Voor alle gemeenten dreigen forse tekorten

Gemeenten wacht een beproeving. In 2018 dreigt een gezamenlijk begrotingstekort van 4,8 miljard euro. Maar gemeenten zijn verplicht om een sluitende begroting te hebben. Dus zullen zij de komende jaren opnieuw fiks moeten bezuinigen.

Dat concludeert het Centrum voor onderzoek van de economie van de lagere overheden (COELO), verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen, in de zojuist gepubliceerde studie Gemeenten in perspectief 2014-2018.

De uitgaven van gemeenten nemen de komende jaren fors toe door de nieuwe verantwoordelijkheid voor taken als jeugd- en ouderenzorg. Bovendien groeit de Nederlandse bevolking, en daarmee, zegt het COELO, het aantal kostenposten, van schuldhulp tot het aantal uitkeringsgerechtigden.

De inkomsten blijven echter achter. De decentralisatie van jeugd- en ouderenzorg gaat gepaard met forse rijksbezuinigingen; zo is er in 2017 voor jeugdzorg 15 procent minder budget beschikbaar dan in 2014. Bovendien zullen er ook in 2018 relatief weinig belastingen binnenstromen bij gemeenten. Zo maakt de onroerendezaakbelasting (ozb) in 2018 slechts 4 procent uit van de totale lokale inkomsten. De ozb verhogen biedt dus nauwelijks soelaas. Minister Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA) wil weliswaar dat gemeenten meer belasting moeten kunnen gaan heffen, zoals hij gisteren aankondigde, maar „zoiets duurt langer dan vier jaar”, zegt COELO-directeur Maarten Allers.

Er rest dus maar één ding: beknibbelen op de uitgaven. En juist dat is lastig. Op sporthallen, bibliotheken en plantsoenen hebben gemeenten al massaal bezuinigd. Er is meer te halen in ouderen- en jeugdzorg. Maar bezuinigen op mensen, schrijft het COELO, ligt nu juist gevoelig. Het kabinet denkt dat gemeenten geld kunnen besparen met meer maatwerk. Allers: „Het wordt de grote vraag of gemeenten dat gaat lukken.”