Een hond bestaat bij de gratie van zijn neus

De Zuid-Afrikaanse kunstenaar William Kentridge bedenkt in zijn studio verhalen die hij vervolgens omzet in kunst. Hoe hij tot zijn fascinerende werk komt, legt hij uit in zes associatieve lezingen.

William Kentridge, Amérique septentrionale (Bundle on Back), 2007
William Kentridge, Amérique septentrionale (Bundle on Back), 2007 Uit: William Kentridge, Tapestries

Toen de Zuid-Afrikaanse kunstenaar William Kentridge werd gevraagd om een lezing over zijn werk te geven, vroeg zijn vader: ‘Heb je iets te vertellen dan?’ Het is niet de eerste vraag die in je opkomt bij iemand die zijn beeldend werk met verhalen mengt.

Zelf omschreef Kentridge, als blanke Afrikaner opgegroeid in een geëngageerd advocatengezin met Joodse wortels, zijn werk ooit als ‘politiek betrokken, maar met distantie’. Die uitersten typeren de man die vooral bekend werd door zijn houtskooltekeningen, en zijn stop-motionfilms van uit papier geknipte figuren die in beweging worden gezet. Hij interpreteert zijn omgeving, maar maakte ook animaties voor Schuberts Winterreise of voor opera’s als De neus van Sjostakovitsj en Mozarts Zauberflöte. En in zijn installaties combineert hij video met animatie, houtskooltekeningen, blaasbalgen en harde muziek: je weet soms niet waar je moet kijken.

Een voorbeeld daarvan is The Refusal of Time dat te zien was tijdens de Documenta in Kassel anderhalf jaar geleden, een indrukwekkende verbeelding van zowel de geschiedenis van Afrika als gedachten over het begrip tijd – met aandacht voor dans en muziek. De installatie had humor, maar Kentridge zette ook een wrang beeld van de wereld neer. Minder humoristisch, maar niet minder indringend was zijn ‘theateranimatie’ Black Box, die onder meer getoond werd in het Joods Historisch Museum. Hier vertelde Kentridge over de genocide op de Herero’s in het huidige Namibië – de eerste genocide die de Duitsers pleegden. Tussen 1904 en 1908 werden in de toen nog Duitse kolonie zo’n 80.000 oorspronkelijke bewoners omgebracht.

Het vertellen van uiteenlopende verhalen aan de hand van bewegende beelden is Kentridge dus wel toevertrouwd, ook al zag zijn vader er minder heil in. (‘de eer dat je gevraagd bent is er, maar betekent nog niet dat je op de uitnodiging hoeft in te gaan.’).

Koffiepot

Ondanks die vaderlijke scepsis hield Kentridge toch die lezingen. Ze zijn nu gebundeld onder de titel Six Drawing Lessons. Hij vertelt daarin over de lange weg van idee naar verhaal en dan naar uitwerking in de studio. Hij werkt met papiertjes waarop hij onderwerpen noteert die volgens hem beslist ter sprake moeten komen, zoals de uitvinding van Afrika, een geschiedenis van Nederlands kant en Picasso op safari. Dat hoeft dus niet direct een voor de hand liggende combinatie te zijn: Kentridge rijgt ze vaak associatief aaneen.

Behalve over eigen werk geeft hij in zijn lezingen ook tips over hoe je een poes moet tekenen (‘ga uit van een lijn’) en een hond (‘teken eerst een stip, want een hond bestaat bij de gratie van zijn neus’), om even makkelijk weer over te stappen op de rol van koffiepotten, neushoorns en paarden in de kunst of wat het verschil is tussen de beschouwer en de maker van een werk (bij de eerste zitten de traditie en alle beelden waarmee hij is opgevoed in de weg).

Een rode draad in de lezingen wordt gevormd door zijn ideeën over de schaduwen in Plato’s grot. Daar is volgens Kentridge het creëren van beelden begonnen. ‘Het herkennen van de figuren op de muur is geen fout, een aberratie van mensen die door een illusie worden gegrepen, maar een essentieel onderdeel van hoe alles in de wereld is vastgelegd en begrepen’. Schaduwen bepalen veel beelden die we in de wereld zien, maar waar schaduwen zijn is ook licht – en om een beeld te geven van de manier waarop Kentridge vertelt: van schaduw, via licht, komt hij uit bij de berekeningen van de snelheid van het licht, de Verlichting als stroming, om daarna weer Plato’s schaduwen te koppelen aan Mozarts Koningin van de Nacht en het licht (kennis) waar de personages in die opera naar streven. Daarna wordt het tijd voor een korte geschiedenis van de film in het algemeen.

Safari

Licht, schaduw en Verlichting: ze hebben ook een keerzijde, legt Kentridge uit, zoals de kolonisatie van Afrika. Waar een ander een boek van duizend pagina’s nodig heeft, gebruikt Kentridge vijf alinea’s om de ontstaansgeschiedenis van Afrika te schetsen. Die historie voert hem terug naar verhalen over zijn jeugd in Johannesburg waar hij op negenjarige leeftijd voor het eerst landschappen tekende met houtskool – om kort daarna te beseffen dat de wereld niet helemaal is terug te brengen tot een landschap.

Schaduw en licht spelen ook een rol wanneer Kentridge vertelt over de filmpjes van Zulu’s die hij vroeger zag. Zulu’s werden altijd van afstand gefilmd terwijl een voice-over tips gaf als: ‘mors geen water kind, anders wordt je moeder boos’. Na de beelden van het verwaarloosde kind op het platteland werden dan filmpjes getoond van ontwikkelde blanke Afrikaners die op straat een krant lazen. De keerzijde van dat mooie beeld op de blanke Afrikaner vindt hij wanneer hij in zijn vaders studeerkamer een doos met foto’s van de doden tijdens het Sharpeville-bloedbad in 1960 vindt.

Kunst is voor Kentridge een constante zoektocht naar een combinatie van beelden, aangevuld door bijvoorbeeld Dürers tekening van een neushoorn, Picasso’s maskers, waarbij het alleen om de buitenkant van het masker ging (Afrika als een soort van safari voor Europese kunstliefhebbers) en Rilkes gedicht over een panter. Alle vormen een van de vele vertolkingen van Afrika die samen moet smelten in de studio van Kentridge.

‘Wat vind je zelf van de lezingen?’ vraagt Kentridge zich af. ‘Ik had bedacht dat ik overtuigen wantrouw. Ik wilde dat de lezingen eerder een demonstratie zouden zijn dan een argument. Dat ik taal zou gebruiken, als retorisch middel, om mijn mening weer te geven, zoals ik papier, houtskool en lijm gebruik wanneer ik een object maak.’ Dat is gelukt: Six Drawing Lessons is een geweldige demonstratie en een zoektocht van iemand die veel heeft te vertellen.