Massa’s geven terroristen het juiste antwoord, op luide toon

Wijze woorden sprak minister-president Rutte gisteravond op de Dam in een gloedvol betoog. „Wij laten ons onze vrijheid niet afpakken. [..] Vrijheid is er ook voor vlijmscherpe en onwelgevallige kritiek, voor scherpe verschillen en bijtende spot. Dat is het wezen van de democratie en tegelijkertijd de kern van echte vrijheid.” Burgemeester Aboutaleb van Rotterdam trof evenzeer de juiste toon: „Als de vrijheid van het woord bedreigd wordt, past ons maar één ding: onze stem nog luider laten horen.”

Premier Rutte was in Amsterdam vergezeld van vijf leden van het kabinet. Ook elders in Nederland waren burgers bijeengekomen om te luisteren naar burgemeesters en andere sprekers, om erbij te zijn, om zich te laten horen. Om ‘Charlie’ te zijn – niet bij bij wijze van plaatsvervangend slachtofferschap, maar uit solidariteit en om de terroristen die in Parijs twaalf mensen – journalisten, cartoonisten en politieagenten – hebben vermoord, te laten weten en te laten horen dat ze niet hebben gewonnen.

Deze massabijeenkomsten en toespraken vormden het beste antwoord dat gegeven kon worden, één dag nadat Parijs in het hart was geraakt door terreur. Ook al staan die duizenden mensen die zich op pleinen hadden verzameld niet voor de hele natie.

Na deze verbale en lijfelijke getuigenissen doemt wel de vraag op: hoe nu verder? Al sinds maart 2013 geldt in Nederland dat het dreigingsniveau ‘substantieel’ is, in de terminologie van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV). Dit betekent letterlijk dat de kans op een aanslag tegen Nederland reëel is.

Maar wat doet het kabinet nu met dit gegeven, wat heeft het de Tweede Kamer te bieden als die volgende week de aanslag op Charlie Hebdo bespreekt? De opgave blijft om terreur en terreurdreiging te bestrijden zonder de grenzen van de rechtstaat te overschrijden. Want de bescherming daarvan, daar gaat het juist om.

Feit is dat de bevolking vraagt om maatregelen. De laatste ‘Risico- en Crisisbarometer’ van het NCTV – die dateert van oktober – wees het conflict met de islamitische terreurbeweging IS als het grootste punt van zorg onder de burgers aan. Het ‘Continu Onderzoek Burgerperspectieven’ van het Sociaal en Cultureel Planbureau duidde vorige maand op groeiende steun onder de bevolking om meer geld aan de aanpak van het terrorisme te besteden. Dat herinnert eraan dat het kabinet juist op de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) heeft beknibbeld – en die bezuiniging maar ten dele heeft teruggedraaid. Versterking van de diensten die met preventieve terreurbestrijding zijn belast, zou na de juiste woorden van gisteravond de juiste toegevoegde daad zijn.