Sri Lanka heeft genoeg van nepotisme

De autoritaire president Rajapaksa maakt vandaag plaats voor zijn vroegere bondgenoot Sirisena.

Foto AFP

Mahinda Rajapaksa, de man die Sri Lanka bijna tien jaar als een koning regeerde, is door de kiezers bij de presidentsverkiezingen van gisteren onverbiddelijk weggestemd. Zijn rivaal en vroegere vriend, Maithripala Sirisena, zou vanmiddag al worden ingehuldigd als de nieuwe president. In de hoofdstad Colombo vierden Sirisena’s aanhangers diens verrassende zege met vuurwerk.

De 69-jarige Rajapaksa, die de laatste weken een vermoeide indruk maakte, legde zich vanmorgen onverwachts snel neer bij het oordeel van de kiezers. „Ik respecteer ons democratische proces”, zei hij en ontruimde prompt de presidentiële ambtswoning. Daarmee bleek de vrees dat hij en zijn familie bij verlies de macht niet goedschiks zouden opgeven en mogelijk zelfs het hun gunstig gezinde leger zouden inzetten ongegrond.

Sirisena (63), tot november minister van Volksgezondheid in het kabinet van Rajapaksa en plotseling overgelopen naar de oppositie, kreeg volgens voorlopige resultaten ruim 52 procent van de stemmen. Rajapaksa bleef rond de 46 procent steken. Veel Sri-Lankezen, niet alleen minderheden zoals de Tamils maar ook veel armere Sinhalezen, hadden vooraf al gezegd tegen Rajapaksa te willen stemmen. Ze hadden genoeg van het nepotisme, de persoonsverheerlijking en de corruptie van Rajapaksa en zijn familie. Dat Sirisena tot voor kort een nauwe bondgenoot van de president was deed er voor hen minder toe.

Het betekent dat paus Franciscus, die dinsdag in Sri Lanka arriveert voor een kort bezoek, zal worden opgewacht door president Sirisena, dezelfde man die door Rajapaksa en zijn entourage de laatste weken steevast werd uitgemaakt voor een Judas.

Grote vraag is wat Sirisena met zijn nieuwe macht gaat doen. Rajapaksa had na zijn zege in 2010 de grondwet laten aanpassen zodat hij niet alleen langer zou kunnen aanblijven maar ook veel meer macht kreeg. De veel bescheidener Sirisena heeft plechtig beloofd die hervorming te zullen terugdraaien. Hij wil terug naar een stelsel met meer invloed voor het parlement, een echt onafhankelijke rechterlijke macht en meer persvrijheid.

Maar het zal hem niet meevallen een samenhangend beleid te voeren, omdat hij aan het hoofd staat van een heel diverse coalitie van etnische minderheden, oppositiepartijen van de Sinhalese meerderheid en boeddhistische nationalisten staat.

De belangrijkste minderheid, de Tamils, hebben massaal op Sirisena gestemd. Daarmee wilden ze Rajapaksa straffen, die na de bloedige beëindiging van de opstand van de Tamil Tijgers in 2009 geen enkele poging tot verzoening heeft ondernomen. Veel hebben ze van de nieuwe president niet te verwachten. Wel heeft hij een nieuw, onafhankelijk onderzoek toegezegd naar oorlogsmisdaden in de slotfase van de strijd tegen de Tamil Tijgers. Maar van een internationaal onderzoek, waarop de VN aandringen, wil Sirisena net zo weinig weten als Rajapaksa. Sirisena heeft zijn vroegere chef bovendien bij voorbaat al vrijwaring van vervolging beloond.

Met grote bezorgdheid zal de nederlaag van Rajapaksa zijn ontvangen in Beijing. De Chinezen hadden onder Rajapaksa hem meer voet aan de grond gekregen. Ze pompten niet alleen miljarden dollars in de infrastructuur en de economie maar knoopten ook nauwere defensiebetrekkingen met Colombo aan. Twee maal deden Chinese onderzeeboten Sri Lanka aan. Tot ongerustheid van de Verenigde Staten en grote buurman India. Niet voor niets verwelkomde de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, John Kerry Sirisena's zege.

De nieuwe president zal zijn land, dat vaak als een ‘swing state’ wordt gezien tussen Oost en West, naar verwachting meer op een middenkoers brengen tussen de grote mogendheden. „Maar we zijn niet tegen Chinese investeringen”, zei Sirisena deze week tegen een Indiase krant. „We willen ook goede betrekkingen met China.”