Sami en Hamza snappen daders eigenlijk wel

Onder moslims klinkt zowel afkeuring als begrip voor de aanslag.

Zes metrostations verwijderd van de Place de la République, waar duizenden Fransen spontaan een solidariteitsdemonstratie hielden voor Charlie Hebdo, was gisteravond een heel ander geluid te horen over de aanslag op het satirische tijdschrift. „Aanslag? Een aanslag zou ik het niet noemen”, zegt een vriendelijke Arabische twintiger met vrolijke ogen bij bakkerij Maison Dudicourt. „Dit is religieuze verdediging.”

Hier, in de arme wijk Château Rouge ten noorden van Gare du Nord, wonen veel Afrikanen, vooral Noord-Afrikanen. De bakkerijmedewerker van Tunesische afkomst, Akram Farnassi, praat over de gebeurtenissen tussen het helpen van de vele klanten – allochtoon en autochtoon – die rond half negen ’s avonds nog een stokbrood komen halen als ze het metrostation uitlopen.

„Al jaren publiceert Charlie Hebdo cartoons van de profeet. Daar hadden ze mee moeten stoppen. Ja, dat er doden zijn gevallen is erg, maar er vallen toch ook doden door kanker?”

Farnassi vindt dat de rechter het blad een paar jaar geleden had moeten veroordelen in een proces over de tekeningen van de profeet Mohammed. „Dan was dit niet gebeurd”, zegt hij. „Ik ben overigens niet gelukkig met wat er is gebeurd. Want dit gaat zich vast tegen de moslims keren.”

Zo denken zeker niet alle moslims in Château Rouge erover. Bij de Turkse snackbar Resto Kamer, even verderop, kijkt de eigenaar met grijs haar gebiologeerd naar de televisie. Het is nieuwszender BFM met, natuurlijk, beelden van de aanslag. Hij wil niet met zijn naam in de krant, maar zegt wel: „Ik ben het helemaal niet eens met wat er gebeurd is. Dit is extremisme. Zeer ongelukkig.”

Een paar deuren verder, bij snackbar L’Etoile de Tunis, staat Mokhtar El-Haj bij de kassa. Hij heeft een collectebus voor een islamitische liefdadigheidsinstelling naast zich staan. De 65-jarige man met snor is uitgesprokener dan zijn Turkse collega: „Dit is een catastrofe.” Hij lijkt getroffen, kijkt ernstig. „Een catastrofe”, herhaalt hij. „Dit is slecht voor Frankrijk, slecht voor de moslims.” De mensen die dit hebben gedaan zijn ziek, vindt hij. „Ze kunnen wel Allah aanroepen – iedereen roept hem maar aan – maar Allah vindt dit niet goed.”

Dit geluid klinkt vaker. Yassine Amran (36, chauffeur) en Brahim Boubouzel (37, slager), beiden van Algerijnse afkomst, lopen op straat bij het metrostation. „Dit is niet normaal”, zegt Amran „Allah kan hun profeet helemaal niet zijn. Moslims mogen helemaal niet doden.” Boubouzel: „Bedenk wat er allemaal voor naars is gebeurd in Algerije in de jaren negentig. Dit is net zo erg.”

Druk gebarend komen erna twee andere jongens voorbij gelopen. „Charlie Hebdo?” zegt Sami Mougli (20), stagiair bij spoorwegmaatschappij SNCF. „Daar hadden we het net over.” Hij zegt: „Dat er levens verloren zijn gegaan is heel ongelukkig. Maar ik ben eigenlijk wel vóór.”

Zijn vriend Hamza Beglaoui vult aan: „Het was goed om een boodschap af te geven. Je mag in de islam geen karikaturen maken van de profeet. Frankrijk is natuurlijk een democratisch en vrij land. Maar dit is een gevoelig terrein.”

Al pratend komen de twee jongemannen tot de conclusie dat „de boodschap” wel had moeten worden afgegeven, maar dan „op een andere manier”, voegen ze eraan toe. „Bijvoorbeeld die brandstichting bij het blad van eerder, dat kon wel.”

En dit willen ze ook nog wel kwijt: „Hier in de buurt is ontzettend veel werkloosheid. Dan komen de jongens in de criminaliteit. En worden ze misschien ook wel vatbaar voor radicalen. Het is allemaal heel kwetsbaar”, zegt Beglaoui.

Een zwarte jonge vrouw met hoofddoek moet echter niets hebben van de aanslag. „Ik ben erg geraakt”, zegt Asha (23), van Senegalese afkomst. „Dit heeft met de islam niks te maken.” Haar achternaam wil ze niet geven, ze vertrouwt de media niet helemaal. „Het gaat alleen maar over incidenten en provocaties. Ik houd niet van het tegen elkaar opzetten van mensen. Ik ga rustig naar school en naar mijn werk, maar op de tv hoor je alleen maar negatieve dingen. Laatst was hier zo’n pro-Palestina-demonstratie, die werd dan weer verboden en daar kwamen dan weer rellen van. Laten we het hebben over werkloosheid en alle daklozen.”