Adequate gerechten, maar de durf ontbreekt

Wat zijn de nieuwe, beste restaurants van Rotterdam? De Buik van Rotterdam, een online culinair initiatief, brengt wekelijks in kaart wat de stad te bieden heeft.

Foto Frank van Dijl

Hotels richten zich steeds meer op hun eigen stad. Als we ons beperken tot Rotterdam, zien we CitizenM en Nhow met cocktailbars en dj’s lonken naar hipsters en ander jong volk, het Bilderberg Parkhotel zich profileren met zijn restaurant The Park inspired by Erik van Loo en Hilton Rotterdam zich opmaken voor de komst van Joelia, by Mario. De opening van de nieuwe zaak van Mario Ridder, die om Joelia mogelijk te maken afscheid nam van zijn tweesterrenzaak De Zwethheul, is voorzien in februari. Voor later is in het Hilton nog de cocktailclub Hugh aangekondigd.

In hetzelfde hotel is sinds afgelopen najaar Stephan Groeneweg (eerder Hermitage en Savelberg) de chef-kok van Stadshal Bar & Restaurant waar uiteraard hotelgasten, maar nadrukkelijk ook Rotterdammers welkom zijn. Vanaf de Kruiskade straalt de glazen pui openheid uit en andersom, vanuit de Stadshal, biedt de gerevitaliseerde straat, inclusief de retrolook van het nieuwe Oude Luxor, een aantrekkelijk schouwspel.

Verontschuldigende glimlach

Het restaurant is opgedeeld in compartimenten die voor een zekere intimiteit moeten zorgen. We worden ontvangen aan de bar voorin en mogen een tafeltje kiezen: onze indruk is dat reserveren niet echt noodzakelijk was. Omdat we niet meteen kunnen beslissen over de wijn, worden we met de kaart alleen gelaten, waarna het gevoelsmatig lang duurt voordat we weer aandacht krijgen. Een opmerking daarover levert een verontschuldigende glimlach én warm brood op, dat geserveerd met zeezout, olijfolie en roomboter voor drie euro op de kaart staat.

Op de uitgebreide kaart vallen de blauwe hartjes op die gerechten aanduiden die ‘gezond’ zijn. In een apart kader de vier signature dishes van de chef (waarvan twee ook met een hartje). Helaas zijn er geen coquilles (€ 16) meer voorradig, waardoor mijn vrouw uitwijkt naar de halve kreeft met rode biet, granny smith, chorizo en lavendelmayonaise (€ 17). Ik houd het op de tartaar van weiderund met gepocheerd ei (€ 11). We drinken er chardonnay (€ 7) en pinot noir (€ 8) uit Australië bij, in beide gevallen goed aanbevolen.

Presentatie kan beter

Adequate gerechten, maar op de presentatie valt wel iets aan te merken. Een halve kreeft ziet er van zichzelf al rommelig uit met al die poten, maar stouw het ovale bord dan niet ook nog eens vol met én garnituren én sla én een schaaltje met de mayonaise én een halve citroen in een netje.

De andere (?) helft van de citroen duikt later – in zo’n zelfde netje dat kennelijk pitten in het eten moet voorkomen – op bij de prima kalfsschnitzel (€ 19) van mijn vrouw. Ze krijgt een chablis (€ 8) die niet per glas geschonken wordt maar die toevallig open staat, een aardige geste. Aan de op de huid gebakken kabeljauw, de signature dish met hartje die ik als hoofdgerecht koos (€ 28), geven de beide mootjes gerookte paling net iets meer schwung, de pinot noir doet het er wel bij.

Ten slotte val ik voor het signature-toetje couscous met mango, mint en passievrucht met een sabayon van Bobby’s gin (€ 9). Wijnadvies? „Ik zou een Bobby’s gin-tonic nemen”, zegt de serveerster en gelijk heeft ze (gin € 7, tonic € 3,80).

Precies die durf misten we in de gerechten, bedenken we als we door de winteravond naar huis wandelen.