Wanneer heet het precies deflatie?

Praten over deflatie vergroot de kans op deflatie. Daarom spreken beleidsmakers liever over negatieve inflatie of te lage inflatie.

Inflatie slaat om in deflatie
Inflatie slaat om in deflatie

De inflatiecijfers die vanmorgen en gisteren werden gepubliceerd voor Nederland en de eurozone boden voor ieder wat wils. De zwartkijker en de optimist, de voor- en tegenstanders van de geldpers, ze konden allemaal op hun betrokken stelling blijven staan.

De pessimisten kregen de bevestiging van wat ze al maanden vreesden: de deflatie is daar! De prijzen in de eurozone lagen in december voor het eerst sinds oktober 2009 lager dan in dezelfde maand een jaar eerder. In de eurozone was de daling 0,2 procent, in Nederland bedroeg die volgens berekeningen van het CBS 0,1 procent (Europese definitie).

De optimisten lazen net even verder in het bericht van het statistiekbureau Eurostat en zagen dat de kerninflatie, dat wil zeggen de inflatie exclusief de prijsverandering van energie, voedsel en tabak, nog positief was en zelfs iets beter dan in november. Toen bedroeg de kerninflatie 0,7 procent, in december 0,8 procent. Geen paniek dus!

Hoe dan ook liggen beide cijfers ver onder de inflatiedoelstelling van de Europese Centrale Bank (ECB). Die streeft naar een inflatie van zo’n 1,8 of 1,9 procent. Officieel: onder, maar dichtbij 2 procent. Een matige geldontwaarding is alleen al wenselijk omdat dat de hoge overheidsschulden die de meeste eurolanden nu hebben, door de tijd heen draaglijker maakt.

Als inflatie omslaat in deflatie, en geld dus méér waard wordt, worden schulden dat ook. En dat is zeer onwenselijk. De overheidsschuld van de eurolanden bedraagt momenteel ruim 90 procent van het bruto binnenlands product, anderhalf keer zoveel als de door Brussel gestelde norm. Griekenland, Italië en Portugal zijn uitschieters met respectievelijk 175, 132 en 128 procent.

Angst voor deflatie is ook gebaseerd op de verwachting dat bedrijven en consumenten uitgaven zullen uitstellen, in afwachting van verdere prijsdaling, en zo de economische activiteit afzwakken. Maar vanaf welk moment gaan ze dat doen? Al na één negatief cijfer? In theorie kan de inflatie in januari weer positief zijn, al lijkt dat met de voortgaande daling van de olieprijs op dit moment vergezocht.

‘Negatieve inflatie’

Om te voorkomen dat die verwachting zich in de hoofden van consumenten nestelt, vermijden beleidsmakers graag het woord deflatie. Liever spreken ze over te lage inflatie of negatieve inflatie. Zo zei een woordvoerder van de Europese Commissie gisteren dat „een kortstondige negatieve inflatie iets anders is dan deflatie”.

De Nederlandsche Bank definieert deflatie als „een proces van langdurige prijsdalingen die in de verwachtingen en contractlonen worden verankerd”. Hoofdeconoom Job Swank lichtte dit onlangs zo toe: „Het wordt deflatie als de prijzen en de nominale lonen haasje-over gaan springen.” Dus als werkgevers in reactie op prijsdalingen de lonen verlagen en die weer leiden tot prijsdalingen. „Dan wordt het linke soep”, zei Swank, „maar daar zitten we nog lang niet.”

Hoe moeilijk het is om deze ‘deflationaire spiraal’ te doorbreken is zichtbaar in Japan, waar de centrale bank de geldhoeveelheid ruim verdubbelt, maar dat desondanks in recessie is, onder andere doordat werkgevers het niet zien zitten lonen te verhogen.

Geldpers

ECB-president Mario Draghi zei vorige week in de Duitse zakenkrant Handelsblatt dat het risico op deflatie „niet volledig kan worden uitgesloten”. Volgens hem gaat het erom wat de inflatieverwachting van consumenten is voor de middellange termijn (zeg anderhalf, twee jaar). Sinds juni zijn die verwachtingen gedaald, aldus Draghi.

De ECB verkent nu de mogelijkheden voor een grootschalig opkoopprogramma van staatsobligaties, om zo meer geld in omloop te brengen en de inflatie te stimuleren. Een optie die op grote bezwaren stuit van onder andere de Duitse Bundesbank en DNB. Zij willen voorkomen dat sterke eurolanden indirect belast worden met de risico’s van zwakke landen.

Maar ook zonder de energiecomponent daalt de inflatie te hard, was de boodschap van ECB-hoofdeconoom Peter Praet vorige week in een interview. De nu gepubliceerde cijfers – of ze nu deflatie aantonen of niet – brengen het aanzetten van de geldpers dus waarschijnlijk dichterbij.