Ook bij -25 ademt de Oeral pure schaatsliefde

In Tsjeljabinsk heerst nog een echte schaatscultuur. De stad in de Oeral is trots op zijn oude helden, maar wil met de sport ook terug naar de wereldtop.

De Uralskaya Molnya, het overdekte ijsstadion uit 2005 in Tsjeljabinsk, is weer hersteld na de meteorietinslag van 2013.
De Uralskaya Molnya, het overdekte ijsstadion uit 2005 in Tsjeljabinsk, is weer hersteld na de meteorietinslag van 2013. Foto’s AFP en website van het schaatsstadion in Tsjeljabinsk

Vrijdagochtend in Tsjeljabinsk, 25 graden onder nul. Op het openluchtbaantje Inga, diep verscholen in het stadspark, schaatsen tientallen kinderen hun rondjes in de dwarrelsneeuw. Zoals de bewoners van de zuidelijke Oeral al sinds mensenheugenis doen. „Hier zie je nog de pure liefde van de Russen voor het schaatsen”, zegt voormalig sprintster Svetlana Kajkan, die hier in haar jeugd haar eerste baantjes reed.

Het bestaat nog, buiten Nederland: plekken waar de mensen gek zijn van langebaanschaatsen. Langs de wegen in Tsjeljabinsk, een stad met 1,5 miljoen inwoners op 1.500 kilometer ten oosten van Moskou, hangen reclameborden voor de EK allround. Op talloze baantjes schaatsen, krabbelen en ijshockeyen tieners in de buitenlucht. De Uralskaya Molnya, het overdekte ijsstadion uit 2005, heeft boven de ingang een schaatsmuseum waar Thialf jaloers op zou moeten zijn. Het stadion is komend weekeinde stijf uitverkocht. Voor degenen zonder kaartje staat buiten een beeldscherm, ook al ligt de temperatuur ver onder het vriespunt. „Mooi om met zo’n sfeer te mogen rijden”, zegt Ireen Wüst, die Tsjeljabinsk direct achter Heerenveen plaatst als schaatsmekka. „De schaatshistorie zit heel diep hier”, beseft ook Sven Kramer.

„Nu mag Nederland de beste schaatsers hebben, vijftig jaar geleden was het team van de Sovjetunie het sterkst”, zegt Irina Jegorova (74), die het schaatsmuseum bestiert. Nu schuifelt ze achter een wandelrekje door het stadion, in 1964 haalde ze op de Spelen in Innsbruck twee zilveren medailles. „Schaatsers waren sterren in de Sovjetunie”, zegt ze vol vuur.

Vooral haar ploeggenote Lidia Skoblikova uit Tsjeljabinsk: tussen 1960 en 1964 won ze zes keer olympisch goud. De overdekte baan van de stad werd niet voor niets naar haar bijnaam genoemd: de bliksemschicht uit de Oeral. „Overal in Tsjeljabinsk werd destijds geschaatst, alle zeven wijken van de stad hadden hun eigen ijsbaan”, zegt Jegorova.

Ze wijst naar talloze foto’s aan de muren: legendarische ijsbanen als Medeo in Almaty (nu Kazachstan), maar ook in Jekaterinenburg, Kolomna en Moskou, waar in 1962 liefst 107.000 toeschouwers het Leninstadion deden uitpuilen voor een WK allround.

Maar het uiteenvallen van de Sovjetunie, 25 jaar geleden, betekende een enorme klap voor het langebaanschaatsen. „Geld voor coaches was er niet meer”, zegt oud-schaatsster Kajkan. „Sommige trainers zijn als vrijwilliger doorgegaan, op hun enthousiasme. Het schaatsen is nooit verdwenen uit Tsjeljabinsk, maar het niveau werd steeds minder. Veel oude trainers zijn er nog steeds, eentje is tachtig jaar oud. Maar dat is het probleem van het Russische schaatsen: ze geloven nog steeds in de trainingsmethoden van vroeger. Daardoor blijft het op een prutsniveau hangen.”

Kosta Poltavets knikt. De bondscoach van Rusland, oud-trainer bij DSB en TVM in Nederland, probeert sinds 2010 met man en macht het schaatsen in Rusland te professionaliseren. Sotsji (2014) kwam nog te vroeg voor de echte omslag. „Wij kiezen nu voor een nieuwe generatie schaatsers, zoals Olga Fatkoelina en Alexei Jesin, maar ook voor nieuwe coaches die mijn visie delen als het gaat om moderne trainingsmethoden, zoals Dimitri Dorofejev. Alleen bereik je daarmee maar een klein deel van het Russische schaatsen.”

Het is de grote uitdaging om die professionalisering uit te breiden naar coaches en schaatsers in heel Rusland. „De talentenjacht is geopend”, zegt Poltavets. „Ik zie wel een stijgende lijn. Sport wordt steeds belangrijker, ook vanuit oogpunt van volksgezondheid. Je ziet minder mensen roken, in de parken hier zie je mensen schaatsen, joggen, langlaufen.”

Maar naast een modernisering wil Poltavets vooral een nieuwe mentaliteit bijbrengen. „De echte wil om te winnen ontbrak bij schaatsers als Ivan Skobrev of Dmitri Lobkov.” Bij de jonge generatie, zoals sprintkanon Pavel Koelizjnikov, ziet Poltavets die winnaarsmentaliteit wel. „Zij hebben wel lef. Zij durven de strijd met de wereldtop wel aan.”

In het schaatsmuseum, tussen de foto’s van Wüst en Jorrit Bergsma, die hier in 2011 een wereldbeker reden, kijkt Irina Jegorova vol trots naar de voorbereidingen op het EK, het grootste internationale toernooi uit de geschiedenis van de stad. Dat had niet veel gescheeld, zo beseft ze maar al te goed. Twee jaar geleden, op 15 februari 2013, sloeg niet ver van Tsjeljabinsk een meteoriet met een diameter van 17 meter in de aarde. De schokgolf die daarbij in de stad werd veroorzaakt richtte grote schade aan. Ook het ijsstadion liep forse schade op. Beelden van beveiligingscamera’s laten zien hoe schaatsers in paniek van de ijsvloer vluchtten, om kwart over negen in de ochtend.

Wonderlijk genoeg viel er geen enkele dode. Wel liepen veel mensen snijwonden op door rondvliegend glas. Zevenduizend gebouwen raakten beschadigd in Tsjeljabinsk. „De metalen constructie van dit ijsstadion week vijftig centimeter opzij bij de schokgolf”, zegt Irina Jegorova.

Vijf maanden duurde het herstel, de meeste sporen zijn uitgewist. Op één na: in een glazen vitrine in het museum zit een bijna perfect rond gat, veroorzaakt door een gevallen en oververhitte lamp die zich door het glas heen smolt. De lamp ligt nog steeds in de vitrine, bovenop een oorkonde. Als aandenken aan die bizarre ochtend waarop een brok gesteente met 54.000 kilometer per uur de atmosfeer binnendrong.

In het museum viel geen foto van de muur. „Dat is de kracht van het Russische schaatsen”, glimlacht Irina Jegorova. „De geschiedenis van ons schaatsen heeft dit museum beschermd tegen de meteoriet.”