En de militairen zonnen met je mee

Reizen naar gebieden waar nauwelijks toeristen komen, is dat wel leuk? Iris Hannema ging een weekendje naar Somaliland in het oosten van Afrika.

Naar het strand met militaire escorte en de gespierde reclameman Florian Foto Iris Hannema
Naar het strand met militaire escorte en de gespierde reclameman Florian Foto Iris Hannema

Zou de taxichauffeur wel iets door zijn voorruit kunnen zien? Aan zijn binnenspiegel, recht voor zijn neus, bungelt een indrukwekkende collectie bidkettingen, Mekka-souvenirs, foto’s van zijn kinderen en geurkerstbomen in plastic. Kennelijk ziet hij nét genoeg, want mij zet hij heelhuids af in het centrum van Hargeisa, de hoofdstad van Somaliland. Het voelt Midden-Oosters aan door alle bedrijvigheid, de zandkleurige laagbouw, bankgebouwen, restaurantjes, kledingkraampjes en elektronicawinkels. Mannen lopen hand in hand en vrouwen zijn gekleed in kleurige nikabs. Vanuit de taxi vielen ze me al op en nu, te voet, zie ik er weer een tiental: kiosken met een soort artisjok erop geschilderd en de letters 725, waar opvallend veel mannen languit op matjes liggen. Ik loop langs en zie ik wat er verkocht wordt: qat, de groene bittere bladeren van de qat-plant waar praktisch de hele bevolking de hele dag op kauwt en aan verslaafd is. Je wordt er high en relaxed van. Ook de reden waarom de één hier nog verrottere bruinrode tanden heeft dan de ander, vrouwen incluis.

Buiten de stad? Militairen mee!

Voor honderd dollar in Somaliland shilling heb je een ruime rugtas als portemonnee nodig. Door de enorme deflatie van de nationale munt aast iedereen hier op de stabiele Amerikaanse dollars. Ik ook, maar dan omdat ik bijna geen contact geld meer heb. Er staan hier wel een handvol pinautomaten verspreid door de stad, maar die weigeren stelselmatig dienst. Terug in het Ambassador Hotel Hargeisa blijkt ook de pinautomaat in de lobby weer niet te werken, creditcards worden er niet geaccepteerd en PayPal heeft het hotel niet. Gelukkig kan ik in het hotel op de pof voor de volgende dag een auto, chauffeur en bewaking regelen om naar strandstad Berbeira, aan de Rode Zee, te rijden. Kosten: 250 dollar. Geen idee waarom het zo duur is, maar het is een moetje: buiten de stad Hargeisa ben je als buitenlander verplicht bewapende militairen aan je zijde te hebben.

Het is zaterdagochtend. Ik mag in het midden op de achterbank van de grijze Toyota 4x4. Aan mijn rechterzijde soldaat Hassan in zijn zandkleurige uniform met zijn kalasjnikov tussen zijn benen en links Florian, een gespierde reclameman uit Berlijn, die ik ken uit Addis Abeba. Voorin rechts de chauffeur, die als enige een beetje Engels spreekt en op de passagiersstoel soldaat Ali, ook in woestijnkleuren, een bal qat in zijn wang geparkeerd, zijn kalasjnikov hangt met de loop uit het raam. De rit duurt vier uur en gaat dwars door een dor woestijnlandschap van cactussen, boos kijkende kamelen en dorpjes waar vrouwen aan het werk zijn en mannen onderuitgezakt zitten. Het wordt elke kilometer heter en ik zie zelfs Hassan met zijn zakdoek het zweet van zijn voorhoofd vegen. Mijn hoofddoek heb ik afgedaan, ik trek het niet met dit weer.

En je bikini kan je ook thuislaten

Berbeira zou in een volgend leven een strandstad kunnen zijn zoals Sharm el-Sheikh in Egypte. Ook Somalilands kust ligt aan de Rode Zee, je kunt ook hier fenomenaal duiken en voor strandtentjes en hotels met zeezicht is plaats genoeg. Vooralsnog is dit strand verre van een vakantiewalhalla voor westerse toeristen: je hebt militairen naast je op je handdoek, bomen en struiken zijn als een kerstboom behangen met plastic zakjes, de verloederde stad aan zee voelt desolaat, zelfs de dieren verstoppen zich voor de verstikkende hitte. We rijden met onze jeep het strand op, net als de andere auto’s van lokale badgasten en parkeren zo’n dertig meter van het water. Ik duik met mijn zwarte legging en grijze trui met lange mouwen de zee in net als de gesluierde vrouwen die het water in lopen. Want hier in bikini? Ali en Hassan zouden een hartaanval krijgen, net zoals de rest van de mannen (en vrouwen) op het strand van Berbeira. We eten gebakken vis met rijst en drinken een ijskoude Coca-Cola in een restaurantje, niet aan zee, en daarna vertrekken we weer richting de hoofdstad.

Gered dankzij de Western Union

Als Western Union niet had bestaan, werkte ik hoogstwaarschijnlijk nu als serveerster in het Ambassador Hotel Hargeisa om mijn schuld af te betalen. Gelukkig werkte de geldoverschrijving vanuit West-Europa richting Somaliland en kon ik op zondagochtend, een paar uur voor mijn vlucht terug naar Ethiopië, geld ophalen bij een van hun kantoren. „Wachtwoord, mevrouw?” vroeg de man vanachter zijn bureau. „Bifi the cat.” Ik had bij het ophalen van het astronomische bedrag van vierhonderd dollar een kattennaam als wachtwoord? Hij kon er niet over uit.