Bambi herzien: maar dan zonder dieren

Beeld Persijn Broersen en Margit Lukács

Patrick Jeans filmpje Pixels (2010) is het grappigste wat te zien is op de expositie New Horizons, de kunst achter games in het Fries Museum. In deze Franse animatie vernietigen antieke computerspelletjes New York. Space invaders schieten taxi’s tot blokjes pixels. Pac-man vreet de stations van een metrokaart, Tetris-blokken vallen op wolkenkrabbers en Pingpong tennist de Brooklyn Bridge aan stukken. Binnen 2,5 minuut is de hele aarde gereduceerd tot één zwarte pixel. Dat alles op de vrolijke pieppiepklankjes van oude computerspelletjes.

Volgens het museum gaat New Horizons over „cross-overs tussen traditionele kunst en game art”. Zonder zich werkelijk af te vragen wat de verbanden zijn tussen bijvoorbeeld beschilderd linnen en computeranimaties doet het museum een graai in de video- en gamewereld. Dat levert naast Pixels zeker meer interessante dingen op, maar veel inzicht geeft het niet. Gamemakers laten zich soms inspireren door kunst en kunstenaars gebruiken wel eens games. Meer dan een opsomming van weetjes is New Horizons niet.

Zoals over de ‘digitale blokkendoos’ Frostbite (2008), de motor onder de kap van veel games. Het is leuk om te zien hoe het programma bijna levensechte landschappen inclusief weersgesteldheid kan maken. Zelfs de wolken zijn overtuigend. En dan?

Grappig zijn de scènes uit Disneys Bambi waar Persijn Broersen en Margit Lukács de dieren uit hebben verwijderd: het bos dat overblijft in Mastering Bambi (2010) is volgens hen een vroeg voorbeeld van een virtueel landschap. Oké?

In 2001 filmden Driessens en Verstappen elke dag hetzelfde stukje park in het Amsterdamse Frankendael. Versneld zie je in hun film binnen een paar minuten het groen gaan en komen. Dus?

Intrigerender is de boom van de Amerikaanse kunstenaar Jennifer Steinkamp die sprookjesachtig zijn soepele takken wiegt in een virtuele wind. De blaadjes vallen en groeien in Judy Crook (2012-2014) terwijl de seizoenen voorbij spoeden. Ook bij deze op twee grote schermen geprojecteerde boom kom je als bezoeker niet veel verder dan een hm/ha/leuk-moment.

De Britse kunstenaar Imogen Stidworthy is degene die in Leeuwarden werkelijk nieuwe horizonnen laat zien en zij heeft niets met de gamewereld van doen, al doen de tentoonstellingsmakers hun best een bruggetje te leggen: „Waar de game-industrie een complex landschap uitgebreid moet programmeren, lukt het Stidworthy om in een fractie van een seconde bijna hetzelfde te bereiken.”

Stidworthy scande haar omgeving met een sonar die binnen een seconde meer dan 40 miljoen afstanden meet. Als ze die gegevens reconstrueert in Scan (Tracking) laat ze je oog dwalen door een traag bewegende röntgenachtige wereld met bomen, lantaarnpalen, steegjes, muren, fietsen en toevallige voorbijgangers.

Vergelijkbaar verrassend dringt ze met haar sonar door in een baksteen en biedt een boeiende kijk in het ongeziene binnenste ervan.

De enige die er in Leeuwarden in slaagt om het verband tussen games en kunst op een volwassen manier te behandelen is de vorig jaar overleden Tsjechische kunstenaar Harun Farocki. Hij maakte er in 2012 de 15 minuten durende film Parallel I over. Op twee schermen laat hij zien hoe games net als schilderijen een representatie van de werkelijkheid zijn. Bijna docerend, alsof het een les kunst- en kijkgeschiedenis is, demonstreert hij hoe gamebeelden steeds realistischer worden en nog amper te onderscheiden zijn van de gefilmde werkelijkheid. Het is heerlijk om op dat moment even terug te denken aan het ‘impressionistische’ videoschilderijtje op de expositie waarop de Amerikaan Cory Arcangel wolkjes in een blauwe hemel uit het spelletje Super Mario isoleert. Uit de tijd dat een pixel nog een pixel was.