Anders dan Tolstoj wist Poesjkin wat flauwekul was

Hij veracht Poetin, adoreert Poesjkin en geldt als briljant vertaler. ‘Russen hebben altijd dat arrogante “wij zijn de leiders van de wereld”.’

Vertaler en schrijver Hans Boland: ‘Iedere relatie tussen Poetin en mij is onverdraaglijk’
Vertaler en schrijver Hans Boland: ‘Iedere relatie tussen Poetin en mij is onverdraaglijk’ Foto Merlijn Doomernik

‘Een dergelijk eerbetoon als u mij biedt zou ik in de grootst mogelijke dank ontvangen, ware daar niet uw president, wiens gedrag en denkwijze ik veracht en haat. Hij vormt een zeer groot gevaar voor de vrijheid en vrede op onze planeet. God geve dat zijn “idealen” een spoedige en volledige vernietiging wacht. Iedere relatie tussen hem en mij, tussen zijn naam en die van Poesjkin, is walgelijk en onverdraaglijk.’

Met die woorden reageerde vertaler Hans Boland eind augustus 2014 op de uitnodiging om uit handen van Vladimir Poetin de prestigieuze Poesjkinmedaille in ontvangst te komen nemen voor zijn verdiensten op het gebied van de Russische cultuur.

„Mijn reactie is in het Russisch geschreven, in de stijl van Poesjkin en Achmatova”, zegt Boland (1951), die in Indonesië woont, maar in Amsterdam is omdat hem onlangs de Martinus Nijhoff Vertaalprijs 2015 is toegekend. „Ik schreef dat iemand die zijn hele leven ondergedompeld is geweest in de geest van Poesjkin en Achmatova – de een als kampioen van de vrijheid, de ander als symbool van het geweten – geen prijs kan aannemen van een man wiens denkbeelden en gedrag op het internationale toneel hij alleen maar kan verachten en haten.”

Hoe viel dat in Rusland?

„Een Russisch federaal persagentschap heeft me in een nieuwsbericht als pedofiel neergezet. Het was een hit op internet. Die tekst was heel denigrerend, zo van ‘er zijn curieuze details opgedoken over het privéleven van Boland’. Precies zoals de KGB dat in de Sovjet-Unie deed met een zin als ‘we hebben ontdekt dat Pasternak geen Rus is, maar een Joods varken’. Ook hadden ze ontdekt dat ik een autobiografisch roman (De zachte held, red.) had geschreven, waarin ik in Jakarta een ‘misdadige seksuele verhouding’ zou hebben met een maltsjik podrostok – een jongetje tussen de vier en veertien jaar oud –, terwijl mijn Indonesische vriend tweeëndertig is. Het bericht eindigt met: ‘Deze pedofiel zal er nog meer van horen’.”

Dan maar gauw naar Poesjkin. Onlangs verscheen deel 8 van zijn door u vertaalde verzameld werk. Is dat het slotdeel?

„Er volgen nog een negende deel met brieven en een tiende met onder meer aantekeningen, appendices, een register, een klein biografietje.”

Was het een genot om al die jaren met Poesjkin bezig te zijn?

„In de Russische literatuurgeschiedenis is er maar één, Poesjkin – met Tsjechov op de tweede plaats – die ik graag in levenden lijve had willen meemaken. Behalve een geniaal dichter en schrijver was Poesjkin een buitengewoon sympathiek, interessant, heftig levend, geestig mens. Daarin onderscheidt hij zich van veel andere Russische dichters en schrijvers, die vaak nukkig of obsessief zijn. Achmatova en Dostojevski zijn grootheden in de literatuur, maar ik zou niet graag bij ze aan tafel zitten.”

Terwijl u de gedichten van Anna Achmatova als eerste in het Nederlands hebt vertaald.

„Ik zou aan haar voeten liggen, maar haar met geen mogelijkheid kunnen benaderen. Achmatova was de heilige geest zelve. Ze had contact met de muze en stelde zich als taak het volk de stem te geven waar het recht op had. Bij Poesjkin was dat anders: zijn credo was om eerst burger te zijn en dan pas dichter.”

Hoe was Poesjkin als dichter?

„Hij is als Mozart. In bijna alles wat hij schreef, ook al zijn het maar twee regels, zit wel iets geniaals. Daarnaast waren zijn oordelen over poëzie feilloos, hij voelde alles perfect aan. Toen zijn beste vrienden niet meer begrepen wat hij voor ongecompliceerde dingetjes schreef, zei hij dat het in de literatuur juist daarom ging. Anders dan Tolstoj en Achmatova wist hij precies wat van blijvende waarde zou zijn of wat flauwekul was, al werd het nog zo de hemel in geprezen.”

Waarom was Poesjkin zo met dat burgerbewustzijn bezig?

„Hij was een kind van zijn tijd. Peter de Grote had Rusland opengegooid en daarna duurde het een eeuw voordat het weer wat tot zichzelf kwam. Vervolgens brak onder Catharina de Grote de Gouden Era aan en daarna viel Napoleon binnen: voor het eerst stond Rusland op de Europese kaart, en daar was Poesjkin als jongetje getuige van. Ook was hij bevriend met de officieren van de Decembristenopstand van 1825. Die hadden in Frankrijk, Duitsland en Polen tegen Napoleon gevochten en gezien wat daar was veranderd. Zij wilden dat er ook in Rusland democratie zou komen. En dat vond Poesjkin ook.”

Poesjkin geldt in Rusland nog steeds als de belangrijkste dichter. Waar is die roem op gebaseerd?

„Uit iedere regel van zijn hand spreekt zijn democratische, Europese en individualistische instelling. Daar hoort ook vrijheid bij en respect voor iedereen, of het nu de tsaar is of een bedelaar. Alleen daardoor al is Poesjkin totaal on-Russisch.

„In mijn boek over Poesjkin, Russische zon, vertel ik dat de Russen, zonder zich ervan bewust te zijn, de tale Poesjkins spreken, zoals wij dankzij de Statenbijbel de tale Kanaäns spreken. Ze kennen die taal vanaf hun derde, want dan horen ze Roeslan en Ljoedmila voor het eerst.

„Dat ze in hun eigen moedermelktaal over een wereld horen waar ze zelf zouden willen leven, ervaren ze niet bij Dostojevski en Tsjechov. Die schrijven over geweld en alcoholisme, en dat zien ze al genoeg om zich heen. Voor veel Russen is het heel frustrerend dat ze niet bij Europa horen, hoe erg ze er ook op schelden.”

Toch heeft Poesjkin in Europa minder fans dan Dostojevski en Tolstoj.

„Die schrijvers beschouwen wij als exotisch, omdat ze over wodka, het weidse landschap en de Wolga schrijven. Maar Poesjkin staat voor iets anders: de Franse geest, die wij hier al eeuwen kennen, maar waarvan het bijzondere ons niet meer opvalt.”

Komt die geringe populariteit niet doordat zijn meeste werk poëzie is, die zich lastig laat vertalen?

„Zeker. Poesjkins poëzie lijkt bedrieglijk simpel, maar is moeilijk over te brengen. Maar ik ben ervan overtuigd dat we uitgekeken zullen raken op de wodka en de Wolga en terug gaan naar wat goed is. Als je dat doet belandt Poesjkin op de eerste plaats. Net als Mozart beoefent hij alle genres en nooit valt iets tegen: of het nu porno is of tragedie, poëzie of proza, groot of heel klein, geestig of droevig, intiem of kritisch, alles heeft temperament, spanning en sfeer. Hij is onuitputtelijk in dat opzicht. Zijn werk is ook nog heerlijk om te lezen.”

U heeft ooit gezegd dat u al fietsend ineens een impressie kreeg van hoe zo’n vertaling moest klinken.

„Zo’n impressie mag niet afwijken van het origineel. Het is alsof je een gedicht in de centrifuge gooit en het dan uiteenspat in duizenden onderdeeltjes – de klank, de sfeer, de betekenis. Daarna zet je de centrifuge stil en moet je die onderdeeltjes in een andere constructie weer bij elkaar leggen, zonder dat er nieuwe bij komen. Dat is wat een vertaler doet.

„In een recensie van mijn vertaling van Poesjkins verhaal ‘Taman’ werd gevraagd waarom ik het woord ‘ventje’ gebruikte, terwijl er ‘jongen’ staat? Maar er staat ‘maltsjik’. Het Russisch-Nederlands woordenboek geeft bij ‘maltsjik’ als eerste vertaling ‘jongen’, maar in het Nederlands-Russisch woordenboek staat bij ‘ventje’ ook ‘maltsjik’. Als je ‘dat ‘maltsjik’ telkens met ‘jongen’ vertaalt, dan is dat niet goed. In ‘Taman’ gaat het om een blind ventje. Natuurlijk kun je zeggen ‘blinde jongen’, maar om er literatuur van te maken benadert ‘blind ventje’ de sfeer beter.”

U ergert zich vaak blauw aan de Russische achterlijkheid. Maar uit uw roman ‘De zachte held’, die zich afspeelt in uw geboorteland Indonesië, spreekt ook een zekere ergernis over de Indonesische bevolking.

„Ik erger me in Indonesië nauwelijks, want dat land is ook ontroerend. In Rusland kunnen ze zo nog zo achterlijk zijn, maar ze hebben altijd dat arrogante van ‘wij zijn de leiders van de wereld’, ‘wij weten wat de ziel is’. Zoiets is in Indonesië geheel afwezig. De Indonesiërs weten dat ze achterlijk zijn, maar willen heel graag vooruitkomen, dus ze luisteren goed naar een ideeënwereld die daar misschien niet bestaat. Dat is heel aangenaam.”

Was het schrijven van die roman een bevrijding van Rusland?

„Ik was nooit Russisch gaan studeren zonder die exotische Indonesische achtergrond. Op school las ik Dostojevski en Gogol, die over het exotische, grauwe en viezige Petersburg schreven. Als je zestien bent, wil je daar meteen naartoe. Rusland is een interessant land en ik heb geen spijt dat ik me daarmee bezig heb gehouden. Maar nu ben ik bijna met pensioen. En ik heb altijd gezegd dat ik in Indonesië wil sterven. Dat betekent niet dat ik per se in Indonesië dood hoef te gaan, maar wel dat ik, zodra ik klaar was met het leven in Nederland, zeg maar met Poesjkin, definitief naar Indonesië terug wilde.

„Ik ben nu even in Amsterdam, maar dat is toch iets anders dan in Jogjakarta zijn, in je bungalowtje met je veranda, een plensregen en een lieve jongen naast je. Dat is veel belangrijker. Dat ik de Nijhoffprijs heb gekregen, betekent dat ik wat heb neergezet. Veel meer kan ik niet. Ik wil nu genieten van het leven. Dat deed mijn vader ook. Die heeft zijn hele leven aan de islam gewijd, maar op de dag van zijn pensionering deed hij zijn bibliotheek de deur uit. Naar de islam heeft hij nooit meer omgekeken.”