FNV wint zaak over Hongaarse chauffeurs

Brabants transportbedrijf moet ingehuurde buitenlandse chauffeurs betalen naar Nederlandse cao, oordeelt rechter

Tien Hongaarse vrachtwagenchauffeurs hebben recht op achterstallig loon van het Brabantse transportbedrijf Van den Bosch. De rechtbank Oost-Brabant besliste gisteren dat zij betaald hadden moeten worden naar Nederlandse basisarbeidsvoorwaarden. De hoogte van het achterstallige loon – de chauffeurs eisten samen ruim 1 miljoen euro – moet nog worden vastgesteld.

Het transportbedrijf gaat in hoger beroep. Als het tussenvonnis stand houdt, kan dat grote gevolgen hebben voor Nederlandse bedrijven met buitenlandse werknemers.

De Hongaren werden ingevlogen vanuit Boedapest en reden jarenlang ritten voor transportbedrijf Van den Bosch uit Erp, zowel binnen Nederland als vanuit Nederland naar het buitenland. Volgens Van den Bosch stonden de chauffeurs onder contract bij het Hongaarse zusterbedrijf Silo-Tank KFT en werden ze daarom betaald naar Hongaarse arbeidsvoorwaarden. Volgens de FNV, die de chauffeurs vertegenwoordigt, gaat het om een schijnconstructie met een brievenbusfirma. De chauffeurs waren in feite in dienst van Van den Bosch en moesten dus worden betaald naar de Nederlandse cao, aldus de vakbond.

Van een schijnconstructie is geen sprake, oordeelt de rechter. Silo-Tank KFT is een echt bedrijf met zestig werknemers. De chauffeurs waren wel degelijk in dienst van dit bedrijf, hun ontslag was niet onrechtmatig.

Dat de chauffeurs desondanks naar de Nederlandse cao moeten worden betaald, heeft te maken met de interpretatie van de Europese detacheringsrichtlijn. De kantonrechter oordeelt dat de Nederlandse basisarbeidsvoorwaarden ook gelden als Nederland het land is van waaruit tijdelijk wordt gewerkt.

Edwin Atema van FNV Transport en Logistiek is verheugd dat de rechter de richtlijn opvat als „werken in een vanuit een lidstaat”. Volgens hem is het de eerste keer dat een rechter in Europa uitspraak doet over de detacheringsrichtlijn in het wegtransport. „Deze uitspraak gaan we zeker gebruiken om naleving van de cao bij andere bedrijven af te dwingen.”

Volgens Marcel Wouterse, operationeel directeur van Van den Bosch, is er een nationale en internationale politieke discussie nodig over interpretatie van de Detacheringsrichtlijn. „Deze richtlijn is onvoldoende duidelijk. Deze materie vraagt om overkoepelende regelgeving die duidelijkheid moet bieden over de beloning van chauffeurs die in het internationale transport worden ingezet.”

Het kabinet wil het omzeilen van cao-afspraken tegengaan met nieuwe wetgeving. Met de Wet aanpak schijnconstructies (WAS), die minister Asscher (Sociale Zaken en Werkgelegenheid, PvdA) vorige maand naar de Tweede Kamer heeft gestuurd, wordt niet alleen de werkgever, maar ook de opdrachtgever verantwoordelijk voor het betalen van het cao-loon. Opdrachtgevers kunnen aansprakelijk worden gesteld voor onderbetaling. Onderbetaalde werknemers kunnen hierdoor beter achterstallig loon innen. Werkgevers kunnen minder makkelijk goedkope buitenlandse werknemers inhuren en sociale premies ontduiken. Asscher: „Voor gelijk werk moet gelijk loon worden betaald, of een werknemer nou uit Rotterdam of uit Roemenië komt.”