Vliegrisico niet tijdig gemeld

Nasleep vliegramp krijgt nieuwe politieke wending nu blijkt dat Oekraïne gevaar drie dagen voor ramp meldde.

Een Nederlandse diplomaat van de ambassade in Kiev is drie dagen voor de ramp met vlucht MH17 gewezen op de gevaarlijke situatie in het luchtruim boven Oost-Oekraïne. De luchtvaartmaatschappijen zijn daarop niet gewaarschuwd.

Met deze antwoorden van het kabinet op herhaalde vragen van de oppositie lijkt de nasleep van het neerstorten van de MH17 een grotere binnenlands politieke dimensie te krijgen.

Bij de ramp met het in Amsterdam opgestegen toestel van Malaysia Airlines kwamen alle 298 inzittenden om het leven. Onder hen waren 196 Nederlanders. De fracties van CDA en D66 zijn nog altijd niet tevreden over de antwoorden van het kabinet en gaan dan ook nieuwe vragen stellen.

Zij willen vooral weten waarom de luchtvaartmaatschappijen niet op de hoogte zijn gesteld. Over deze vraag is inmiddels ook de Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) een onderzoek begonnen, zo werd eerder deze week bekend. Deze commissie doet dit op verzoek van de Onderzoeksraad voor Veiligheid die de toedracht van de crash onderzoekt. Algemeen wordt aangenomen dat het toestel door een raket is neergehaald, maar het definitieve bewijs hiervoor is nog niet geleverd.

Gisteravond laat antwoordden de drie meest betrokken ministers op schriftelijke vragen dat op 14 juli, drie dagen voor de ramp, westerse diplomaten, onder wie ook een Nederlandse, door de Oekraïense autoriteiten zijn gewaarschuwd voor de gevaarlijke situatie in het luchtruim boven Oost-Oekraïne. Dat was op 14 juli nadat eerder die dag separatisten een Oekraïens vrachtvliegtuig hadden neergehaald. Volgens de ministers is tijdens een briefing voor „een breed gezelschap van diplomaten uit bevriende landen” op die dag „het algemene veiligheidsbeeld” in Oost-Oekraïne besproken. Het neerhalen van het militaire vrachtvliegtuig op 6,5 kilometer hoogte werd in die bijeenkomst genoemd als voorbeeld van de toenemende escalatie van het conflict en de rol die Rusland hierin speelde.

Over de informatie is, zo schrijven de ministers, „via de gebruikelijke interdepartementale kanalen” gerapporteerd. Maar tevens zeggen zij dat geen waarschuwingssignaal naar de luchtvaartmaatschappijen is gegaan. Dat er militaire vliegtuigen werden neergeschoten was volgens de ministers „algemeen bekend”. Daarbij was de informatie over aantallen en vlieghoogtes „soms tegenstrijdig”.

Het Tweede Kamerlid Sjoerd Sjoerdsma (D66) is verbaasd over deze houding. „Gevaar hoef je toch niet te verifiëren. Die situatie zou voldoende moeten zijn om te waarschuwen”, zegt hij.

De bijeenkomst met diplomaten in Kiev was vooral bedoeld ter voorbereiding van een EU-bijeenkomst later die week in Brussel waar de situatie in Oekraïne op de agenda stond. De Oekraïense regering bepleitte daar een stevige stellingname van de internationale gemeenschap tegen Russische inmengin in het conflict in het oosten van het land. Dat was volgens de ministers de „hoofdboodschap” van de briefing.

Het luchtruim boven Oekraïne was gesloten tot een hoogte tot 32.000 voet. Daarboven was het passagiersvliegtuigen volgens de Oekraïense autoriteiten toegestaan om te vliegen. De MH17 vloog 300 meter hoger.

Enkele vliegtuigmaatschappijen hadden eerder besloten niet over Oost-Oekraïne te vliegen. De ministers schrijven dat hiertoe enkele maanden eerder was besloten en dat dit te maken had met de onduidelijke situatie in de Krim.