Pensioen voor betere wereld

Nederlands op een na grootste pensioenfonds stopt met beleggen in hedgefondsen wegens hun „vaak beperkte oog voor maatschappij en milieu”.

PGGM is voor 80 procent eigenaar van het duurzame energiebedrijf Ennatuurlijk. Met het vergisten van koeienmest wordt zo de nieuwbouwwijk Polderwijk in Zeewolde verwarmd.
PGGM is voor 80 procent eigenaar van het duurzame energiebedrijf Ennatuurlijk. Met het vergisten van koeienmest wordt zo de nieuwbouwwijk Polderwijk in Zeewolde verwarmd. Foto Hollandse Hoogte

De televisie naast de koffieautomaat bij pensioenfonds Zorg en Welzijn stond vroeger altijd aan op RTL 7. „Maar hij staat steeds vaker uit”, zegt directeur Peter Borgdorff in het kleine hoofdkantoor in Zeist. „Omdat er zo’n tickertape met beurskoersen onderaan het beeld loopt. Daar word je alleen maar zenuwachtig van.”

Vóór de crisis was het anders bij het op een na grootste pensioenfonds van Nederland (2,5 miljoen deelnemers, 156 miljard euro vermogen eind 2014). „Er was een tijd, zeker in 2008, dat ik elke dag om half zes onze dekkingsgraad kreeg. Dan was ik vanaf kwart over vijf al een beetje met mijn bureaustoel aan het wippen”, vertelt Borgdorff.

De dekkingsgraad, de verhouding tussen het vermogen en de verplichtingen, zakte dat jaar van 148 naar 92. „Het beleggingsrendement was min 20. Alle zekerheid word je uit handen geslagen. Maar je weet ook: een pensioen bouw je op en keer je uit over een periode van zeventig jaar. De dekkingsgraad zegt niets over de lange termijn. Nu krijg ik hem één keer per week om op de hoogte te blijven.”

Zorg en Welzijn – „een echt vrouwenfonds met 83 procent vrouwen”, volgens Borgdorff – heeft lessen getrokken uit de crisis. Twee jaar lang evalueerde een beleggingscommissie met deskundigen uit binnen- en buitenland wat er fout ging. Het begon met één blanco vel papier, het werden er tweeduizend en die zijn weer teruggebracht tot één „grondwet”: een nieuw beleggingsbeleid tot 2020.

Investeringen moeten voortaan niet alleen een zo goed mogelijk pensioen opleveren, maar ook begrijpelijk, beheersbaar én duurzaam zijn. „We kijken minder naar korte termijnwinsten en meer naar de lange termijn”, zegt Else Bos, bestuursvoorzitter van PGGM dat het kapitaal van Zorg en Welzijn belegt en uitkeert.

Een van de stappen, die het fonds vandaag bekendmaakt, is dat Zorg en Welzijn stopt met beleggen in hedgefondsen. Op de eigen website zijn ze nog vriendelijk gedefinieerd als „beleggingsfondsen die rendement halen door risico’s zo goed mogelijk af te dekken”.

Te complex en te duur

Nu zegt Zorg en Welzijn over deze speculatieve beleggingen: ze passen niet meer bij ons om „de hoge beloningen in de hedge fundsector en het vaak beperkte oog voor maatschappij en milieu.” Ook zijn de investeringen te „complex”, de kosten te hoog en het rendement te laag.

Eind 2013 belegde het pensioenfonds nog in veertig hedgefondsen, waaronder Blackstone, Oaktree, Cerberus en Harbinger. Hedgefondsen vormen een klein deel van de totale beleggingsportefeuille (2 procent), maar bij een groot fonds als Zorg en Welzijn gaat het desondanks om veel geld: meer dan 3 miljard euro.

Alle pensioenfondsen in Nederland beleggen samen voor ruim 26 miljard euro in hedgefondsen, ruim 2 procent van de totale pensioenpot van 1.160 miljard euro.

Zorg en Welzijn is niet de eerste die stopt. Sinds 2008 verkleinen pensioenfondsen hun beleggingen in hedgefondsen wegens de risico’s, tegenvallende resultaten en strenger toezicht, blijkt uit onderzoek van Robeco. Van de grootste vijftig pensioenfondsen in Nederland belegt bijna eenderde in hedgefondsen, volgens de Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling (VBDO).

Hoe duurzaam is Zorg en Welzijn? Van het vermogen van 137 miljard eind 2013 was ruim 4 miljard (3 procent) belegd „in maatschappelijke oplossingen”, zoals het fonds het noemt. In 2020 moet dat aandeel investeringen verviervoudigd zijn tot 12 procent. Als het vermogen verder groeit, gaat het mogelijk om zo’n 20 miljard euro of meer.

PGGM belegt voor Zorg en Welzijn bijvoorbeeld in drie drinkwater- en afvalondernemingen in het Chinese Shenyang en Dalian. De bedrijven gaan de waterschaarste en watervervuiling in het noordoosten van het land tegen. Ook investeert PGGM in vier internationale klimaatfondsen, die beleggen in wind- en zonenergie. Het belang van PGGM zou genoeg zijn om de jaarlijkse CO2-uitstoot van 39.000 huishoudens in Nederland te ondervangen – aldus PGGM.

Een paar procent duurzaamheid lijkt heel weinig, maar het is genoeg om koploper in Nederland te zijn. Zorg en Welzijn voert al enkele jaren de ranglijst van de VBDO aan van meest duurzame pensioenfondsen in Nederland. „We kwamen ooit binnen op plaats zeventien en dat vonden we niet leuk”, zegt Borgdorff.

Portefeuille doorlichten

Afgelopen najaar ondertekende PGGM in Canada een akkoord met andere internationale beleggers om geleidelijk de CO2-voetafdruk van hun hele portefeuille te meten. Het uiteindelijke doel is een halvering van de uitstoot van koolstofdioxide, ergens in de toekomst. Het is nog niet eerder gedaan en de vraag is hoe nauwkeurig het kán.

Bos: „We beginnen dit jaar met het meten in onze aandelenportefeuille. Het kan betekenen dat we in sommige ondernemingen minder gaan investeren en van sommige wellicht helemaal afstand doen.”

„Een halvering is best veel”, zegt Borgdorff. „Er wordt letterlijk aan ons gevraagd: realiseren jullie je wel wat je zegt? We moeten steeds uitleggen waarom we deze keuzes maken. In pensioenland is het nog niet zo dat alle mensen denken: dit is de route.”

Vreemd, vindt Bos: „Als wij een miljard investeren in traditionele beleggingen in opkomende landen, vindt niemand dat gek. Maar als we 100 miljoen beleggen in een lokale warmtecentrale in Nederland dan moeten we bewijzen dat dit een goed rendement heeft. Waarom?”

Borgdorff: „We zijn anders gaan denken na 2008. Van oudsher spreiden grote beleggers het risico met een breed gedifferentieerde, wereldwijde portefeuille. Dat gold altijd als een bescherming tegen onheil. Maar die strategie heeft niet gewerkt tijdens de financiële crisis. Nu beleggen we vanuit een eigen filosofie voor een leefbare wereld. Is dat slecht voor het rendement? Onze waarneming zegt: nee. Onze overtuiging zegt: een bedrijf dat er een zooitje van maakt, komt vroeg of laat in de problemen.”

Geen garanties

Zo heeft Zorg en Welzijn in 2013 definitief afstand genomen van de tabaksindustrie. Borgdorff: „We hebben eerst jarenlange gesprekken gevoerd over de arbeidsomstandigheden op de plantages. Dat leverde niets op. Een ander punt waren de verslavende toevoegingen aan tabak, zeker met het oog op jongeren. Hoe kunnen wij mensen nou ziek maken, terwijl onze deelnemers juist werken om mensen beter te maken, dachten we? De tabaksindustrie is vooralsnog een goed renderende sector. Maar als de producenten ooit écht geconfronteerd worden met schadeclaims van werknemers of rokers, dan verschrompelt het rendement. Wat hebben wij er dan nog te zoeken?”

Bos: „Duurzaam beleggen is voor ons een oprechte oriëntatie op de toekomst. Geld kan een sturende kracht hebben voor een betere leefomgeving, niet alleen door bepaalde beleggingen uit te sluiten, maar juist ook door te kiezen voor andere investeringen. Uiteindelijk denken we dat duurzame beleggingen ook een stabieler, beter rendement opleveren.”

De keerzijde van een stabiel beleggingsrendement is dat het in de toekomst toch lager kan uitvallen. „We zitten nu op een gemiddeld rendement van 8 procent”, vertelt Borgdorff. „Dat mag van ons in 2020 iets lager zijn, gemiddeld 6,5 à 7 procent. Maar dan het liefst over een periode van vijftig à zestig jaar. We hebben er niets aan om alleen te sturen op een rendement van 7 procent of hoger. Ik zou er meteen voor tekenen, maar het ís er niet. Het ene jaar zullen we dubbele cijfers boeken, het andere jaar mogen we blij zijn als we al een positief resultaat behalen. We denken in Nederland nog steeds dat we garanties kunnen geven met pensioenen. Dat is een vergissing. Leven is onzekerheid dragen. En dat is lastig te accepteren, want we komen uit een wereld waarin er wel zekerheid leek te zijn.”