vraag 5 Waarom gaan humor en de islam zo moeilijk samen?

Ook Turkije kent satirische weekbladen. De ene cartoonist gaat verder dan de andere. Maar over één ding zijn ze het allemaal eens: van de profeet Mohammed blijf je af.

... en in Hilversum ...
... en in Hilversum ... Foto ANP

Sefer Selvi en Zafer Aknar zitten tegenover elkaar te roken in een aftands kantoortje op de derde verdieping van een oud pand in het centrum van Istanbul. De rest van de redactie van het satirische Turkse weekblad LeMan is leeg. Ze zwijgen. Het voornemen is om een speciale uitgave te maken voor hun Franse collega’s van Charlie Hebdo, maar de inspiratie ontbreekt. Ze zijn in rouw. Er komen even geen grappen bij ze op.

Dat komt normaal niet voor. Iedere week staat LeMan vol spotprenten, het politieke nieuws geeft aanleiding genoeg. LeMan is één van de bekendste satirische tijdschriften in Turkije, naast Penguen en Uykusuz. Sinds acht jaar is er ook CafCaf, voor een religieuzer en conservatiever publiek.

In Turkije is 99 procent van de bevolking moslim. Dat betekent niet dat er niet gelachen wordt. De satirische traditie zou teruggaan tot de tijd van sultan Abdul Hamid de Tweede (1842-1918) en zijn uitzonderlijk grote neus. Grappen maken over moslims gaat prima, vertellen tekenaars. Maar de islam beledigen, daar is niemand mee gediend.

Zonder zelfcensuur speel je extremisten alleen maar in de kaart, zegt tekenaar Selvi. „Dan geef je ze de kans te zeggen ‘kijk, ze bekritiseren wat voor ons het meest heilige is’.” Hij kiest ervoor wel onthoofdingen te tekenen, maar niet de profeet Mohammed als een terrorist. „Dat heeft geen zin en beledigt alleen maar. Want er zijn ook gewone religieuze mensen die in de profeet geloven. Door zoiets te doen duw je alleen maar normale mensen naar de kant van de radicalen. Ik ben daar voorzichtig mee.”

Vroegen ze er niet een beetje om?

Zowel de redactie van LeMan als die van Penguen krijgt na de aanslag op Charlie Hebdo bedreigingen via sociale media. Fijnslijpers nemen hun cartoons nog eens onder de loep. Ene Ibrahim Yörük wijst zijn volgers op Twitter bijvoorbeeld om drie uur ’s nachts op een tekening van biddende moslims in Penguen. Op de muur waarbij ze bidden staat in het Arabisch, waardoor het niet meteen opvalt: ‘Er is geen Allah en religie is een leugen.’ Ook zouden de hanglampen de vorm van condooms hebben. Yörük tweet: #CharlieHebdo. Kijk, je kunt geen satire bedrijven door het geloof van mensen te beledigen #Penguen.

De redactie van Penguen besluit ’s morgens na overleg met alle tekenaars dat het maar beter is geen interviews te geven. Yörük krijgt ondertussen een golf van kritiek over zich heen, waarbij mensen hem uitdagen expliciet te maken wat hij bedoelt. Verdienen de mensen van Penguen het soms ook afgeslacht te worden? „Ons moslim-zijn wordt op de proef gesteld door islamisten als jij”, is een van de vele commentaren. Hij verwijdert uiteindelijk de tweet.

Ook dagbladen met koppen op de voorpagina als ‘Aanval op het tijdschrift dat onze Profeet beledigde’ zwakken in de loop van de dag hun toon af, hoewel sommige columnisten laten doorschemeren dat ze vinden dat Charlie Hebdo er een beetje om vroeg. Op radio en tv gaan veel van de discussies over toenemende islamofobie in Europa.

Mohammed is perfect

„Humor is niet bedoeld om te beledigen of iets belachelijk te maken, maar om menselijke vraagstukken ter discussie te stellen”, zegt Faruk Günindi, een van de tekenaars en mede-eigenaren van CafCaf, een tijdschrift met satirische tekeningen waarin de makers zeggen tegelijk ‘bepaalde waarden hoog te houden’.

Zijn collega Yusuf Kot legt uit: „Voor ons als moslims is de islam perfect en de profeet Mohammed de grootste perfectie. Dan is er dus ook geen probleem en dus niets om te karikaturiseren. We kunnen wel discussiëren over wat moslims verkeerd doen en of ze consistent zijn in hun gedrag.” Grappen in CafCaf gaan bijvoorbeeld over geboden in de islam die soms worden gebracht als schoenen die je eerst moet inlopen, waarna ze vanzelf een beetje meerekken.

Waar je grappen over kunt maken en vooral wat taboes zijn is cultureel bepaald, denkt Günindi. In sommige culturen moet je het niet wagen grappen over vaders te maken, geeft hij als voorbeeld. In Turkije beledig je de islam niet. Zelfs niet als je niet gelooft, vult hij aan. „Humor lijkt misschien universeel, maar dat is het niet”, zegt Kot. Hij zou zich niet op zijn plaats voelen bij Penguen of LeMan, uitgaven die sterk politiek gekleurd zijn en voortdurend de conservatieve regering bekritiseren. Op een bekende cartoon van tekenaar Musa Kart zaagt de huidige president Erdogan stukken van een enorme kebab die democratie heet.

Op de redactie van LeMan heerst verslagenheid. „We zijn zo moe van alle beledigingen”, zegt hoofdredacteur Zafer Aknar met tranen in zijn ogen. Hij koestert een speciale uitgave uit 2002, in samenwerking met Charlie Hebdo. Op de voorpagina staat een fotomontage waarop een van de Turkse redacteuren zogenaamd de bekende Franse cartoonist Georges Wolinski martelt om hem te dwingen te zeggen wanneer Turkije eindelijk de EU in mag. Wolinski werd woensdag vermoord.