We zijn allemaal Charlie niet

Arjen van Veelen bekijkt elke vrijdag waar we ons deze week over opwonden op sociale media. Wat zegt dat over ons? Vandaag: de JeSuisCharlie groepsfoto’s.

Zo’n beetje alle mediaredacties van Nederland, van De Gelderlander tot Hart van Nederland, hielden gisteren een minuut stilte. En zo’n beetje alle redacties plaatsten daarvan groepselfies op Twitter. Je zag redactievloeren met ernstig kijkende redacteuren en de hashtag #JeSuisCharlie. De Telegraaf meldde zelfs dat er grote belangstelling was van cameraploegen om de tranen van de Telegraaf-redactie te filmen. Zelden was journalistiek zo navelstaarderig.

Ook NRC Handelsblad ging mee in dit wereldwijde verdriet. Wie gisteren langs het Rokin reed, waar deze krant gevestigd is, zag actieposters achter de ramen geplakt met ‘Ik ben Charlie’. Ik kan me niet herinneren dat dit na 11 september gebeurde. Kennelijk was deze aanslag erger.

Wie Twitter of tv volgde, moest wel denken dat alle Nederlandse journalisten een persoonlijk leed te verwerken hadden gekregen. Dat dacht mijn jongste broertje in elk geval, hij stuurde me een attent mailtje: ‘gecondoleerd’. Pas na toen drong de ernst van de aanslag goed tot me door: die klootzakken met hun kalasjnikovs hadden onze journalisten in emotionele activisten veranderd. Dag bestaansrecht. Wie nu nog denkt dat onafhankelijke journalistiek bestaat, is ruw wakker geschud.

Om verschillende redenen is het gek als Nederlandse journalisten zich met Charlie vereenzelvigen. Bijvoorbeeld omdat het selectieve empathie is. Er zijn jaarlijks honderden aanslagen overal ter wereld. Er worden jaarlijks ook honderden journalisten vermoord. Waarom dan nu actieposters?

Maar ook omdat de heroïek van Charlie niet de onze is. Nederlandse journalisten zijn doorgaans veel volgzamer, liever en bereidwilliger tot zelfcensuur dan Charlie. Het kantoormeubilair van de redactievloeren is misschien hetzelfde, maar de mentaliteit niet. We hebben verder ook geen satirische cartoonisten die consequent Mohammed beledigen. (Alleen Jalta en GeenStijl komen in de buurt; zij mogen meevoelen met Charlie).

Maar de belangrijkste reden is dat journalisten geen activisten moeten zijn. In het algemeen is het niet netjes om op een selfie te gaan bij andermans tranen. Maar zeker voor journalisten.

Maar zij zijn toch ook mensen van vlees en bloed? Met gevoelens? Ja, en ik heb ook een traan gelaten om de beelden. Maar het zijn ook bewakers van de democratie - zouden dat moeten zijn. Het zijn een soort politie-agenten. En net zoals agenten kalm hun werk moeten blijven doen, ook nu er collega's zijn vermoord, moeten journalisten dat. Hun werk: onafhankelijk blijven berichten. Zo staat dat ook in alle statuten. Of sneuvelen die na een aanslag?

Tegen mijn broertje en andere lezers zou ik willen zeggen: het is een misverstand. Ik ben Charlie niet. Ik ken Charlie niet. Ik had ook geen abonnement op Charlie.

Wie Charlie wil zijn, doe als Charlie Hebdo zelf: dat blad verschijnt volgende week gewoon weer. En als de mensen van Charlie Hebdo, die persoonlijk getroffen zijn door de aanslag en betraand zullen typen en tekenen, daartoe in staat zijn, moet het op de vloeren van Hart van Nederland, NRC en de Telegraaf ook wel lukken.