Sidderend van weerzin vrijen met een griezel

In deze koortsachtige 19de-eeuwse roman bezwijkt een mooie officier voor een oerlelijke vrouw. Zij jaagt hem op tot hij rijp is voor de pluk, maar zal de strijd verliezen.

Valeria D'Obici als Fosca in de filmPassione d’Amore van Ettore Scola
Valeria D'Obici als Fosca in de filmPassione d’Amore van Ettore Scola

Actrice Renee Zellweger, beroemd als lelijk eendje Bridget Jones maar eigenlijk helemaal niet lelijk, koos voor cosmetische chirurgie. De hoon op de sociale media was instant, massaal en laaghartig. Niet omdat deel 3 van de Bridget-Jonesfilms het nu zal moeten doen met een atypische Bridget: smalle kaak, platte wangen, wijde meisjesogen, maar omdat Zellweger ‘iets liet doen’ – we vonden haar mooi zoals ze was en wie denkt ze wel dat ze is.

Een vrouw moet mooi zijn, maar ze moet niet denken dat ze baas is over haar eigen uiterlijk.

Die dwang tot vrouwelijke schoonheid zou een veeg teken zijn van deze tijd. Van oppervlakkigheid, uniformiteitsdenken, consumentisme. Van oprukkend moreel verval.

De literatuur weet beter. In 1869 beschreef Iginio Ugo Tarchetti het lot van een echt lelijke vrouw, in zijn roman Fosca: ‘Een vrouw leeft om bemind te worden en omdat dat uitsluitend kan als ze lieftallig is, wordt het leven van de lelijke vrouw tot de verschrikkelijkste van alle kwellingen’ – het lijkt de wet van Hollywood wel.

Dit boek is al anderhalve eeuw onthutsend actueel. Het leidde in 1981 tot het filmsucces Passione d’amore van Ettore Scola, en in 1994 tot een geliefde musical Passion van Stephen Sondheim. Het superduo Yond Boeke en Patty Krone vertaalde het boek nu in het Nederlands.

Fosca is een vrouw van goede komaf en foeilelijk. Anorectisch en mismaakt. Opgefokt en onvoldaan. Een epileptica en een hysterica. Een vleermuis. Niettemin besloot Fosca om niet gedwee in de schaduw te leven. Agressief jaagt ze de liefde na die haar op grond van haar uiterlijk ontzegd wordt.

Stalken

Dat de man van haar dromen haar niet wil, zegt haar niets. Ze bekent hem haar hartstocht. Stalkt hem. Manipuleert hem. En vernedert zich, wat Tarchetti stof geeft voor zijn mooiste passages.

Ze maait dwars door Giorgio’s weerzin heen en krijgt hem uiteindelijk waar ze hem hebben wil: tussen haar benen.

In het personage Fosca klopt het koortsige hart van deze roman. Maar de hoofdpersoon is Giorgio, wiens ‘memoires’ het boek te lezen geeft. Mooie man, geslaagde man. Charmeur, officier. Minnaar van de mooie Clara, een getrouwde vrouw in Milaan. Giorgio wordt gelegerd in een garnizoenstad aan de voet van de Apennijnen, waar hij Fosca ontmoet, de ziekelijke nicht van zijn kolonel. Hij walgt van haar, maar ze intrigeert hem ook. Tot zijn eigen ontzetting raakt hij verslaafd aan haar. Hij kan haar niet ontwijken, althans, hij kan dat best, maar hij doet het niet.

De vertalers Boeke en Krone zijn niet bang voor de idioterieën die deze 19de-eeuwse roman bepalen. Tarchetti was een romanticus en een decadent en soms is zijn taal verregaand pathetisch. Maar deze roman terzijde schuiven is geen optie. De vertaalsters jutten de lezer op, zich verkneukelend over de dweepzucht van de personages en zich vermeiend in hun emotionele exhibitionisme. Het is of ze zeggen: moet je kijken wat Tarchetti nu weer flikt. En in de scènes met Fosca wordt Tarchetti fel en triest. Dan is de inzet geen dweepzucht meer, maar het onverschrokken lijden van een vrouw die in de aanval gaat, ook al is de strijd al verloren.

Literaire stoelendans

Geweldig bouwt Tarchetti zijn roman op. Buiten adem weeft hij aan een pervers spel dat nóg weer zieker wordt als de mooie Clara, op wie Giorgio werkelijk stapeldol is, hun verhouding verbreekt. Het is het sein voor een superieure literaire stoelendans. Nu háát Giorgio Clara. En hij verbeeldt zich dat hij in Fosca de ware liefde voor hem ontdekt die hij bij Clara zag verdampen.

Moet hij zelf weten – voor Fosca is dit het moment dat hij rijp is voor de pluk. Als een ervaren lichtmis wachtte ze haar kans af en hengelt hem nu binnen. Sidderend van weerzin voldoet Giorgio aan haar lusten. Dat is ‘dermate verschrikkelijk dat mijn geest er gruwend van wegvlucht. Twee lange uren van spasmen, kreten, beloftes en van door afgrijzen ingegeven weerspannigheid...’

De volgende ochtend moet hij duelleren, ook dat nog. Ongekend helder, zonder heroïek of zelfs tragiek, beschrijft Tarchetti de bewustzijnsvernauwing waarin zo’n nodeloze eerwraak werd uitgevochten. Het duel is een echo van Giorgo’s penetratie van Fosca. Hij wilde niet vrijen en hij wilde niet vechten. Hij deed het allebei.

Hij wint het duel, maar het voelt als verlies, er stierf een man die hij niet dood wenste. Met elke andere vrouw in zijn armen was hij de veroveraar geweest, de winnaar. In Fosca’s bed was hij een lam op de slachtbank.