Opinie

Je vrijheid verdedigen tegenover de hemel

Kamel Daoud heeft een roman geschreven, een klein literair meesterwerk vond de kritiek. Sinds ik de eerste zin las – ‘Vandaag leeft moeder nog’ – heeft het boek me niet meer losgelaten. Die zin klinkt als een antwoord op een van de bekendste eerste zinnen uit de Franse literatuur – ‘Vandaag is moeder gestorven’, waarmee L’Etranger (De Vreemdeling) van Albert Camus begint. En een antwoord ís het ook.

In het boek van Camus schiet de hoofdpersoon, Meursault, op het strand van Algiers een man dood, die alleen wordt aangeduid als ‘een Arabier’. In het boek van Daoud, Meursault, contre-enquête (Meursault, tegenonderzoek) doet de broer van het slachtoffer zijn verhaal: hij geeft de naamloze Arabier een naam en een gezicht, en vertelt hoe die gebeurtenis op het strand, waarover de halve wereld heeft gelezen, zijn eigen leven heeft getekend.

Het is geen verongelijkte aanklacht of politiek pamflet, maar een subtiele voortzetting en tegelijk een omdraaiing van Camus. Magnifiek geschreven, oordeelde Le Monde, voortaan zouden De Vreemdeling en dit boek als een tweeluik gelezen moeten worden. Een roman, wat mij betreft, om na lezing over na te denken, over door te praten en te schrijven. Maar nu verdringt de politieke werkelijkheid de literaire.

Daoud wordt met de dood bedreigd. Hij is een Algerijn, en behalve schrijver ook politiek columnist. Een salafistische imam vaardigde vorige maand op Facebook een fatwa uit, waarin Daoud een afvallige wordt genoemd die oorlog voert tegen Allah en de profeet. De Algerijnse staat zou hem in het openbaar moeten executeren, opperde de geestelijke. Geen woorden waar je in Algerije makkelijk je schouders over kan ophalen. En in Europa misschien ook niet, denk je na de terreuraanslag op de redactie van Charlie Hebdo.

Het is niet duidelijk of de woede van de imam is gewekt door de roman of door uitspraken van Daoud in de media. Allebei is denkbaar. Het boek mondt uit in een tirade van de hoofdpersoon tegen een imam. Het hele verhaal over mijn broer, zegt hij honend, kun je geloven of niet. „Het is net als met de biografie van God. Haha! Niemand heeft hem ooit ontmoet, niemand weet of zijn verhaal waar is of niet.”

In zijn krant, Le Quotidien d’Oran, schijnt Daoud al jaren met scherpe pen te schrijven over het verkalkte autoritaire regime in zijn land en over de groeiende invloed van de fundamentalisten. Religie heeft hij „het kwaad van de Arabische wereld” genoemd. We zullen niet vooruit komen, „zolang we met de kwestie van God niet in het reine komen”, zei hij in een interview over zijn boek op France 2 (terug te zien op Youtube). „De grootste uitdaging voor een Arabische intellectueel is de vraag hoe je je kan losmaken van het geloof.” Nadenken over het geloof, zei hij ergens anders, „afstand nemen, je eigen vrijheid verdedigen tegenover de hemel, is voor mij van levensbelang.” Ironisch genoeg brengt het zijn leven nu ook in gevaar.

Wie alleen maar één boek leest wordt fanatiek, wie meer boeken leest wordt steeds vrijer, zegt Daoud, die zelf aanvankelijk erg religieus was. Het werk en de filosofie van Camus hebben een bevrijdend effect op hem gehad. „Toen ik moslim was werd de hele wereld voor me uitgelegd”, vertelde hij onlangs in The New York Times. „Van Camus leerde ik dat het leven afhangt van mij en mijn daden. Ik ontdekte dat ik zelf verantwoordelijk was voor mijn leven.”

Nu is hij doelwit van de bangmakers. Maar Daoud is niet van plan zich in ballingschap te laten drijven. En zijn boek is een succes: in Frankrijk, binnenkort in dertien talen – en misschien nog wel het belangrijkste: ook in Algerije.