agenten houden zich grofweg bezig met de criminele jongeren, terwijl jongerenwerkers moeten voorkomen dat zij overlast veroorzaken. „Daar passen de handhavers precies tussen”, zegt Eerdmans.

Voor de zomer wil Eerdmans een nieuw actieplan jeugdoverlast klaarhebben, waarin meer aandacht is voor de rol van ouders. „Want wat doen zij als hun kind tot 3 uur ’s nachts op een bruggetje hangt?”