Mijn pen moet nu een zwaard zijn

Ik heb er min of meer van wakker gelegen. Dat ik nu iets moet schrijven over Charlie Hebdo. Iets wat ook nog van belang is, want deze ruimte is daarvoor gereserveerd en is sinds woensdag een nadrukkelijke vrijplaats. Mijn pen moet nu een zwaard zijn, mijn MacBook het schild. Ik vraag me af of dat niet ook een manier van zwichten is: wanneer je het gewicht van wat je doet door een ander laat bepalen.

Nu hoor ik politici op televisie zeggen wat ‘de terroristen’ willen. ‘De terroristen’ verlangen dat we bang zijn.

Als ik naar ‘de terroristen’ kijk, zie ik geen mannen met grote wensen. Ik zie mannen met machinegeweren. Ik zie dat we ineens een ‘we’ zijn dat voor vrijheid en democratie opkomt – een vrijheid en democratie die alleen scherpe lijnen krijgen wanneer een ander ze bedreigt, als de blokkendoos waar verwende Pietje nooit mee speelt, tot een ander kind ermee aan de haal gaat. Dan blijkt de blokkendoos opeens favoriet.

Met iedere aanslag worden we meer ‘we’. Ineens past imam Yassin Elforkani naast VVD-er Hans van Baalen op de ranke late-night bank van Eva Jinek. Met vochtige lippen prevelt Van Baalen: „Je suis Charlie.”

Zoals we het slachtofferschap gezamenlijk hopen te dragen door ‘Ik ben Berlijn’, ‘Ik ben Michael Brown’ en ‘Ik ben Charlie’ te zeggen, zo denken we ook ‘de terrorist’ te kennen. Maar de gekende vijand is de meest vreeswekkende, want daar pas je je op aan.

„We laten ons niet remmen.” Maar iedere keer dat we dat zeggen, is de lucht voor andere woorden ons ontnomen.

Woensdag zette ik de radio aan. Chazia Mourali, ooit van tv-show De Zwakste Schakel, mocht iets zeggen omdat zij eens in Parijs heeft gestudeerd. Een aanslag schraapt alles in Kamp Goed op één hoop: dus ben je zo BN’er en expert ineen. Er was geen informatie, dus werden er veel verschillende mensen aan het woord gelaten. Maar niets + niets + niets + niets maakt nog altijd niets.

In de strijd om vrijheid van meningsuiting moet het recht om sprakeloos te zijn niet worden vergeten.

Algauw dook er real life materiaal op. De schoten werden als soundbites afgespeeld. Bovenop het nieuws zitten voelt als bivakkeren in de montagekamer van een B-film.

Ik ben misselijk. Niet eens van het nieuws, maar van de manier waarop de twaalf doden tot mij komen. Is het soms om onszelf te beschermen? De kitscherige portettering van het kwaad moet het werkelijk ongrijpbare, dat wat we niet kunnen controleren, tot een snack reduceren? Dan begrijpen we in ieder geval waar het zieke gevoel vandaan komt.

Ik word misselijk van de vele woorden, de mijne meegeteld. De beelden. Terwijl die woorden en beelden onze wapens waren.

De punt van een pen of potlood reikt precies tot mijn huig.