Opinie

Op grote hoogte

Het toeval is gelukkig ook in het leven van de columnist nooit ver weg. Dat ik in het Joods Historisch Museum, zoals ik woensdag schreef, op die opmerkelijke brief van Bernard Wolff „aan Zijne Excellentie” stuitte, was zo’n toeval.

Ik was voor iets heel anders naar het museum gekomen: de vertoning van de documentaire Men at Lunch van Seán Ó Cualáin. Omdat de zaal nog niet open was, doodde ik de tijd door in een belendende zaal een tentoonstelling te bezoeken waarvan ik het bestaan niet kende: die over Joden in Nederlands-Indië; daar vond ik die brief van Wolff.

Men at Lunch had weer te maken met een andere boeiende tentoonstelling in dit museum: die over de fotocollectie van de New Yorkse galeriehouder Howard Greenberg. (Deze tentoonstelling eindigt komende zondag.) Tot die collectie behoort de beroemde foto met de lange naam Lunchtime atop the World’s Largest Building (ook wel Lunch atop a Skyscraper).

De foto is genomen op 20 september 1932 en toont elf bouwvakkers die, ontspannen gezeten op een ijzeren balk op 256 meter boven de grond, de lunch gebruiken. Ze praten met elkaar, enkelen roken een sigaretje, niemand heeft zich met veiligheidsriemen verankerd. Slechts een van hen kijkt naar de fotograaf.

Wie aanleg heeft voor hoogtevrees, zoals ik, zal het zweet in zijn handpalmen voelen opkomen als hij de foto bestudeert. Je probeert je voor te stellen hoe dat moet zijn, daar op die 69ste verdieping, de gapende leegte boven en onder je, de angst voor de fatale gevolgen van één ondoordachte beweging van jezelf of een van de anderen, het gevaar van een plotse windstoot of van een meeuw die krijsend naar je lunchdoos duikt.

En hoe kom je ervanaf? Daarvoor zul je toch uiterst behoedzaam moeten opstaan. Eén struikeling en je hebt nog een paar seconden om afscheid van jezelf te nemen. En niet alleen die bouwvakkers namen veel risico, ook de fotograaf deed dat. Er werden vaker foto’s op grote hoogte genomen, soms zie je hoe de fotograaf weer door een andere fotograaf wordt gefotografeerd.

Al die mensen liepen groot gevaar, kennelijk zonder zich daar ernstig zorgen over te maken. Schoot hun fantasie tekort, of konden ze geen ander beroep krijgen vanwege de Grote Depressie? Het heeft iets raadselachtigs, net als bij het bergbeklimmen, want er vielen regelmatig doden: bij elke tien verdiepingen één dode, blijkt uit deze documentaire. Het is nog steeds een riskant beroep, alle verbeterde veiligheidsmaatregelen ten spijt.

De elf mannen werkten aan de RCA Building (later de GE Building) van het Rockefeller Center in New York, de laatste fase van de werkzaamheden was begonnen. Waarom werd die foto genomen? Was het een min of meer geïmproviseerde opname, of was het een publiciteitsstunt van het Rockefeller Center, zoals wel wordt beweerd?

We weten het niet zeker. Dat viel me ook op in die documentaire: na al die jaren hangt er nog steeds een mist van onduidelijkheid rond deze foto. Het begint al bij de fotograaf. Lange tijd werd aangenomen dat het Charles Ebbets was, maar de Corbis Corporation, de nieuwe eigenaar van de negatieven, beweert dat er geen zekerheid over bestaat. Dat geldt ook voor de identiteit van de meeste bouwvakkers. Te veel ‘familieleden’ hebben zich in de loop der jaren gemeld, het bleef bij speculaties.

Is die hele foto soms fake? Nee, daarvoor zijn geen aanwijzingen.