Rauw en geraffineerd tegelijk

Schaamteloosheid en fysieke humor, dat is de kracht van Joke Emmers (24) op toneel. Ze hupt rond in haar bh, tongzoent een slagroomtaart of wurmt haar (volslanke) lijf in een te krap rokje. Maar dat alles zeker niet met slapstickdoeleinden alleen. Haar tekstbehandeling is even sterk als haar mimiek. Onder de kolder schuilt melancholie en tragiek. Die combinatie van fysiek vertoon en subtiel, gelaagd spel maakt Joke Emmers rauw en geraffineerd tegelijk. Ze is eigenlijk verlegen en zelfs een beetje preuts, zegt Emmers. Maar op toneel dan mág ze, dan gaan alle remmen los.

Emmers (Neerpelt, 1990) studeerde toneel aan het Koninklijk Conservatorium van Antwerpen. Helden, voorbeelden en inspiratie haalt ze uit de hoge én lage cultuur: uit Ibsen, Molière en de Abele Spelen, maar net zo goed bij James Dean, Marilyn Monroe en Eminem, op wie ze een voorstelling baseerde. Emmers paart hoog aan laag, fysiek aan geestrijk, plat aan verheven. Als persoon is ze even goedlachs als scherpzinnig.

Ook praktisch is Emmers allround: ze schittert op televisie (Charlie) en op toneel, als deel van een groot ensemble in de schouwburg, of solo in een klein zaaltje, intiem en dicht op de huid. Ze viel op in Tartuffe bij Toneelgroep Amsterdam en Villa Europa van de Warme Winkel. Met haar afstudeervoorstelling Damiët, over de geliefde van Esmoreit in de Abele Spelen, won ze in 2012 de ITs Parade Parel.

Komend jaar treedt Emmers toe tot het ensemble van Toneelgroep Maastricht. Dat betekent groei, en een grotere zichtbaarheid. Met Servé Hermans maakt ze er de voorstelling Waar het vlakke land gaat plooien. En ze staat naast René van ’t Hof, een bewonderde fysieke acteur, in Not the Tommy Cooper Story. In Vlaanderen volgen dit jaar bovendien twee tv-series. En hoe daarna verder? Emmers droomt hardop: samenwerken met Luk Perceval, spelen met Viviane De Munck, werken in New York en Duitsland. Haar grootste wens: „Dat ik op mijn veertigste nog aan het spelen ben.”