Wielrennen moet voor de Duitsers opnieuw beginnen

Voor het eerst in vijf jaar wordt weer een Duitse wielerploeg op het hoogste niveau actief. „Het fundament was volledig weg.”

Marcel Kittel heeft al acht etappes in de Tour de France gewonnen, maar is bij het Duitse publiek niet echt bekend.
Marcel Kittel heeft al acht etappes in de Tour de France gewonnen, maar is bij het Duitse publiek niet echt bekend. Foto AFP

Een lange rij van cameramensen, fotografen en verslaggevers staat voor de ingang van de Franse ambassade in Berlijn, als om de hoek een opvallende colonne over Unter den Linden rijdt richting Brandenburger Tor. Zes fietsende agenten voor en achter, met daartussen twee ploegauto’s en de bus met renners van de wielerploeg Giant-Alpecin, plus een bus vol sponsors en genodigden.

Een half uurtje later, in het afgeladen auditorium van de ambassade, kloppen de Duitse oud-minister Rudolf Scharping en de Nederlandse ploegbaas Iwan Spekenbrink elkaar amicaal op de schouder. Naast hen de Duitse minister van justitie Heiko Mass, de Franse ambassadeur, Tourdirecteur Christian Prudhomme en de voorzitter van de internationale wielerunie UCI, Brian Cookson. Met shampoo-merk Alpecin is er voor het eerst sinds vijf jaar weer een Duits bedrijf dat een wielerploeg sponsort op het hoogste niveau. Voor het eerst rijdt een World Tour ploeg weer met Duitse licentie. „Welkom bij de Renaissance van de Duitse wielersport”, jubelt Pressesprecher Marc Bator.

Toen Team Milram in 2010 geen sponsor meer vond, leek het gedaan met profwielrennen in Duitsland. Nergens maakten aanhoudende dopingschandalen zoveel kapot. Weg gouden tijd van Jan Ullrich en Erik Zabel, van liefst drie ploegen (T-Mobile, Gerolsteiner en Milram) aan de top. Geen tv-uitzendingen meer bij ARD (nota bene voormalig sponsor van de T-Mobile-ploeg) of ZDF. En vooral: weg markt van miljoenen wielerfans, van 44 miljoen fietsers en 28 miljoen fietsen. „Duitsland is het grootste fietsland in Europa en de mensen geven er het meeste geld uit per fiets”, stelt Spekenbrink. „Maar het fundament onder het Duitse profwielrennen was volledig weg geslagen.”

De Nederlandse eigenaar was gisteren de gevierde man bij de presentatie van zijn ploeg, die vorig jaar nog Giant-Shimano heette. Bij zijn entree in 2008 zagen velen hem als een naïeve wereldverbeteraar, die topsport zonder doping stelde boven winnen. In 2013 moest hij na plots afhaken van sponsor Argos serieus vrezen voor het voortbestaan van zijn ploeg. Nu zet de 38-jarige Tukker op de meest symbolische plek in Berlijn het Duitse wielrennen terug op de kaart. Met een Duitse sponsor, die tot en met 2018 een bedrag van ongeveer zestien miljoen euro steekt in een internationale topploeg met Duitse boegbeelden Marcel Kittel en John Degenkolb.

En zie, de ARD maakte gisteren direct bekend de live-uitzendingen van de Tour in 2015 te hervatten. „Dit helpt enorm om onze geweldige sport ook in Duitsland te laten leven”, sprak UCI-baas Cookson glunderend.

De Duitse wederopstanding is grotendeels te danken aan de successen van een nieuwe lichting toprenners, als Kittel (acht keer ritwinst in de afgelopen twee Tours), Degenkolb (in totaal negen ritzeges in de Vuelta) of drievoudig wereldkampioen tijdrijden Tony Martin. Maar een topploeg met Duitse licentie was er niet geweest zonder Marc Bator. De voormalig ankerman van de Tagesschau en sinds 2013 van Sat1-Nachrichten, legde afgelopen zomer via de manager van Kittel en Degenkolb het contact tussen Alpecin en Spekenbrink. „Daarna is besloten dat ik bij de ploeg blijf, om de Duitse kant van dit project te coördineren.” Overdreven, een zwaargewicht uit de media als woordvoerder van een wielerploeg? „We zitten met de Duitse wielersport in een zeer sensibele situatie”, legt Bator uit. „We zullen 80 miljoen Duitsers moeten overtuigen dat deze sport is veranderd. We kunnen ons de komende jaren geen slechte berichten veroorloven, anders moeten we voor heel lange tijd de deuren sluiten.”

Het beladen verleden is in de Franse ambassade nooit ver weg. Al was het maar omdat Alpecin, al sinds 1949 betrokken bij de wielersport, de laatste jaren met een knipoog („doping voor het haar”) ook Jan Ullrich ondersteunde bij diens trainingskampen voor wielertoeristen op Mallorca. „We moeten onze ogen niet sluiten voor het verleden maar er wel normaal mee omgaan”, stelt Bator. „We hoeven geen mensen kapot te maken. Jan Ullrich was toch ook een idool van miljoenen Duitsers.” Kan de gevallen ster in de toekomst als gast van Giant-Alpecin de Tour bezoeken? „Ik zou dat persoonlijk toejuichen.”

Nieuwe toppers als Kittel en Degenkolb zullen het publiek volgens Bator net zo aanspreken als Ullrich of Zabel. „Ze hebben al veel gewonnen maar zijn in Duitsland nog niet zo bekend bij het grote publiek. We proberen de jonge generatie groot te maken in een nieuw klimaat.” Vandaar dat de Duitse ambitie zo goed past bij de filosofie van Spekenbrink, zegt Bator. „Iwan is de sleutelfiguur. Hij heeft zijn gelijk internationaal allang bewezen. We hebben een Nederlandse kern, een internationaal team en een Duits hart.”

Als de ruim 150 journalisten en de vele prominenten de Franse ambassade allang hebben verlaten, schuift Spekenbrink om half vier ’s middags in de Starbucks naast de Brandenburger Tor aan bij een tafeltje bij de ook hier aanwezige Tourbaas Prudhomme, die hem al in 2009 openlijk steunde door zijn team uit te nodigen voor de grootste wielerwedstrijd van het jaar. Tevreden roert hij in een cappuccino. „Dit is een historische dag met veel symboliek”, had hij eerder al verteld. „Het is een nieuw begin voor het wielrennen in Duitsland.”