‘Nieuwjaarsconcert’ KCO sprankelt en is vol technische hoogstandjes

‘Nieuwjaarsconcerten’ zijn ze officieel niet, die traditie heeft het Koninklijk Concertgebouworkest niet. Maar de drie eerste concerten in 2015 lijken er wel sterk op met hun plezierige en spectaculaire programmering in Spaans-Italiaanse sfeer en de soms erg ontspannen leiding van Mariss Jansons.

Hij oefent wat bijzondere dirigentenstandjes en maakt zelfs een enkel danspasje.

Het is een van zijn laatste Amsterdamse concertprogramma’s. Hij voert het ook nog uit in Madrid en Wenen, voor hij na bijna elf jaar chefschap op 20 maart afscheid neemt .

Een feest van orkestrale pracht en praal klinkt op in half-exotische muziek van Claude Debussy (Ibéria), Manuel de Falla (suites uit El sombrero de tres picos), Jules Massenet ( Scènes napolitaines) en Ottorino Respighi (Pini di Roma).

Het is schilderen met noten op de grens van impressionisme en expressionisme. In het zwoele deel Les parfums de la nuit laat Debussy de duisternis oplichten in echo’s van de hete dag. De Falla ontstijgt op chique wijze de Spaanse folklore.

Massenet situeert de meeslepende stijl van de Parijse ‘Grand Opéra’ en de cancan in Napels.

En Respighi komt met sfeervolle, sprankelende en verblindende schittering. Alles klinkt met veel speelplezier en brille, orkestleden demonstreerden technische hoogstandjes. Er klonk gekwinkeleer van vogels en het slot was imposant met, in de zaal verspreid, zes koperblazers.

Het publieke succes was groot, een deel van de toehoorders scandeerde „Mariss, Mariss!”