Nuchtere koor- en orkestdirigent

Kun je over een Rijzende Ster spreken als iemand gestaag wereldcarrière maakt? Toch maar even, want echt wereldberoemd is de geweldige koordirigent Gijs Leenaars (1978) nog niet. Terwijl daar wel alle aanleiding voor is.

Leenaars begon piepjong. Hij was zes toen hij als „vervelend” jongetje op pianoles moest. Als puber begeleidde hij eerst koren als pianist. Toen een locaal koor zonder dirigent zat, sprong hij zelf in het diepe. Met zijn nuchtere, montere karakter en veeleisende muzikaliteit bleek hij er gevoel voor te hebben. Van één koor werden het drie. Staatsexamen piano deed Leenaars naast de middelbare school, daarna volgden lessen orkestdirectie en studies koordirectie en zang aan het Conservatorium van Amsterdam. Nog tijdens zijn opleiding werd hij assistent-dirigent van het Groot Omroepkoor en verzorgde instuderingen voor onder meer Mariss Jansons, Nikolaus Harnoncourt en Valery Gergjev. In 2012 werd hij zelf chef van het Omroepkoor en werkte daarnaast met talloze andere koren, waaronder Cappella Amsterdam, het Nederlands Studenten Kamerkoor en zijn eigen Bachkoor Holland, waaraan hij nog steeds verbonden blijft.

Maar dit jaar volgt ook zijn toetreding tot de eredivisie. Leenaars wordt chef van het Rundfunkchor Berlin, waar hij ook programma’s in combinatie met orkest zal dirigeren – zoals Ein deutsches Requiem van Brahms op tournee. Zo’n twaalf weken per seizoen staat hij voor het koor, want áls je het dan doet, neem dan ook de verantwoordelijkheid om grondig te werken aan klank en intonatie. Daarnaast rest genoeg tijd voor zijn andere ambitie: zich behalve als koordirigent ook als orkestdirigent te ontwikkelen. In Nederland kunnen we hem dit kalenderjaar nog horen voor het Residentie Orkest en het Radio Filharmonisch Orkest. Het verschil in metier is kleiner dan men vaak denkt, vindt Leenaars. Muziek is muziek. „Het gaat erom dat je iets wilt en dat je dat voor elkaar krijgt.”