Wie de nar pakt, pakt zichzelf

Over moord op kunst en kunstenaars. Charlie Hebdo. Charlie Hebdo. Charlie Hebdo. Charlie...

Uitgaan, ik breng het even niet op. De kaartjes voor de schouwburg laat ik verlopen. Er zijn kunstenaars vermoord. Door moslimextremisten, vreeswekkende types. Geweld doet ze niets. Wapens, soldaten, marteling, verkrachting, vernietiging, ze lachen erom. Maar grapjes, nee. Daar kunnen ze nou net weer niet om lachen. Zwaargewond zijn ze erdoor. Het is inkt en papier maar de pijn is onverdraaglijk.

Ze namen wraak. Niet met een spervuur van geweldige tegengrappen over de hypocrisie van de westerse waarden (materiaal zat, dat is zo moeilijk niet). Ze kozen voor een bloeddoorlopen aanslag op het satirische tijdschrift Charlie Hebdo.

Met die titel, Charlie Hebdo, brengt het blad elke week een saluut aan hun grote voorbeeld Charlie Brown: de zachtste, meest kwetsbare aller cartoonhelden die schuchter de ene na de andere harde waarheid over de ondraaglijke lichtheid van het leven kraakte. De verstaander die ik ben, denkt bij dat Charlie Hebdo ook aan Charlie Chaplin. Aan zijn altijd rake, altijd maatschappijkritische slapstick. Aan zijn film The Great Dictator, waarmee hij zowel Hitler als Mussolini onherstelbaar te kakken zette. Niet met wijsheid achteraf maar op eigen kracht prikte hij ze in 1940 al door.

De makers van Charlie Hebdo hebben ook van alles door. Hadden, wat vijf van hen betreft. Check de namen van de vermoorde tekenaars, Charb, Cabu, Tignous, Georges Wolinski en Philippe Honoré, en je treft hun genadeloze grappen over alles en over iedereen. Over de Franse president. Over Marine Le Pen. Over de dikke Gérard Depardieu. Over de feministen. Over religieus fanatisme. Over moslims. Over Allah. Over de profeet Mohammed, Gods zegeningen en vrede zij met hem – dat hoor je in een adem met zijn naam te zeggen. Haha.

Woensdag-moorddag zit ik dus niet in het theater maar voor de televisie. In De Wereld Draait Door zeggen bekende cabaretiers wat er van ze te verwachten valt. Ze moeten nu even slikken, maar ze zullen hun grappen blijven maken. Gelijk hebben ze, dat heeft zin. En er valt tenminste wat te lachen. Veelzeggender is het filmfragmentje met hun collega Hans Teeuwen, uit 2007. Die zong toen bij de onthulling van het beeld ‘De schreeuw’, ter herdenking van de moord op Theo van Gogh, een liedje dat besloot met: „Nee, ik mag niet kwetsen, mijn excuses en ik zal / voor straf me laten pijpen door de Meiden van Halal”. Er zijn ook beelden van een gesprekje tussen hem en de meiden. Geïntegreerde, vlotte moslima’s met media-ervaring en tv-status. Ze vonden Teeuwens grap niet leuk. Wat hun goeie recht is. Ze zeiden dat ze zich beledigd voelden. Wat ze zelf moeten weten. Interessanter is dat de meiden werkelijk niet begrepen dat Teeuwen zulke grappen toch wil maken. Wat angstaanjagend is. Het idee van het vrije woord is aan hen niet besteed. Net zo min trouwens als aan strafpleiter Hiddema die politiek tekenaar Ruben Oppenheimer aanklaagde om een spotprent met hem als ‘louche advocaat’. En ook niet aan de RVD die elke keer dat iemand zich vrolijk wil maken over het koningshuis pal staat, liefst nog voor er iets te zien of te horen is.

Waarom zou je cartoons maken, moppen tappen, satire bedrijven? Waarom zou je een film maken waarin het staatshoofd van Noord-Korea wordt beledigd? Niet om resultaat mee te boeken. Een grap maakt nooit iets uit. Wat bespot wordt gaat daarom nog niet weg. Maar het voelt zich wel degelijk bedreigd. Humor is het enige wapen waartegen geen verweer bestaat.

Iemands zwakte vinden en voor gek zetten – daar ligt het talent van de kunstenaar-grappenmaker, en zijn nut. Elk hof koestert tandenknarsend een nar. Wordt de nar de mond gesnoerd dan weten de onderdanen genoeg. Dan is het tijd om onbevreesd en eensgezind en zonder ophouden de koning zo hard uit te lachen dat hij vlucht.

Charb is er niet meer, met zijn blasfemische, baardapige profeten. Tignous niet, met zijn zwaargesluierde topless moslimaatjes. En Cabu niet en Wolinski niet en Philippe Honoré niet. Maar hun werk bruist juist nu door, overal, in alle media, nog vele jaren. En er zal een leger tekenaars in hun geest opstaan. Daar kunnen de moordenaars op rekenen.

Illustrator Lucille Clerc sloeg al terug, met een bedreiging, die de ronde doet op internet. Zij tekende wat er gebeurt als je een potlood vermoordt. Je breekt het doormidden. Ineens zijn er twee.

 

RIP @lucille_clerc

Une photo publiée par Banksy (@banksy) le