‘Theater kan de plaats van de kerk innemen’

Theatermakers Arie de Mol en Johan Doesburg brengen dit seizoen beiden de Bijbel op het toneel. In de ontkerkelijkte samenleving is er toch behoefte aan een gezamenlijk beleden overtuiging. „Religie als onderwerp is actueler dan ooit.”

Hannah Hoekstra enReinout Scholten van Aschat als Adam en Eva inGenesis van het Nationale Toneel
Hannah Hoekstra enReinout Scholten van Aschat als Adam en Eva inGenesis van het Nationale Toneel Foto Barrie Hullegie

De stille tocht, de zeeën van bloemen en knuffelbeertjes, het applaus bij de rouwauto’s na de vliegramp met de MH17 – allemaal bewijzen van onze behoefte aan religieuze rituelen, volgens theatermakers Arie de Mol en Johan Doesburg. En dat in een vrijwel ontkerkelijkte samenleving. De Mol: „Ik vind het frappant dat we iets hebben weggegooid wat we merkbaar zo missen.” Doesburg: „We hebben God afgeschaft, maar de behoefte aan een gezamenlijk beleden overtuiging is onverminderd.”

Beide regisseurs brengen dit seizoen de Bijbel op toneel. Doesburg regisseert in april Genesis, het eerste boek uit het Oude Testament, bij het Nationale Toneel. En, ook in april, vertelt Arie de Mol bij Toneelgroep De Appel het verhaal van Jezus en zijn volgelingen uit het Nieuwe Testament, in de voorstelling Zie de Mens.

Dat ze zich allebei juist nu bezighouden met deze religieuze thematiek, is toeval, en toch ook weer niet. Arie de Mol: „Wereldwijd neemt de spanning tussen gelovigen en ongelovigen toe. Gechargeerd is dat ook de spanning tussen oost en west; wij zijn ons geloof kwijtgeraakt, zij bouwen dat van hen steeds hoger op. Door die botsing is religie als onderwerp veel actueler dan zes, zeven jaar geleden.”

Ook Doesburg ziet een sterke actuele relevantie. „Theater wil grote levensvragen stellen. Dat kun je doen aan de hand van de Oude Grieken, of een nog ouder boek als Gilgamesj, maar die hebben maar heel weinig relatie met de wereld waarin wij nu leven. Wij zijn allemaal besmet met de joods-christelijke leer. De Bijbel staat aan de basis van ons wetboek, ons moreel besef, ons arbeidsethos, onze opvattingen over de liefde. Of je nu gelovig bent of niet, de Bijbel zit in ons collectieve DNA.”

Het boek Genesis bevat onder meer het scheppingsverhaal en de zondeval, de zondvloed en de ark van Noach, en de torenbouw van Babel. Allemaal „fantastische verhalen” verdeeld over vijftig hoofdstukken, die Doesburg en bewerker Sophie Kassies terugbrengen tot 4,5 uur toneel. Zo’n driehonderd personages werden geschrapt; de overgebleven vijftig worden vertolkt door tien acteurs. Doesburg: „We gaan hink-stap-sprong door de verhalen, met een lichte, speelse toon, en zoomen ergens op in als we dat relevant vinden voor deze tijd.”

Doesburg ontdekte twee hoofdthema’s die aansluiten bij de wereld van vandaag. „In de Bijbel is de mens ontheemd. Vijf boeken lang gaat het over de reis naar het beloofde land, en komt men daar nooit aan.” Die verplaatsing van volkeren kun je vergelijken met migratie en immigratie nu, zegt Doesburg. „Linksom of rechtsom zijn bevolkingsgroepen op drift. Toen ik in 1976 in Den Haag ging wonen, woonden er om de hoek twee Turken. Nu worden er – in dezelfde wijk! – 130 talen gesproken.”

Daaruit volgt het tweede thema, dat Doesburg met een zelfverzonnen term ‘referentieloosheid’ noemt. „Wie migreert verliest zijn houvast. Je moet je een nieuwe taal en nieuwe gewoontes eigen maken. Dat leidt tot identiteitsconflict; wie ben ik, waar hoor ik bij?” Hij hoeft zijn materiaal dus niet eens te actualiseren om het van nu te maken, zegt Doesburg. „De actualiteit perst zich door de verhalen heen.”

Het zoeken naar sociale houvast en identiteit is ook een belangrijk thema in Zie de mens van Arie de Mol. Hij brengt het verhaal rond de opkomst en ondergang van de leidersfiguur Jezus van Nazareth, maar zonder het goddelijke aspect. „Jezus is bij ons dus niet de zoon van God, maar gewoon een charismatische figuur waar mensen achteraan lopen. Ik wil me niet zozeer op hem concentreren als wel op zijn volgelingen: wat drijft hen? Zij zijn dolende figuren op zoek naar richting. Hun geloof geeft ze kracht; plotseling zijn ze deel van een groter plan. In die zin zie ik parallellen met bijvoorbeeld Syriëgangers.”

De Mol onderzoekt in Zie de mens ook het psychologische aspect van geloven. „Het is toch een vorm van zelfbedrog. De hemel grijpt niet in op het moment dat Jezus sterft, dus hij blijkt niet de zoon van God. En wat doen die volgelingen dan? Ze verzinnen de wederopstanding! Want dat is het: verzinsel, of massapsychose. Dat vermogen van de mens om de ratio uit te schakelen om zijn geloof te kunnen behouden, is even krachtig als krankzinnig.”

Doesburg zat in zijn jeugd op rooms-katholieke scholen, maar noemt zichzelf „niet-kerkelijk, niet-dogmatisch”. De Mol is christelijk opgevoed, maar heeft het geloof „achter zich gelaten”. Toch zien ze allebei aspecten aan het geloof die in de westerse samenleving van nu node worden gemist. De Mol: „Als je geen kerk meer wilt, bouw dan ten minste een ideologische kerk. Werk aan de waarden van de beschaving, aan het vormgeven van de gemeenschap. Dat is natuurlijk veel minder sexy dan heldenverering en martelaarschap, maar hier geloof ík heilig in.”

Doesburg: „Het verlangen naar iets wat groter is dan wijzelf kennen we allemaal. Maar dat kan ook op andere manieren worden bevredigd. Artistieke inspiratie kan soms bijna religieus voelen. In zekere zin zou het theater de plaats van de kerkdienst kunnen innemen. Ook het theater brengt morele dilemma’s in kaart in een sociale context. Als een preek, maar zonder het moralisme. En het theater biedt de nu zo gemiste gemeenschappelijkheid. Een mooie première, een goed onthaal, op zo’n moment wordt iedereen – spelers én publiek – samen even opgetild.”