De inlichtingendiensten, wat kunnen die doen?

Wat de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) allemaal mág doen in onderzoek naar mensen die een (terroristische) bedreiging kunnen vormen voor de samenleving, is niet geheim. Hóé ze die bevoegdheden vervolgens inzetten, is dat wel.

De AIVD mag mensen volgen en observeren, woningen doorzoeken, computers en andere apparaten doorzoeken, brieven, mails en pakketjes openen, telecommunicatie aftappen, afluisteren en opnemen, gegevens opvragen bij telecomdiensten.

De dienst mag volgens de wet verder niet-kabelgebonden communicatie, die via de ether of satelliet verloopt, breed en ongericht aftappen. Bij kabelgebonden communicatie mag dat volgens de wet niet. Die bevoegdheid wil het kabinet de dienst wel geven, zodat het internet beter kan worden afgestruind op mogelijk verdachte ontwikkelingen. Het grootste deel van de wereldwijde communicatie verloopt via kabels, bijvoorbeeld via glasvezel.

Op basis van de bevindingen van de AIVD doen de Dienst Landelijke Recherche en het Openbaar Ministerie vervolgens aan opsporing en vervolging van terrorisme en activisme. Ook zij hebben weer zo hun bevoegdheden, om telefoons te tappen of woningen te doorzoeken. In het geval van een terroristische dreiging kunnen verdachten snel in bewaring worden genomen: een redelijk vermoeden van schuld is genoeg voor een verdenking en dus voor aanhouding.

Opsporing van mensen die al zo ver zijn dát ze een terroristische aanslag in Nederland voorbereiden, is zo ongeveer het laatste stadium. Eraan vooraf gaat de aanpak van radicalisering. Een groot deel van de aandacht van Dick Schoof, de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV), ligt nu bij potentiële jihadgangers en uit Syrië of Irak terugkerende jihadisten. Deze mensen moeten volgens de terrorismebestrijder worden losgeweekt uit het extremisme, zodat de stap naar geweld wordt voorkomen. Voor teruggekeerde jihadgangers zet de NCTV nu een ‘exitfaciliteit’ op: begeleiding om uit het jihadisme te stappen. Ze kunnen psychologische hulp krijgen en werken aan hun toekomstperspectief. Elke teruggekeerde jihadist kan op enig moment „een tikje op zijn schouder verwachten”, zoals een woordvoerder van de NCTV zegt.

Om radicaliserende jongeren, want jong zijn ze vaak, en hun plannen in de smiezen te krijgen, is veel meer informatie nodig dan alleen die van de inlichtingendiensten, zegt de NCTV. Gemeenten – denk aan ambtenaren van de sociale dienst, leerplichtambtenaren of jongerenwerkers – hebben veel contact met hun inwoners en zouden radicalisering op tijd moeten herkennen.

Voor veel gemeenten is „de problematiek rond de jihadgang nieuw”, schrijft de NCTV in een handleiding voor de lokale aanpak van radicalisering en terrorisme. Dus staan de drie belangrijkste drijfveren voor radicalisering erin: de behoefte aan spirituele of persoonlijke zingeving, de behoefte aan sociale erkenning of status en het verlangen naar politieke rechtvaardigheid of wraak voor onrecht dat zij ergens over voelen. Maar, waarschuwt de NCTV, het profiel is complex. Er bestaat geen unieke mix van factoren die voorspelt of iemand radicaliseert. „Een deel van de jihadisten is geradicaliseerd door toevallige contacten met andere jihadisten.”

Signalen van voorbereidingshandelingen voor terroristische aanslagen heten in de handleiding de ‘zes V’s’. Die aanwijzingen zijn vooral bedoeld voor wijkagenten. Het zijn verdachte handelingen rond de thema’s Valuta, Verblijf, Voorbereiding (denk aan video’s of foto’s), Voorwerpen (wapens of plattegronden), Vervoer en tot slot Valse documenten.

Wat als een aanslag tóch plaatsvindt? De NCTV onderscheidt bij een terroristische aanslag als belangrijk verschil met een ‘gewone’ ramp dat het getroffen gebied ook meteen plaats delict is. Opsporing én het risico op vervolgaanslagen zijn van „het grootste belang”. Net als de communicatie.

De NCTV tipt gemeenten: „Breng binnen één uur een eerste verklaring uit. De eerste verklaringen na de aanslag zijn bepalend voor de beeldvorming in de samenleving. Daarna is bijsturen heel moeilijk.”