Onmisbare bladzijden uit het notitieboekje van Murakami

Het schrijverschap begint met aftasten. Dat deed de Japanse grootmeester ook in zijn eerste, nu vertaalde ‘novellen’. Vermoedelijk had hij ze zelf liever niet vertaald gezien.

Haruki Murakami in Ala Moana Park,Honolulu, Hawaii, in 2008
Haruki Murakami in Ala Moana Park,Honolulu, Hawaii, in 2008 Foto Corbis

Hoe bespreek je het debuut van een schrijver die inmiddels getipt wordt voor de Nobelprijs? In de context van diens hele oeuvre? Dat lijkt me oneerlijk ten opzichte van de schrijver die het indertijd schreef, in dit geval: de 30-jarige jazzcafé-eigenaar Haruki Murakami (1949) die zich ’s nachts aan de keukentafel zette en eens iets probeerde. Of bespreek je het sec als debuut, met een zekere barmhartigheid voor de zoekende beginner? Maar hoe maak je jezelf los van wat je over dat latere schrijverschap weet?

Nu Atlas Contact eindelijk Murakami’s eerste twee romans – Luister naar de wind (1979) en Flipperen in 1973 (1980) – in vertaling heeft uitgebracht, merk ik dat het me zwaar valt er een afgewogen oordeel over te vellen. Negeer dus bovenstaande ballen. Sowieso heb ik dubbele gevoelens bij deze uitgave. Murakami heeft zich lang verzet tegen buitenlandse publicatie van zijn eerste romans. Hij is ontevreden over beide boeken en ziet De jacht op het verloren schaap (1982) als zijn eerste echte roman.

Ik las Luister naar de wind en Flipperen in 1973, meer novellen dan romans, ooit in de Engelse vertalingen die gemaakt waren voor Japanse studenten Engels en uitdrukkelijk niet bedoeld waren voor de buitenlandse markt. In deze Nederlandse vertaling zijn twee voorwoorden van Murakami opgenomen, een uit 1990 en een uit 2014, maar ze maken niet duidelijk waarom Murakami van gedachten is veranderd. Het zal toch niet ordinair uitmelken van de eigen populariteit zijn? Aan de andere kant schieten me de woorden te binnen waarmee de mensschuwe scenarist Charlie Kaufman ooit een speech begon: ‘Ik wilde iets doen waarvan ik geen idee had hoe, en ik wil jullie laten ervaren hoe het is om iemand te zien tasten in het duister, omdat dat misschien is wat kunst zou moeten bieden.’

Deze twee romans laten vooral dat zien: een schrijver die tast. Luister naar de wind wordt zoals veel van Murakami’s vroege werk verteld door een naamloze ik-figuur, een jonge student die de zomervakantie thuis doorbrengt, of beter: in Jay’s Bar, met zijn vriend de Rat. ‘Die ene zomer zopen de Rat en ik genoeg bier om een vijfentwintigmeter bad te vullen.’

De Rat is een uitgesproken figuur: gedesillusioneerd, geneigd tot tirades en een schrijver in wording. De verteller is bedachtzamer. Interessant zijn de openingspagina’s, waarin Murakami via zijn verteller gedachten over schrijven formuleert en zich ook verontschuldigt voor zijn beperkingen: ‘[Dit boek] is geen roman en geen literatuur, het is zelfs geen kunst. Het is gewoon een bladzijde uit een notitieboekje met een verticale streep in het midden. En misschien hier en daar iets wat je ervan op kunt steken.’

Flipperen in 1973 is duidelijk een vervolg. De verteller is inmiddels wat ouder en woont in Tokio samen met de tweeling 208 en 209. De Rat is gestopt met studeren en hangt rond in Jay’s Bar, op het punt zich los te weken van een vrouw, de stad en het leven dat hij kende. Het is een somberder boek, waarin de zoektocht naar een oude flipperkast centraal staat. De roman heeft al iets meer vorm dan Luister naar de wind, maar nog altijd voelt het geheel bij elkaar geraapt en associatief, al komen karakteristieke Murakami-elementen – de dood van een geliefde, eenzaten die leven aan de periferie van de maatschappij, specifieke obsessies – duidelijk naar voren. Pas in het volgende boek over de verteller en de Rat, De jacht op het verloren schaap, vindt Murakami de juiste balans. Er was in die zin veel te zeggen voor een uitgave waarin ook die roman zou zijn opgenomen. Oftewel: de hele ‘trilogie van de Rat’.

Voor fans is deze uitgave onmisbaar, al was het maar omdat de Engelse vertalingen lastig te krijgen zijn en soms wel duizend dollar doen op eBay. De voorwoorden bieden duidelijk meerwaarde, zelfs als ze elkaar overlappen. Maar verwacht niet een volgroeide Murakami. Luister naar de wind en Flipperen in 1973 vormen de aanzet tot zijn schrijverschap. Niet meer, maar ook niet minder.