Tot over je enkels in dahl-smurrie

Tosca Niterink en haar dans- en wandelpartner Anita Janssen roeien, wandelen en scooteren de Ganges af. Ze doen op de Achterpagina wekelijks verslag.

Graffiti in de ashram in Rishikesh waar de Beatles hebben gezeten.
Graffiti in de ashram in Rishikesh waar de Beatles hebben gezeten. Foto Anita Janssen

We schieten niet erg op en zitten nog steeds in de heilige, van bedelaars en open riolen vergeven, plaats Haridwar. Dat hoort bij zo’n heilige plaats, dat het er stinkt, vies en arm is. Diverse pogingen om hier weg te komen zijn mislukt, het begint intussen een beetje op een heel enge film te lijken!

We hebben het plan om hier met de boot weg te komen als eerste laten varen, want er zijn geen boten. De Ganges kan hier niet worden bevaren omdat hij veel te wild is en er om de paar kilometer waterkrachtcentrales zijn en omleggingen. Daar waar de rivier is drooggevallen ontstaat onmiddellijk een vuilnisbelt. Bergen plastic zakken met resten dahl-smurrie erin. Dahl, het nationale voedsel, is een linzenprutje dat er net zo uitkomt als het erin gaat. Iedereen schijt daarom kerrie-beige. In deze stinkende prutheuvels scharrelen varkens, honden en koeien rond, in de hoop wat eten van stront te kunnen onderscheiden. Annie is er gisteren tot over haar enkels in weggezakt.

Er wonen ook mensen op zo’n krioelbelt. In hun krotten met waslijnen met wapperende vodden ervoor. De ellende is hier zeer groot.

Het zal vast ook iets te maken hebben met die enorme landverschuivingen die hier in 2013 en 2014 waren, waarbij 7.000 mensen omkwamen en 9.000 dieren. „De modder stond tot aan de rand van de balie”, vertelt de eigenaar van het uiteraard smerige hotel waarin we al veel te lang verblijven.

Gisteren regende het en lag er voor de deur een jongen hartverscheurend te huilen onder een natte deken. Ik heb hem er eentje van het hotel gegeven en ondanks het feit dat ik ervoor wil betalen, is de eigenaar heel boos op me.

Als je hier trouwens een schone handdoek vraagt, pakken ze gewoon een gebruikte op van de grond in een andere kamer, vouwen hem op en zeggen „Please ma’am, clean towel”. Ach ja, een kniesoor... Toch?

Maar goed, we wilden hier weg. Eerst probeerden we het per motorriksja. Leek ons een leuk idee om vanwege het levensgevaarlijke verkeer niet zelf te gaan scooteren, maar ons te laten scooteren. Al doende kwamen we erachter, dat elk stadje zijn eigen strenge riksjaregels heeft en dat zo’n ding niet van de ene stad naar de andere mag. Toen probeerden we het per taxi, die bracht ons negentig kilometer verderop naar de stad Bijnor. Een afschuwelijke dump in de modder, van waaruit we een gammele bus namen, richting Lucknow, de hoofdstad van Uttar Pradesh. Toen we, (ongelogen!) acht uur heen en weer hadden zitten rammelen, stond op een bord te lezen dat we maar tien kilometer van Haridwar verwijderd waren.

„Laten we dan maar weer terug gaan”, besloot Annie, „want er loopt daar ook een spoorlijn.”

Ik kon wel janken!

Morgen stappen we hier in de overvolle rollende rattenkooi die men de trein noemt. Van de weeromstuit zijn we ook nog even teruggegaan naar Rishikesh. Om de ashram te bekijken waar de Beatles indertijd gezeten hebben, bij de Maharishi Mahesh Yogi (de grondlegger van de transcendente meditatie). De plek is nu overwoekerd door de jungle en graffiti. Hoe schoon komt hier de Ganges nog uit de Himalaya rollen.