‘Veiligheid Groningers bij gaswinning genegeerd’

Bij besluiten over aardgaswinning in Groningen hebben het ministerie van Economische Zaken en gaswinningsbedrijf NAM stelselmatig en jarenlang – van 1993 tot 2013 – de veiligheid van de inwoners genegeerd. Dat concludeert de Onderzoeksraad voor Veiligheid in een conceptrapport over de Groningse gaswinning dat via RTV Noord en de NOS is uitgelekt.

Een scheur in de muur van een woning in het Groningse Leermens.
Een scheur in de muur van een woning in het Groningse Leermens. Foto ANP/Catrinus van der Veen

Bij besluiten over aardgaswinning in Groningen hebben het ministerie van Economische Zaken en gaswinningsbedrijf NAM stelselmatig en jarenlang - van 1993 tot 2013 - de veiligheid van de inwoners genegeerd. Dat concludeert de Onderzoeksraad voor Veiligheid in een conceptrapport over de Groningse gaswinning dat via RTV Noord en de NOS is uitgelekt.

“De partijen”, schrijft de raad, “zagen tot begin 2013 het effect van de aardbevingen als beperkt; het was slechts een schaderisico dat vergoed kon worden. Veiligheidsrisico’s voor burgers werden niet onderkend.”

Economische Zaken, NAM en ook het Staatstoezicht op de Mijnen hadden vooral oog voor de gasopbrengst. Ten onrechte, oordeelt de raad. Al in 1993 stond vast dat aardbevingen werden veroorzaakt door gaswinning. Maar pas in 2013, een half jaar na de aardbeving bij Huizinge met een kracht van 3,6 op de schaal van Richter, drong de toezichthouder uit veiligheidsoogpunt aan op minder gaswinning. Een jaar geleden besloot het kabinet tot een jaarlijks productieplafond.

‘Toezichthouder was geen kritische waakhond’

Het ministerie van Economische Zaken had omwille van de veiligheid van de Groningers eerder de regie moeten nemen, schrijft de raad. Maar dat gebeurde niet omdat het ministerie meerdere rollen vervult. Hetzelfde ministerie geeft ook de vergunning af voor gaswinning en moet de aardgasbaten bewaken.

Intussen ontkende gaswinningsbedrijf NAM “te lang” een verband tussen gaswinning en aardbevingen, waardoor het bedrijf zijn “zorgplicht” heeft verzaakt. Het KNMI en TNO wordt een “passieve houding” verweten. Zij hadden het initiatief moeten nemen voor “een integraal en onafhankelijk wetenschappelijk onderzoeksprogramma”. En waar was het Staatstoezicht op de Mijnen? De onderzoeksraad: “De toezichthouder heeft zich jarenlang niet opgesteld als een kritische waakhond.”

Definitieve versie rapport in februari

Volgens de Raad wordt de afwachtende houding van de betrokken partijen veroorzaakt door de manier waarop het ‘gasgebouw’ is georganiseerd. Daarin werken onder meer NAM en diens aandeelhouders Shell en Exxon Mobil nauw samen met de overheid. Het gasgebouw is belast met de productie, het transport en de verkoop van gas en ingericht op het verdienen van zo veel mogelijk geld. “Minder dan tien mensen”, maken daar de dienst uit, schrijft de raad. Zij kennen elkaar goed en er is in sommige gevallen een nauwe verwevenheid tussen gassector en overheid.

Oppositiepartijen gaan minister Henk Kamp (Economische Zaken, VVD) om opheldering vragen over het rapport. Liesbeth van Tongeren (GroenLinks) noemt de onderzoeksconclusies “vernietigend”, Carla Dik-Faber (ChristenUnie) vindt het rapport “schokkend”. Ministerie en NAM wilden niet reageren op het vertrouwelijke concept.

De raad publiceert in februari de definitieve versie. Geraadpleegde bestuurders, deskundigen, bewoners, en andere direct betrokkenen mogen nog reageren op feitelijke onjuistheden in het concept.