‘Rapen kievitseieren draagt nauwelijks bij aan afname kieviten’

Dat zei Rendert Algra van de Bond Friese Vogelwachten in Dit Is De Dag

illustratie martien ter veen
illustratie martien ter veen

De aanleiding

Er moet een schok door de zaal zijn gegaan toen burgemeester Gerard van Klaveren dinsdagavond in het gemeentehuis in Wolvega zijn nieuwjaarstoespraak voordroeg. De burgemeester van Weststellingwerf kondigde aan dit jaar niet mee te werken aan een van de meest geliefde tradities. Ieder jaar krijgt hij het eerste kievitsei aangeboden. Maar dit jaar neemt hij het niet in ontvangst. Het gaat volgens de burgemeester zo slecht met de kievit dat eieren rapen onverantwoord is.

Onzin, volgens Rendert Algra, voorzitter van de Bond Friese Vogelwachten. In Dit Is De Dag (EO, Radio 1) werd hij over de kwestie ondervraagd. Tot ongeloof van de presentator stelde hij dat het rapen van kievitseieren nauwelijks bijdraagt aan de afname van het aantal kieviten.

Waar is het op gebaseerd?

Algra baseert zich op een Canadees onderzoek uit 2014. Drie onderzoekers van de Simon Fraser University zochten uit of het rapen van de eieren in Friesland effect heeft. Het onderzoek is vers: peer reviews zijn er nog niet. Algra vertelt dat de Bond Friese Vogelwachten de opdracht gaf, om duidelijkheid te krijgen over een gevoelig onderwerp waarover geen eerdere studies zijn verricht. Dat laatste klopt.

De burgemeester haalde twee bronnen aan: een rapport uit 2008 van het Ministerie van Landbouw over factoren die de overleving van weidevogelkuikens beïnvloeden en een verslag van het Weidevogelmeetnet Friesland over het jaar 2013.

En, klopt het?

Eerst even naar de stukken van de burgemeester. Beide gaan niet in op de invloed van het eierenrapen. Het verslag van het Weidevogelmeetnet (uitgevoerd onder regie van het Sovon Vogelonderzoek Nederland) laat uiteraard wel cijfers zien van de vogelstand. Sinds het begin van de tellingen in 1996 is het aantal kieviten in Friesland bijna gehalveerd. Toch is het opmerkelijk dat de burgemeester het onderwerp juist nu aansnijdt: sinds 2009 is de stand min of meer stabiel. En uit de allernieuwste indexcijfers, over 2014, blijkt dat het aantal kieviten juist weer licht groeit.

Het gaat om ongeveer 22.000 broedende paren. Friesland is de enige provincie waar het rapen nog is toegestaan. Maar er zijn wel strikte voorwaarden. Het mag alleen in maart, je mag alleen eieren zoeken met een pasje van de Bond, in totaal mogen er 6.000 eieren worden geraapt.

Wat tegen het vroeg rapen pleit, is dat de eerste leg van de kieviten vaak het sterkst is – vroeg in het jaar gelegde eieren zijn meestal zwaarder dan de later gelegde eieren, vertelt professor Christiaan Both, verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen. De kuikens uit die eerste lichting eieren hebben een hogere overlevingskans – dat zijn de meest waardevolle nesten.

Maar komt de afname van het aantal kieviten door die rapers? Zelfs de Vogelbescherming, tegenstander van het rapen, noemt als eerste oorzaak het intensieve agrarische gebruik, waardoor er steeds vroeger wordt gemaaid en de voedselbeschikbaarheid voor kieviten afneemt. Ook verstedelijking doet de kievit (Latijn: Vanellus vanellus) geen goed.

En het onderzoek dan, dat Algra aanhaalde? Dat oogt betrouwbaar. Prof.dr. Ron Ydenberg, een van de auteurs, is ook werkzaam aan Wageningen University. Inderdaad onderschrijft het Algra’s bewering. Na een flinke dosis hogere wiskunde komen de onderzoekers eropuit dat het rapen een verwaarloosbaar effect heeft. Hierdoor zouden er maar 0,2 procent minder kuikens uitkomen. Een kievit kan in een broedseizoen wel vijf keer eieren leggen, dus hij heeft meerdere kansen om legsels uit te broeden. Voor de afname hebben de onderzoekers wel een andere verklaring: dat het met de roofdieren, zoals de vos, juist heel goed gaat.

Conclusie

Sinds de jaren negentig zijn er aanzienlijk minder kieviten in Nederland. Verstedelijking, agrarisch gebruik en roofdieren worden als mogelijke oorzaken genoemd. Het rapen van kievitseieren, zo blijkt uit onderzoek, heeft slechts 0,2 procent minder kievitskuikens tot gevolg. Dat is verwaarloosbaar. We beoordelen de bewering van Algra daarom als waar.